Sneller naar nul ongevallen: meteen melden, leren en actie ondernemen

Het aantal ongevallen in de chemische industrie daalt te langzaam. Als bedrijven hun ongevallenanalyses voortaan meteen met de VNCI delen, dan kunnen andere bedrijven daar sneller van leren en zal de branche haar doel van nul ongevallen sneller bereiken, zegt Ton Jeen, voorzitter van de werkgroep Arbeidsveiligheid van de VNCI.

Uit de cijfers over 2015 blijkt dat het aantal ongevallen met verzuim per miljoen gewerkte uren onder het eigen personeel van VNCI-leden iets is gedaald, namelijk van 1,27 in 2014 naar 1,22 in 2015. Maar de ongevallenfrequentie onder aannemerspersoneel is na jaren van daling ineens weer toegenomen, en wel van 1,29 in 2014 naar 1,41 in 2015. Voor deze stijging zijn een paar aannemers verantwoordelijk. Ton Jeen, voorzitter van de werkgroep Arbeidsveiligheid van de VNCI en bij ExxonMobil werkzaam op het terrein van veiligheid, security, gezondheid en milieu, gelooft echter niet in een trendbreuk. “Je kunt zeggen dat de aannemersveiligheid behoorlijk achteruit is gegaan, maar als je het van wat meer afstand bekijkt, zie je dat de ongevallenfrequentie bij aannemers sinds 2008 fors is gedaald en wel van 4 naar 1,41. Als je er met nog meer afstand naar kijkt, zie je dat de ongevallenfrequentie bij het eigen personeel in die periode nauwelijks is gedaald. Blijkbaar hebben we onvoldoende geleerd, want er vinden nog steeds ongevallen plaats.”

Per bedrijf gaat het weliswaar om één of geen ongeval per jaar, maar over de hele sector bezien zijn er nog best veel ongevallen, vindt Jeen. Er deden zich in totaal 54 ongevallen onder het eigen personeel voor en 27 onder het aannemerspersoneel. “Ieder ongeval is er één te veel. Sommige ongevallen lijken onschuldig, zoals uitglijden, struikelen en vallen, maar het komt geregeld voor dat mensen hierdoor maanden uit de running zijn. Dat is ernstig voor henzelf en nadelig voor het bedrijf.”

Daad bij het woord
Sinds 2015 is Jeen ook voorzitter van de Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV), die verantwoordelijk is voor de VGM Checklist Aannemers (VCA). Na 25 jaar hebben de VCA-certificering en -diploma’s ertoe geleid dat de aannemers zich sinds pakweg 2012 op ongeveer hetzelfde niveau van arbeidsveiligheid bewegen als de chemie- en petrochemiebedrijven. Jeen: “Als aannemers zoveel geleerd hebben en beter presteren, waarom blijven de chemiebedrijven dan met veiligheid op ongeveer hetzelfde niveau hangen? Aannemersveiligheid is belangrijk, maar vergeet vooral het eigen personeel niet.”

De veiligheidscultuur onder personeel van aannemers en personeel is nu gelijkwaardig. Dat is winst, zo constateert hij. “Bij bedrijven zie je vaak borden aan de poort met slogans als ‘we gaan naar nul’. Laten we nu de daad bij het woord voegen en tot de volgende fase overgaan. Niet onder het motto van ‘we zijn er praktisch’, maar onder het motto van ‘er is nog veel te halen’. Als we nog beter samenwerken, nog sneller van elkaar leren en werkzaamheden nog beter voorbereiden, dan zullen we het aantal ongevallen met een gezamenlijke krachtsinspanning naar nul kunnen brengen.”

Serieuze zaak
Om sneller te kunnen leren, vraagt de Werkgroep Arbeidsveiligheid bedrijven nu de analyse van elk incident meteen naar de VNCI te sturen in plaats van eens per jaar. Zo krijgt de werkgroep een actueel overzicht van incidenten die hebben plaatsgevonden, dat ze eens per kwartaal in haar periodieke overleg kan bespreken. Daarna kan ze de leden direct informeren over de geleerde lessen, eventueel op bijeenkomsten. Voordeel van deze aanpak is dat de leden sneller kennis kunnen nemen van de geleerde lessen en hierdoor ook sneller actie in eigen bedrijf kunnen ondernemen. De VNCI past momenteel het VNCI Ledennet aan, zodat incidenten op een eenvoudige manier direct gemeld kunnen worden. De leden worden hier nog over geïnformeerd.

“Je kunt hiertegen inbrengen dat bedrijven al over zoveel zaken moeten rapporteren”, zegt Jeen. “Veiligheid is echter een serieuze zaak, die vraagt om serieuze actie en opvolging. Het is een kleine moeite om een rapport, zodra dit is opgesteld, door te sturen naar de VNCI. Als we dan vanuit de werkgroep nog vragen hebben, kunnen de mensen van bedrijven ze ook nog gemakkelijker beantwoorden, omdat ze dan nog beter in de materie zitten dan een half jaar later. Het invullen van de LTI-gegevens in de jaarlijkse Responsible Care-enquête gaat ook sneller, omdat de gegevens al beschikbaar zijn en niet meer uit het archief gehaald hoeven te worden.”

Oorzaken van incidenten
De oorzaken van de incidenten in 2015 zijn vrijwel dezelfde als in 2014, zoals ‘onvoldoende identificatie van gevaar en risico’. Dat kan met routinegedrag te maken hebben, zegt Jeen. “Op een gegeven moment zie je niet meer wat je fout doet. Dan is het goed als een collega je daarop wijst. Dat vraagt een cultuur waarin mensen accepteren dat ze elkaar in het belang van de veiligheid corrigeren.”

Ook gebeuren nog te veel ongelukken waarbij mensen in aanraking komen met elektriciteit, hitte of gevaarlijke stoffen. “Met veiligheidsprocedures, zoals met LOTO (lockout-tagout – red.), kun je niet de hand lichten. Die moet je voor de volle 100 procent volgen. Het gaat niet alleen om het uitschakelen van elektrische installaties bij reparaties, maar ook om het dichtdraaien van afsluiters en het aanbrengen van een extra blindplaat als bescherming tegen plotseling vrijkomende druk of gevaarlijke stoffen.”

Tekst: Erik te Roller

Lees hier het hele artikel  die is verschenen in het Chemie Magazine.

Bron: VNCI.nl