Kraanmachinisten: onveiligheid is groot

Het is slecht gesteld met de veiligheid onder torenkranen en mobiele kranen op bouwplaatsen. Het vakmanschap van degene die op de grond het materiaal aan de kraan bevestigt en het hijsen begeleidt, schiet vaak tekort. Daardoor valt er regelmatig materiaal van de kraan en gebeuren er bijna-ongelukken. Dit blijkt uit een enquête van FNV en Vakvereniging Het Zwarte Corps (HZC) onder 378 kraanmachinisten.

EenVandaag besteedde in de uitzending van 17 maart uitgebreid aandacht aan de situatie. FNV en HZC pleiten voor meer aandacht en een verplichte vakopleiding voor de man onder de kraan, de zogenoemde ‘aanpikkelateur’.

‘Uit onze enquête blijkt dat bij ruim 40% van de respondenten in de afgelopen zes maanden een- tot tweemaal een last is losgekomen doordat deze onjuist was aangeslagen. Levensgevaarlijk!’, zegt Janna Mud, sectorhoofd FNV Bouwen & Wonen. ‘De bouw is al een sector met veel gevaren en een onevenredig groot aantal ernstige en fatale ongevallen. Onervaren krachten onder een kraan zetten is totaal onverantwoord.’

Verstand en overzicht

Janna Mud: ‘We pleiten voor een goede en verplichte opleiding voor de aanpikkelateur. Dat moet een ‘dedicated’ persoon zijn, die in dienst is van de hoofdaannemer, met verstand van de bouwplaats en overzicht. Een vast persoon die een planning kan maken en in het belang van de hele bouwplaats werkt. Dat geeft de kraanmachinist rust en overzicht en dat is goed voor de veiligheid. Onderaannemers positioneren te vaak een eigen mannetje onder de kraan, om hun eigen klus het eerst te laten doen. Dat moet niet meer kunnen.’

René van der Steen, voorzitter Vakvereniging Het Zwarte Corps, vult aan: ‘Ook moet deze man heel goed weten hoe hij een last moet aanslaan en hoe hij het hijsen moet begeleiden. Het komt bijvoorbeeld voor dat onervaren aanpikkelateurs de banden om een pallet heen slaan, in plaats van om de last zelf. Een pallet breekt door de druk als er gehesen wordt, met alle gevaren van dien.’

Gebrek aan vakmanschap

Slechts een kleine 7% van de respondenten is tevreden over het vakmanschap van de aanpikkelateur en vindt dat collega’s op de bouwplaats weten wat ze doen. Ruim 57% geeft aan dat het niveau van kennis en vaardigheden van degene onder de kraan sterk wisselt. Bijna 36% oordeelt dat deze bij de meeste collega’s te wensen overlaat.

Arbeidsomstandigheden

Ook aan de arbeidsomstandigheden van kraanmachinisten moet veel verbeteren, stellen FNV en HZC. Slechts 3 op de 5 machinisten krijgt doorgaans tijd om in de keet te schaften. De rest moet op de kraan de boterham wegwerken, vaak met de hand aan de besturing, om geen tijd verloren te laten gaan. Ook sanitaire stops zijn niet vanzelfsprekend. Een op de drie machinisten moet meestal of altijd in de cabine blijven. Zij gebruiken een fles of zetten in extreme omstandigheden het luik open. ‘Dat is absurd’, aldus Janna Mud.

Ook voelen machinisten die wél uit de cabine mogen, soms alsnog druk vanaf de werkvloer om toch te blijven draaien. Janna Mud: ‘Tijd is geld, de druk om door te werken is groot. Dit is slecht voor de machinist en natuurlijk ook voor de veiligheid. Je kunt niet 8 of 10 uur achter elkaar geconcentreerd draaien. Mensen hebben recht op pauze.’

Inspectie materiaal

Minder dan de helft van de kraanmachinisten, 44%, krijgt tijd voor een kraaninspectie onder werktijd. Bij ruim een derde, 35%, wisselt dit per klus of per bouwplaats. Eén op de vijf kraanmachinisten krijgt helemaal nooit tijd voor inspectie. Zij moeten daarvoor eerder op het werk komen en doen het noodgedwongen in hun eigen tijd. Van der Steen: ‘Dat moet echt anders. Veiligheid is de verantwoordelijkheid van de werkgever en de machinist samen. Een machinist moet de tijd krijgen om zijn kraan te inspecteren tijdens werktijd. Dat is in het belang van iedereen op de bouwplaats.’ De werkgever moet dus de inspectie faciliteren. Maar ook de machinist zelf moet goed kijken naar zijn verantwoordelijkheid hierbij.

Kwaliteit cabine en apparatuur

Hoewel een kraan niet goedkoop is, zijn machinisten maar matig tevreden over de voorzieningen in hun cabine. Vaak ontbreekt airco of een klimaatvoorziening. Machinisten noemen ook het gebrek aan zicht vanuit de cabine en de matige kwaliteit van de communicatieapparatuur en de beeldschermen. ‘Hierover gaan wij samen met machinisten gesprekken starten met fabrikanten van torenkranen en telescoopkranen’, aldus Janna Mud.

Tenslotte blijkt uit de enquête dat er vaak sprake is van overwerk, hoewel de meeste machinisten daar niet echt over zeuren. Van der Steen: ‘Maar het geeft opnieuw aan dat de werkdruk hoog is.’ Ruim een derde van de machinisten vindt dat het werk zich de laatste jaren in negatieve zin heeft ontwikkeld.

Aanbevelingen

FNV en HZC willen dat er een verplichte opleiding komt voor de aanpikkelateur. ‘Nu is dat nog veel te vaak iemand die ze maar een portofoon in de handen drukken en laten aanmodderen. Regelmatig is ook de taal een probleem, omdat er steeds meer niet-Nederlandssprekende bouwvakkers actief zijn. Dat is vragen om ellende’, stelt Van der Steen.

De vakbonden stellen voor een pilot te starten voor het rouleren van torenkraanmachinisten op grote bouwplaatsen. Daar is de werkdruk vaak het hoogst. ‘We willen met een of meer hoofdaannemers aan de slag om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Een halve dag op de kraan, een halve dag eronder. Dan los je veel problemen in één keer op’, zegt Janna Mud. ‘De arbeidsomstandigheden van de machinist verbeteren en ze weten precies hoe ze het beste met elkaar kunnen samenwerken.’

In de cao Bouw & Infra staat een aanbeveling voor een goed opgeleide aanpikkelateur. ‘Maar’, zegt Janna Mud, ‘die aanbeveling moet veel strakker worden gevolgd. Niet meer op basis van vrijwilligheid, maar verplicht. Wat duidelijk blijkt uit onze enquête: de aanpikkelateur moet veel meer aandacht krijgen. Nu is het te vaak wildwest, met alle risico’s van dien. Wat we vragen van werkgeversorganisatie Bouwend Nederland: kom over de brug, boter bij de vis. Niet alleen maar zeggen dat je voor veiligheid bent, maar er daadwerkelijk alles aan doen. Zij hebben de hoofdaannemers in hun achterban. We gaan hier zeker weer het gesprek over aan en rekenen op volledige medewerking van werkgevers. Veiligheid op de bouwplaats is in ieders belang.’

Brochure-De-machinist-tilt-er-zwaar-aan.pdf  

Bron: FNV