Kleine blusmiddelen: normen, certificering en onderhoud

Welke NEN-normen hebben betrekking op kleine blusmiddelen, wat zegt het Bouwbesluit er precies over en waarom is het verstandig om voor gecertificeerde installatie- en onderhoudsbedrijven te kiezen?

Voor het (laten) plaatsen van kleine blusmiddelen – zoals brandblussers en brandslanghaspels – geldt het Bouwbesluit 2012 als vertrekpunt. Deze kennis is ook aanwezig bij gecertificeerde installatiebedrijven. Deze bedrijven werken volgens certificatie- en inspectieschema’s die door het onafhankelijke Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) zijn opgesteld op basis van actuele NEN-normen. Bedrijven die gecertificeerd zijn leveren kwalitatief hoogwaardig werk en producten (maar het is niet verplicht om voor gecertificeerde installatiebedrijven te kiezen).

Bovendien worden ze regelmatig gecontroleerd door certificatie-instellingen, zoals Kiwa, op basis van het CCV-Certificatieschema ‘Leveren van VBB systemen’ (vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen). Certificatie-instellingen zoals Kiwa kijken niet alleen of het gecertificeerde bedrijf op de juiste manier werkt, maar ook hoe bijvoorbeeld met klachten wordt omgegaan.

Inspectiecertificaat

Wanneer het Bouwbesluit de aanwezigheid van het brandblussysteem verplicht stelt, is het verplicht om een geldig inspectiecertificaat te hebben. In bijlage 1 van het Bouwbesluit is terug te zien voor welke functies dit geldt en in paragraaf 1.5 van artikelen 1.10 en 1.11 staat hoe lang een inspectiecertificaat geldig is. Inspecties moeten worden uitgevoerd na aanleg, en tijdens het gebruik van het brandbeveiligingssysteem. Inspectie vindt plaats op bestaande en nieuwe systemen.

Een onafhankelijk inspecteur beoordeelt volgens het CCV-inspectieschema brandbeveiliging het brandblussysteem en de samenhang met bouwkundige en organisatorische randvoorwaarden. Als een gecertificeerd bedrijf de installaties heeft geleverd, geïnstalleerd en eventueel onderhouden, kunnen de hiervan beschikbare certificaten het inspectieproces vergemakkelijken. Een inspectiecertificaat is vaak ook belangrijk richting de verzekering. Het CCV maakt gebruik van het volgende beeldmerk om kenbaar te maken dat de inspectie volgens het CCV-inspectieschema brandbeveiliging is uitgevoerd:

Het onderhouden van kleine blusmiddelen

Zodra kleine blusmiddelen zoals brandblussers in een professionele context worden gebruikt om de brandveiligheid te waarborgen, is er sprake van een wettelijke onderhoudsplicht. Dit geldt voor:

Draagbare en verrijdbare blusmiddelen

Voor de draagbare en verrijdbare blusmiddelen is het verplicht om minimaal een keer per twee jaar een controle te laten uitoefenen. Dit moet gebeuren volgens de richtlijnen van de NEN 2559 (draagbare blustoestellen) en NEN 2659 (verrijdbare blustoestellen). Het is echter aan te raden om deze blusmiddelen jaarlijks te laten controleren. Dit adviseren NEN en brancheorganisaties en wordt bovendien door veel verzekeraars verplicht gesteld.

Brandslanghaspels en droge busleidingen

In het Bouwbesluit (artikel 1.16) is opgenomen dat brandslanghaspels aan een prestatie-eis moeten voldoen. In de praktijk is het aan te raden om deze installatie jaarlijks te controleren. Hiervoor gelden de normen uit NEN-EN 671-1:2012 en (brandslanghaspel met vormvaste slang), NEN-EN 671-2:2012 en (plat-oprolbare slang) en NEN-EN 671-3:2009 en (Onderhoud van slanghaspels met vormvaste slang en slangsystemen met plat-oprolbare slang). Tijdens een controle wordt onder meer gekeken naar de verzegeling van de hoofdkranen van de brandslanghaspels (ter voorkoming van legionella) Elke 5 jaar moeten de slangen getest worden op de maximale werkdruk (10-12 bar).

Droge blusleidingen moeten minimaal een keer in de vijf jaar worden gecontroleerd (test-eis) volgens NEN 1594. Daarnaast is er een prestatie-eis, wat inhoudt dat de droge blusleidingen naar verwachting moeten functioneren. Hiervoor is periodiek onderhoud noodzakelijk. Maar ook hier geldt dat verzekeraars bepaalde (strengere) eisen kunnen stellen aan het controleren van droge blusleidingen.

Gecertificeerd onderhoud kleine blusmiddelen

Er gelden geen officiële richtlijnen voor de bedrijven/personen die deze controles en onderhoudsbeurten uitvoeren. Net als bij het installeren van blusmiddelen, adviseert het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) om voor bedrijven te kiezen die werken met CCV-certificatieschema’s. Deze REOB-schema’s (Regeling Erkenning Onderhoud Blusmiddelen) worden conform de NEN-normen opgesteld en bedrijven die hieraan willen voldoen moeten een speciale opleiding volgen. Deze onderhoudsbedrijven worden bovendien zelf jaarlijks gecontroleerd door inspectie-instellingen, zoals Kiwa. Tijdens de inspectie worden de blusmiddelen gecontroleerd op hun werking en worden zaken, indien nodig, vervangen. Als volgens de normen van het CCV wordt gewerkt, wordt onderstaand beeldmerk gebruikt:

 

Bron: Het CCV en brandveilig.com

Benieuwd welke typen blusmiddelen er op de markt zijn en voor welke branden deze geschikt zijn? Lees dan ‘Grote en kleine blusmiddelen: alle soorten op een rij
Lees ook: Nieuw wijzigingsblad bij NEN 2559 Onderhoud van draagbare blustoestellen