Kleine blusmiddelen: Correctief onderhoud stijgt

90 procent van de beginnende branden worden effectief geblust met een draagbare blusser of brandslanghaspel. Maar ondanks jaarlijks onderhoud moet bij het kleine blusmiddel extra correctief onderhoud worden uitgevoerd zodat het middel altijd gebruiksklaar is.

Dat blijkt uit onderzoek van brancheorganisatie Vebon-NOVB  naar het onderhoud en de inzet van  kleine blusmiddelen .

KLEINE BLUSMIDDELEN

Uit het onderzoek blijkt dat ondernemers kunnen voorkomen dat een beginnende brand zich verder doorontwikkelt en de schade sterk beperkt kan worden gehouden. Inzet van blusklare blusmiddelen, zoals draagbare blussers en brandslanghaspels, is hierbij essentieel.

ONDERHOUD

De eisen die worden gesteld aan het onderhoud van kleine blusmiddelen staan in het Bouwbesluit 2012. Hierin wordt het onderhoud van brandslanghaspels gekoppeld aan de zorgplicht zoals verwoord in artikel 1.16 van het Bouwbesluit. Voor het onderhoud van draagbare blussers is de NEN 2559 voorgeschreven. De overheid houdt hierbij een minimale onderhoudstermijn aan van 2 jaar en verklaart ook het zorgplichtartikel onverkort van toepassing.

ZORGPLICHT

De gebruiker van het pand is verantwoordelijk voor het invullen van die zorgplicht. Als het gaat om onderhoud kan worden gesteld dat als het blusmiddel volgens de betreffende norm (NEN 2559/ NEN-EN 671-3) wordt onderhouden aan dat deel van de zorgplicht is voldaan.
Wat betreft de termijn kan het beste aangesloten worden op de onderhoudstermijn van eenmaal per jaar zoals die ook in de onderhoudsnormen staat vermeld. Ter invulling van de zorgplicht stelt de overheid dat zorgplicht ook betekent dat de onderhoudsinstructies van de fabrikant gevolgd moeten worden. In de praktijk blijkt dat de meeste onderhoudsinstructies gebruik maken van de betreffende onderhoudsnormen en daarmee ook een onderhoudstermijn van eenmaal per jaar voorschrijven.

CONCLUSIES

In het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken:

  • Waar uit eerdere onderzoeken bleek dat gemiddeld aan 15 procent van de draagbare blussers en brandslanghaspels een extra reparatie (correctief onderhoud) moest worden uitgevoerd om het blusmiddel gebruiksklaar te maken, is er nu een trend waarneembaar dat dit percentage toeneemt richting 20 procent en mogelijk hoger. Deze stijging kan verklaard worden uit het feit dat meer bedrijven de minimale onderhoudstermijn van 2 jaar voor draagbare blussers zoals voorgeschreven door de overheid volgen. Verder wordt in dit soort situaties afgeweken van de onderhoudsvoorschriften van fabrikanten, die meestal op eenmaal per jaar is gesteld.
  • In circa 5 procent van de gevallen kan het zijn dat:een brandslanghaspel niet of moeilijk wordt teruggevonden door iemand die een brand wil blussen, of dat de legionellaverzegeling is verbroken/verwijderd.
  • Bij 1 op de 3 ondernemers is er een aanvullend advies over brandveiligheidnoodzakelijk en wordt dit geleverd.
  • Per jaar hebben gemiddeld 2 à 3 op de 100 ondernemers met een brand in het bedrijf te maken. Ongeveer 85 procent van deze ondernemers weet de brand zelf te blussen of onder controle te krijgen met behulp van een klein blusmiddel.
  • Bij het blussen van een brand wordt veel vaker gebruik gemaakt van een brandblusser dan van een brandslanghaspel.
  • Het percentage blusmiddelen dat niet functioneert of gebruiksklaar is op het moment dat het nodig is bedraagt al vier jaar lang 0 procent.
  • In een beperkt aantal gevallen is de brand voor de ondernemer te groot om deze zelf te blussen.

    Bron: Brandveilig.com