Dossier PX10 gebaat bij nieuw onderzoek

Het door de RIVM gedane onderzoek naar de kankerverwekkende wapenreinigingsolie PX-10 is te veel gestoeld op aannames en trok te stellige conclusies. Dat hebben deskundigen op het gebied van toxicologie, arbeidsomstandigheden en gezondheid tegen EenVandaag verklaard. Op basis van het RIVM-onderzoek, dat concludeerde dat de kans op het krijgen van kanker voor militairen die met PX-10 gewerkt hebben niet groter is dan dat van anderen, stelt Defensie niet verantwoordelijk te zijn voor de gezondheidsproblemen van (oud-)militairen. Het ministerie spreekt dat tegen.

Variabelen
'De kwestie rond het wapenschoonmaakmiddel PX10 is gebaat bij nieuw, onafhankelijk onderzoek' aldus Jan Tytgat, hoogleraar toxicologie aan de Katholieke Universiteit Leuven in het programma EenVandaag. Nieuw onderzoek zou volgens Tytgat kunnen uitwijzen of het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in 1986 heeft gerekend met de juiste variabelen en of de conclusies correct waren. Het onderzoek van het RIVM waar Tytgat over sprak gaat over de vraag hoe groot de kans was dat militairen kanker zouden krijgen doordat ze onbeschermd in aanraking waren geweest met PX10, waar de kankerverwekkende stof benzeen in zat. Volgens het RIVM was de kans heel klein dat militairen er leukemie van zouden krijgen. Volgens Tytgat heeft het RIVM de kwestie veel te statistisch benaderd, in plaats van naar individuele gevallen te kijken.

Aannames
Tussen 1950 en 1996 werkten ruim 1,7 miljoen militairen bij Defensie, zij maakten hun wapens schoon met PX10. Onderzoeker Eric Lebret van het RIVM verdedigde het onderzoek door te stellen dat in sommige gevallen aannames wel nodig waren. 'Er was geen product meer voorhanden, dat was allemaal vernietigd. We konden dus geen metingen doen.' Op een oproep aan de krijgsmacht mee te doen aan het onderzoek reageerde destijds alleen de marine. Het RIVM sprak voor het onderzoek met 23 marinemensen en vertaalde hun ervaringen naar het werk bij andere onderdelen van de krijgsmacht.

Informatie Kamer 
Minister Jeanine Hennis van Defensie heeft de Tweede Kamer wel juist geïnformeerd te hebben over het kankerverwekkende wapenreinigingsmiddel PX10. Aantijgingen hierover van het nieuwsprogramma EénVandaag zijn 'onzin', aldus het ministerie van Defensie vrijdag. Hennis stelde vorig jaar in de Kamer dat er vanaf 1981 maatregelen zijn genomen om het gebruik van PX-10 geleidelijk te beëindigen en dat er voorzorgsmaatregelen werden getroffen. EénVandaag stelt dat personeel toch zonder beschermende maatregelen heeft gewerkt met PX10. Het programma baseert zich op een inspectierapport uit 1986 over de arbeidsomstandigheden bij de marine. Voorzorgsmaatregelen zouden niet goed worden nageleefd. Dit inspectierapport uit 1986 in 2009 zou niet openbaar gemaakt zijn.

Wat is schoonmaakmiddel PX10 eigenlijk?
Schoonmaakmiddel PX10 is een onderhoudsmiddel dat tussen 1950 en 1995 waarschijnlijk bij alle onderdelen van de krijgsmacht is gebruikt om wapens, zoals torpedo's, schoon te maken. Ook bij het reinigen van gasturbines aan boord van marineschepen en zware motoren werd het middel gebruikt. PX10 bevatte vooral terpentine, waarin ook het oplosmiddel benzeen zat. Tot 1970 bevatte PX10 lage concentraties benzeen; daarna daalde de concentratie sterk. Benzeen kan leiden tot acute myeloïde leukemie, een vorm van kanker die het bloed en het beenmerg aantast. Dat werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw pas echt duidelijk. Benzeen hoort bij de kankerverwekkende stoffen waarvoor geen ‘drempel’ bestaat: er is geen dosis aan te geven waarbij geen kanker kan ontstaan. Sinds 1995 is PX10 helemaal verboden.

Bron: Arbozone.nl