Zo neem je maatregelen volgens de arbeidshygiënische strategie

De Arbowet schrijft voor dat we bij het aanpakken van gevaar de arbeidshygiënische strategie moeten volgen. Maar in de praktijk pakt dat nog wel eens anders uit. We zetten de soorten maatregelen op een rij met voorbeelden. En hoe zit het met de kosten?

We kunnen ongevallen voorkomen door de oorzaak van de ongevallen weg te nemen. Als dat technisch niet kan moeten we collectieve maatregelen nemen. Dit zijn technische maatregelen waarmee iedereen beschermd wordt tegen de gevolgen van het gevaar. Hierdoor is het nagenoeg onmogelijk dat een ongeval plaats vindt. Soms is dit om technische reden niet mogelijk of onvoldoende. Dan moeten alle personen die gevaar lopen gebruik maken van individuele beschermingsmiddelen: PBM. We kennen deze strategie als de zogenaamde arbeidshygiënische strategie.

Redelijkheidsbeginsel

Het redelijkheidsbeginsel is een veelgebruikte term. Als de kosten van een maatregel onevenredig hoog zijn, is een lager niveau in de arbeidshygiënische strategie acceptabel. Maar dit mag niet als het gaat om ernstige gevaren, zoals valgevaar. Economische motieven mogen bij valgevaar geen reden zijn om af te zien van bijvoorbeeld een bronmaatregel of collectieve maatregel.

Bronmaatregelen

Het volgen van de arbeidshygiënische strategie valt in de praktijk niet altijd mee. Daarom zetten we ze hier op een rij met een aantal voorbeelden van soorten maatregelen.

Een bronmaatregel moet dus de oorzaak van een ongeval wegnemen. Voorbeelden hiervan zijn het werken op het maaiveld (dus op de grond) waardoor werken op hoogte niet nodig is. Of het plaatsen van een dakvenster van binnenuit, waardoor de medewerker het dak niet op hoeft. Ook kan dit het veranderen van het proces zijn, waardoor het gevaar niet meer optreedt.

Collectieve maatregelen

Een collectieve maatregel is een maatregel die het gevaar afschermt of beperkt voor iedereen die in aanraking kan komen met het gevaar. De medewerkers zelf hoeven bijna geen actie te ondernemen. Zij ondervinden nauwelijks een beperking tijdens het werken. Een collectieve maatregel is bijvoorbeeld het plaatsen van randbeveiliging op een dak of het afdekken van een gat. Zoek bij het bedenken en toepassen van een collectieve maatregel eerst naar een technische maatregel. Als dat niet lukt volgt een organisatorische maatregel. We noemen collectieve maatregelen ook wel ‘technisch-organisatorische’ maatregelen.

Een voorbeeld van een organisatorische maatregel kan zijn het geven van een waarschuwing. Ook kan dit het plaatsen van een bord zijn of het geven van instructies en handleidingen die van invloed zijn op de veiligheid. Als medewerkers deze procedures niet volgen, is er een grote kans op een ongeval. Leiden collectieve maatregelen niet tot een acceptabele reductie, dan zijn individuele technische beheersmaatregelen nodig.

Individuele maatregelen

Individuele maatregelen beschermen alleen de persoon die gevaar loopt. Een technische individuele maatregel dwingt de uitvoerende werknemer via techniek om veilig te werken. Het gevaar blijft dus aanwezig. Vaak kan een ongeval gewoon gebeuren en zorgt de maatregel voor het beperken van de schade. Bij dit soort persoonlijke maatregelen moet de mens zelf actie ondernemen. Het betreft hier vaak het gebruik van PBM. Tegen bijvoorbeeld snijwonden kan een medewerker handschoenen dragen met een hoge snijweerstand. Tegen schaaf- en stootwonden is het bedekken van de huid een goede remedie.

Als individuele technische maatregelen niet afdoende zijn, moeten Individuele organisatorische maatregelen worden getroffen. Dit zijn bijvoorbeeld waarschuwingen of het instrueren van alleen de persoon die gevaar loopt.

Repressie

Repressie of hulp achteraf tenslotte betekent dat op alle werkplekken doeltreffende hulpverlening beschikbaar moet zijn voor als er een incident plaats vindt.

Wat kost het meest?

Kijken we naar de kosten van de maatregelen dan zullen we zien dat bronmaatregelen minder uitvoeringskosten opleveren dan andere maatregelen.

Als er sprake is van technische maatregelen is regelmatige controle nodig of deze nog in orde zijn. Bij organisatorische maatregelen moet regelmatig de juiste werkmethode worden uitgelegd en gecontroleerd of deze ook wordt gevolgd. Bij het gebruik van PBM tenslotte is controle nog vaker nodig.

Het herhaald geven van instructie en het uitvoeren van de controles is kostenverhogend. We kunnen stellen dat de kosten hoger worden naarmate we afdalen in de arbeidshygiënische strategie. Bovendien wordt het werken onveiliger naarmate we afdalen in de arbeidshygiënische strategie.

Soms zijn er al bij het ontwerp van het proces of product geen bronmaatregelen of collectieve maatregelen toegepast. Dan zijn collectieve en soms individuele voorzieningen nodig. Zo zal bijvoorbeeld bij werkzaamheden op het dak toch een randbeveiliging moeten worden geplaatst. De werkgever moet zich immers bij valgevaar houden aan de wet. En dat betekent dat hij zich moet houden aan de arbeidshygiënische strategie.

Wat zegt de wet?

De Arbowet geeft aan dat bronmaatregelen altijd voor gaan. Alleen als bronmaatregelen om technische redenen niet mogelijk zijn, kiezen voor collectieve maatregelen. Maar als de kosten van een bronmaatregel onevenredig hoog zijn, zijn collectieve maatregelen wel mogelijk. Dat principe geldt ook voor de stap van collectieve maatregelen naar persoonlijke maatregelen.

Dus alleen als collectief niet kan of onevenredig kostbaar is, mogen we PBM inzetten. De keuze voor een lager beschermingsniveau (van bron naar collectief of lager) moet worden onderbouwd. Voor ernstige gevaren, zoals vallen van hoogte mogen economische overwegingen geen rol spelen. Zo moet een werkgever bijvoorbeeld voordat zijn medewerkers een werk starten op een dak, toch leuningen aanbrengen, ook als er ankerpunten of lijnsystemen aanwezig zijn om een gordel aan vast te zetten..

STOP

Helaas is niet voor elk gevaar een bronmaatregel beschikbaar. Ook zijn niet altijd afdoende collectieve maatregelen mogelijk. Niet alle maatregelen zijn ook even effectief of worden gemakkelijk geaccepteerd. In ieder geval moeten de werknemers via voorlichting en instructie op de hoogte zijn van de manier waarop met de arbeidshygiënische strategie is omgegaan.

Tegenwoordig wordt naast de arbeidshygiënische strategie ook de STOP-regel gebruikt. Dit staat voor Substitutie, Techniek, Organisatie en PBM.

Dus?

Baseer het plannen en inzetten van maatregelen dus op een analyse van de gevaren en op het zo goed mogelijk voorkomen van de gevaren. Tref collectieve maatregelen (techniek en organisatie) als dat niet kan. Gebruik pas PBM als deze maatregelen niet toereikend zijn. De Arbeidshygienische strategie moet altijd leidend zijn bij het bedenken van maatregelen. Zoals bijvoorbeeld bij het opstellen van een Taak Risico Analyse (TRA) of een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Bron: Arbo-online.nl / Adri C.P. Frijters, A3-A en TU Delft Safety and Security Science

Ronald Meijer heeft gereageerd op dit artikel middels onderstaande reactie;

Ik heb moeite met dit artikel. In de 1e plaats omdat de voorbeelden omtrent de toepassing van de AH-strategie wringen met artikel 3 van de Arbowet. In artikel 3 (lid 1 onder b) staat letterlijk: “tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd worden de gevaren en risico’s voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemer zoveel mogelijk in eerste aanleg bij de BRON daarvan voorkomen of beperkt; naar de mate waarin dergelijke gevaren en risico’s niet bij de bron kunnen worden voorkomen of beperkt, worden daartoe andere doeltreffende maatregelen getroffen waarbij maatregelen gericht op COLLECTIEVE BESCHERMING voorrang hebben boven maatregelen gericht op INDIVIDUELE BESCHERMING; slechts indien redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat maatregelen worden getroffen die zijn gericht op individuele bescherming, worden doeltreffende en passende PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN aan de werknemer ter beschikking gesteld”. Het gaat dus om 4 verschillende niveaus van maatregelen. In het artikel wordt het niveau 3 (individuele bescherming) gelijk gesteld aan niveau 4 (PBM). Dit is niet correct.

In de 2e plaatst wordt het geven van een waarschuwing of het plaatsen van een bord als voorbeelden genoemd van niveau 2 maatregelen (collectief). Zo lijkt het alsof het plaatsen van een bord voorgaat op niveau 3 (individueel). Maar dat is dus pertinent onjuist.

Ik denk dat het probleem waar de auteurs tegen aan lopen is, dat het toepassen van de AH-strategie op valgevaar lastig is. Feitelijk is een bronmaatregel namelijk het wegnemen van het gevaar. Zonder gevaar geen risico! Het probleem bij valgevaar is dat het onduidelijk is wat het gevaar (de bron) nu eigenlijk is. Is dit het hoogteverschil? Of is het de zwaartekracht! Daarnaast is het lastig maatregelen op individueel niveau te bedenken. Vandaar dat dit kennelijk eenvoudigweg gelijk wordt gesteld aan niveau 4.

Bij de toepassing van een gevaarlijke stof is het eenvoudiger. Het vervangen van de gevaarlijke stof door een niet (of minder) gevaarlijke stof is een bronmaatregel; het wegnemen van het gevaar. Het toepassen van de gevaarlijke stof in een gesloten systeem is een collectieve maatregel. Het scheiden van de mens en de gevaarlijke stof (bijvoorbeeld door een controlekamer) is een niveau 3 maatregel. Het toepassen van adembescherming (en overige PBM) is een niveau 4 maatregel.