Wanneer is welk mondmasker geschikt?

Mondmaskers. De discussie erover wordt breed gevoerd, maar dat gebeurt niet altijd door inhoudelijke experts. Tot 23 juni jongstleden dan, want toen organiseerde de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde het seminar ‘Van Schijnveiligheid naar veiligheid. Wanneer is welk mondmasker geschikt?’

De inkoper vond het een moeilijke beslissing. Daar lag het aanbod van de importeur: maar liefst 2.000 beschermende maskers, voor een schappelijke prijs. Maar het aanbod was gekoppeld aan een strenge deadline: de inkoper moest vandaag beslissen. Gelukkig moest het met de kwaliteit van dit mondmasker wel in orde zijn. Want diezelfde importeur leverde een schat aan informatie: testrapporten, kwaliteitscertificaten en letters of compliance. Om dat allemaal te lezen, ontbrak de tijd. Maar het boezemde wel vertrouwen in.

Grootste probleem bij mondmasker is de importeur

Een hypothetische situatie? Natuurlijk, maar volgens Leon Vaassen van Textile Consultancy BV geen onwaarschijnlijke. “Het grootste probleem bij het mondmasker zit hem niet bij de fabrikant of de gebruiker, maar bij de importeur. Natuurlijk, ik wil de goede niet beledigen, maar je ziet ook heel veel cowboys. Jongens die in februari nog staafmixers importeerden, roken in maart nieuwe kansen en stortten zich op het mondmasker. En dan vooral op de mondmaskers geproduceerd buiten de EU.”

“Let wel, die importeurs zijn verplicht te controleren of de fabrikant voldoet aan de wettelijke Europese eisen. Maar je ziet vaak dat het hen aan kennis ontbreekt. En dus verzinnen ze slimme trucs: een overload aan informatie bijvoorbeeld: al die testrapporten en kwaliteitscertificaten. Of een tijdgebonden aanbod: ‘Zo’n kans krijg je nooit meer, maar je moet nu beslissen!”

NVVK-seminar ‘Wanneer is welk mondmasker geschikt?’


Vaassen was een van de sprekers op het seminar ‘Van Schijnveiligheid naar veiligheid. Wanneer is welk mondmasker geschikt?’, en zijn betoog gaf de stemming aardig weer.

Ja, sinds maart van dit jaar zijn we overspoeld met mondkapjes, maar de kwaliteit is niet altijd denderend. En wat het vervelender maakt: dit geldt niet alleen voor de zogenoemde civiele maskers. De maskers dus die u en ik gebruiken in het openbaar vervoer. Ook de professionele mondkapjes, de medische maskers en de beschermende maskers voldoen niet altijd aan de eisen.

Eisen zijn niet voor iedere soort mondmasker hetzelfde

Voor een goed begrip: die eisen zijn niet voor ieder mondmasker hetzelfde. Zoals we hierboven al lieten doorschemeren, zijn er maskers in verschillende soorten:

  • De beschermende maskers

De naam zegt het al: deze maskers moeten de drager beschermen, het zijn PBM. Ook binnen deze categorie onderscheiden we weer een driedeling: de FFP1, FFP2, en FFP3. Welke daarvan kunnen we het best gebruiken?

Volgens hoger veiligheidskundige Jos Putman leidt die vraag tot discussie. “Over FFP1 is iedereen het wel eens: dat mondmasker is alleen geschikt om je te beschermen tegen niet-schadelijk grofstof. Maar tegen biologische agentia als Covid 19 is het ongeschikt. Tegelijk constateer je dat de Wereldgezondheidsorganisatie maskers adviseert in de risicoklasse FFP2. Terwijl je volgens veel veiligheidskundigen toch beter gebruik kunt maken van de hoogste klasse mondmasker: FFP3. Die biedt immers 98% beveiliging, in plaats van 94%.”

  • De medische maskers

Die bieden de drager weinig bescherming. Maar ze verhinderen wel dat die drager zijn virussen doorgeeft aan de omgeving. Volgens Jan Willem de Winter, product specialist en veiligheidskundige bij Imbema Surface Treatment BV, valt dat gemakkelijk te verklaren. “Stel, jij draagt een beschermend masker, maar helaas sluit dat masker niet goed aan op je gezicht. Dan zuig je met iedere ademtocht lucht naar binnen met mogelijke virussen en doet het masker dus niet wat het moet doen.”

“Maar met een medisch masker ligt dat anders: dat zal in zo’n zelfde situatie wel blijven werken. Als je uitademt, botst die lucht onmiddellijk met het stoffen gedeelte van het masker. Oké, die lucht buigt vervolgens naar alle kanten af, maar virussen raken in het masker verstrikt. Vandaar dat medische maskers niet zo zwaar worden getest. De fabrikant mag bijvoorbeeld zelf bepalen of ze aan de richtlijnen voldoen.”

  • De civiele maskers

Deze derde categorie hebben we al kort aangestipt. De Winter: “Het gaat hier om een allegaartje van allerlei soorten maskers, soms zelfgemaakt. De enige constante is dat ze niet voorzien mogen zijn van een CE-markering of enige andere claim. Zoals bekend zijn ze verplicht in het openbaar vervoer. Maar getest zijn ze nooit, dus hoe effectief ze zijn, is onduidelijk. Op grond van de bovenstaande redenering – virussen worden veel gemakkelijker ingeademd dan uitgeademd – zal dit type mondmasker de drager geen bescherming bieden. Maar zijn omgeving misschien wel.”

Wat ze in China niet controleren, is de inwaartse lekkage

Terug naar de inkoper en zijn dilemma. Hoe had hij een afgewogen keuze kunnen maken? Helaas, die vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Natuurlijk, die inkoper had kunnen letten op de filter performance van het mondmasker, het vermogen van het filter om deeltjes tegen te houden. Maar volgens Putman geeft die geen garanties.

“Kijk bijvoorbeeld naar de maskers die vaak worden geïmporteerd uit China. Die zijn getest volgens een procedure die lijkt op de onze. Daarmee zijn ze qua performance te vergelijken met onze FFP2-maskers. Maar nu komt het probleem. Wat ze in China niet controleren, is de inwaartse lekkage. Dat is de lucht die naar binnen komt omdat het masker niet goed aansluit. Zulke lekkage zie je bij 90 procent van de Chinese maskers. Er zit bijvoorbeeld een elastiekje aan, waarmee je dat masker kunt vastmaken aan het oor. Maar iedere kenner weet dat het op die manier nooit goed kan aansluiten op het gezicht.”

En dan heb je nog CO2-afvoer, gezichtsvorm en baardgroei

Filterperformance, inwaartse lekkage – het is niet het enige waar een inkoper aan moet denken. “Stel, jij hebt zo’n masker op”, zegt De Winter. “En je werkgever verlangt dat je je flink inspant. Dan zie je in dat masker al gauw een hoge concentratie CO2. Waar blijft dat? Hoe voer je dat af? Dat zijn vragen waar je wel over na moet denken. Daarbij krijg je te maken met verschillende gezichtsvormen; in het ideale geval zou je daar je masker op moeten afstemmen. En o ja, heb jij net je baard laten staan? Vergeet het dan maar. Want om de werking van een beschermend masker te garanderen, moet je glad zijn geschoren.”

Als inkoper altijd overleggen met veiligheidskundige

Terug naar de vraag hierboven: hoe weet de inkoper of de maskers inderdaad aan alle kwaliteitseisen voldoen? Dat is lastig, zegt De Winter. “Je zou op zoek moeten gaan naar het merkteken en ook het nummer van de Notified Body (controlerende instantie). Als dat ontbreekt, is er duidelijk iets niet in de haak. Los daarvan zou ik als inkoper altijd overleggen met de veiligheidskundige. En benader de vraag altijd op de veiligheidskundige manier: wat zijn de risico’s binnen je bedrijf, en wat zijn de oplossingen die daarbij horen?”

Tekst | Peter Passenier

Bron: Arboonline.nl – NVVK.nl