Tekort aan mondkapjes, is hergebruik een optie?

Het aantal coronagevallen blijft oplopen. Steeds meer mensen belanden op de intensive care. Dus stijgt ook de vraag naar mondkapjes – en juist die zijn schaars geworden. Moeten ziekenhuizen duurdere apparatuur aanschaffen door het tekort aan mondkapjes? Of is hergebruik van maskers een optie?

Het lijkt een mooi initiatief, gedetineerden in gevangenissen omscholen. Niet langer produceren zij verwarmingsbeugels of inloopmatjes, zij zetten zich aan de productie van mondkapjes. Want in deze crisistijden en bij een tekort aan mondkapjes zijn die heel hard nodig.

Drie minuten applaudisseren voor onze hardwerkende criminelen dus? Misschien is dat voorbarig. Luister naar hoger veiligheidskundige Jos Putman. “Het gaat hier om simpele ‘selfmade’ maskers, zoals de eenvoudige mondkapjes die mensen massaal gebruiken in bijvoorbeeld Azië. Ze worden op dit moment ook gefabriceerd in ziekenhuizen en zorginstellingen, maar zijn hoogstens nuttig tegen luchtvervuiling. Niet tegen het coronavirus.”

Er schijnen zelfs patronen in omloop te zijn waarmee mensen bij een tekort aan mondkapjes zelf maskers kunnen naaien van katoen. Daarin schuilt een groot gevaar. Katoen is juist een voedingsbodem voor bacteriën. Dat zorgt niet alleen voor schijnveiligheid, maar ook voor levensgevaarlijke gezondheidssituaties.

Aansprakelijkheid

Het zelf produceren en hergebruik van maskers is dus een riskante zaak. Voor de medewerker, maar ook voor de werkgever. “Stel dat een werknemer in het ziekenhuis zo’n masker draagt dat volgens een zelfbedachte methode is gereinigd of geproduceerd”, zegt Putman. “En stel dat zo iemand een ernstige besmetting oploopt. Dan kunnen ziekenhuizen productaansprakelijk gesteld worden als zijnde de fabrikant van het masker. Dit is geregeld via onder meer de EU Richtlijn 2001/95/EG voor productveiligheid.”

Dreigend tekort aan mondkapjes voor zorgpersoneel

Jammer, want die gedetineerden en zorgmedewerkers werken wel degelijk aan een reëel probleem. Nu de intensive cares in Nederland volstromen met coronapatiënten, dreigt er namelijk een tekort aan mondkapjes voor het verplegend personeel.

“Veel van die maskers worden geproduceerd in China”, zegt Putman, “en juist dat land is natuurlijk hard getroffen. Verder zie je dat veel landen de export hebben stilgelegd. Duitsland maakt dan nog een uitzondering voor Nederland, maar de stroom uit Frankrijk is helemaal opgedroogd. Daar komt nog bij dat consumenten en ook bedrijven die mondkapjes massaal hamsterden. En veel voorraden worden strategisch vastgehouden.”

Is hergebruik van mondkapjes een serieuze optie?

Een dreigend tekort aan mondkapjes dus. Daarom is het logisch dat zorgmedewerkers zich afvragen of hergebruik van mondkapjes mogelijk is. En sommigen van hen zoeken het antwoord op die kapjes zelf. “Op bepaalde maskers zie je de letter R, bij andere de letters NR”, zegt Putman.

“Het eerste staat voor reusable, het tweede voor non reusable. In dat laatste geval is het duidelijk: die kapjes moet je na gebruik gewoon weggooien. Ze zijn van binnen helemaal vochtig geworden, zitten vol met virussen en bacteriën en als je ze gaat verhitten, zullen ze vervormen. Reinigen met alcohol is volgens de fabrikant ook geen optie. Dat tast de statische eigenschappen van zo’n masker ernstig aan. De beschermende werking daalt dan naar bijna nul.”

Maskers uit China

Het lijkt goed nieuws: de stroom aan Chinese mondkapjes lijkt weer op gang te komen. Op 21 maart arriveerde een lading van 690.000 stuks op Schiphol. Het is de eerste levering van een miljoenenorder – maar Putman is er niet enthousiast over. “Wat ik hier tot nu toe van gezien heb, stemt niet altijd vrolijk. Maskers geven alleen voldoende bescherming als ze voldoen aan de norm EN 149:2001+A1:2009. Het gaat dan om zogenoemde FFP2 en FFP3 maskers. Maar bij die nieuwe levering zie je dat de meegeleverde documenten soms niet kloppen. Zo nu en dan ontbreken geldige certificaten of testrapporten. Bij inkoop en import van maskers is het van belang dat dit vanuit compliance wordt beoordeeld, om mogelijke fraude te voorkomen.”

Dat is volgens Putman niet alles. “Je moet weten, maskers zijn er in twee soorten: de maskers die bescherming bieden aan de gebruiker (PBM), en de maskers die juist verhinderen dat de drager zijn virussen verspreidt onder anderen (de chirurgische maskers). En de maskers die nu worden geleverd, behoren helaas vaak tot die laatste categorie. Straks wordt Nederland overspoeld met mondmaskers waar we weinig tot niets aan blijken te hebben.”

Zijn maskers waar reusable op staat echt herbruikbaar?

En hoe zit dat met maskers die zijn gemerkt met een R? Zijn die inderdaad reusable? Putman twijfelt. “De classificaties R en NR zijn vooral bedoeld voor gebruik in een industriële omgeving. Het is de vraag of je die maskers zo goed kunt reinigen dat ze weer beschermen tegen virussen. Het RIVM heeft recentelijk een test uitgevoerd met waterstofperoxide, en sommige media meldden dat zo’n masker daarna weer goed functioneerde. Maar er ligt een belangrijke kanttekening. Het RIVM deed alleen een fitnesstest: het testte de maskers na de reiniging uitsluitend op inwaartse lekkage en dat is niet voldoende. Als je een goed beeld wilt krijgen, moet je een gebruikt masker na reiniging op dezelfde manier keuren en testen als een product dat voor het eerst op de markt verschijnt. Dus volgens de norm EN 149:2001+A1:2009.”

Hergebruik dubieus, twee betrouwbare alternatieven

Hergebruik is dus een glibberig terrein. Maar zijn er nog alternatieven om het tekort aan mondkapjes op te lossen? Volgens Putman liggen er twee alternatieven, ieder met voor- en nadelen.

Halfmasker met filterbussen

“Allereerst zou je kunnen kiezen voor halfmaskers met filterbussen. Die zien er aanzienlijk robuuster uit dan de gebruikelijke mondmaskers, maar ze zijn redelijk comfortabel. Na gebruik moet  je ze wel professioneel laten reinigen met een reinigingsproduct dat door de fabrikant wordt meegeleverd. Ze gaan lang mee en de beschermzekerheid is groter dan die van een gewoon masker. Echter, mensen moeten natuurlijk wel de discipline opbrengen om dat masker na gebruik ook grondig te reinigen. En daar moet je wel de juiste kennis voor hebben. Bovendien is het niet gemakkelijk om deze producten te krijgen, want ook hier schijnt een run op te zijn geweest.”

Motoraangedreven filterunit

Een laatste alternatief dan: sommige zorginstellingen gaan een stapje verder en werken met een motoraangedreven filterunit. Dat ziet er uit als een kruising tussen een duikerspak en een outfit voor astronauten, maar volgens Putman biedt het vele voordelen. “Je hebt een kap op je gezicht, en je draagt een motortje op je riem. Op dat motortje zit een filterbus en die sluist gefilterde lucht via een slang door naar het masker. Dat klinkt misschien als een heel gedoe. Maar mensen die acht uur per dag zijn aangewezen op adembescherming, zijn met zo’n kap beter af. Met een masker moet je in- en uitademen door een ventiel, en dat wordt op de duur heel vermoeiend. Maar gebruik je zo’n kap, dan krijg je je lucht in een continue flow, dankzij die motor.”

Maar helaas, ook deze vorm van adembescherming kent voor en nadelen. “Allereerst het goede nieuws”, zegt Putman. “Die motorunits zijn ook nu nog goed verkrijgbaar. Echter, ze zijn natuurlijk veel duurder dan een stapel mondkapjes, en zorginstellingen moeten een flink aantal van die units hebben staan om alle artsen en verpleegkundigen te voorzien. Daarnaast moet je ook genoeg geld opzij zetten voor reparatie en onderhoud. Al met al praat je dus over een totaal andere investering.” En deze unit moet na gebruik verwisseld en grondig gedesinfecteerd worden.

Auteur | Peter Passenier

Bron: Arboonline.nl