Nieuwe regels voor onderhoud van brandmeldinstallaties

Veel gebouwen in Nederland moeten zijn voorzien van een brandmeldinstallatie. En dat is niet alles: een dergelijke installatie moet ook regelmatig worden onderhouden. Het onderhoud is geregeld in de NEN-norm 2654-1. En juist die norm is de laatste jaren behoorlijk gewijzigd.

Stel, u bent belast met het onderhoud van de brandmeldinstallatie in een groot ziekenhuis. Geen eenvoudige klus, want die installatie bestaat uit maar liefst 10.000 melders, die u allemaal moet langsgaan en moet testen. Bovendien kunt u niet in alle ruimten zomaar binnenlopen. Sommige van die melders hangen immers in operatiekamers of in ruimten met chemicaliën. Hiervoor zult u aparte afspraken moeten maken. Alles bij elkaar kan dit onderhoud wel drie maanden duren.

Onderhoud mag deels digitaal

Althans, dit was de situatie tot 2015, toen kwam de wetgever met een aanpassing van NEN 2654-1, de norm die gaat over het onderhouden van brandmeldinstallaties. Niet langer is een onderhouder verplicht om alle componenten fysiek te testen, dat onderhoud mag nu ook deels digitaal. Via een laptop kan de onderhoudsdeskundige zien welke melders vervuild zijn en welke niet. Dat scheelt veel tijd.

Verschillende faciliteiten testen

En volgens Arno van Kruijsbergen van Copla is dat niet alles. “Als het goed is, stuurt die brandmeldinstallatie ook andere installaties aan, onder andere de alarmering van de BHV-organisatie. Om dat te testen, activeert de onderhoudsmonteur van achter zijn laptop bijvoorbeeld melder 144 in spreekkamer 18. En de vraag is dan: wordt die melding inderdaad doorgegeven aan de piepers die de BHV-ers bij zich dragen? Ook kun je nagaan of bij een alarmering automatisch de liften op de juiste wijze worden gestuurd. En of de deuren in de gangen, die normaal openstaan, werkelijk dichtgaan, zodat de brand en rook zich niet kunnen verspreiden naar andere compartimenten. Dat geeft mensen de tijd om te vluchten, en het geeft de BHV de kans om in actie te komen.”

Beperkingen aan digitaal testen

Maar Van Kruijsbergen voegt er onmiddellijk aan toe dat digitaal testen zijn beperkingen kent. “Er zijn problemen die je vanachter je laptop eenvoudigweg niet kunt waarnemen. In hotels gebeurt het soms dat bezoekers op een kamer toch stiekem willen roken. Dat activeert mogelijk de brandmeldinstallatie,  daarom plakken ze de brandmelder af met een plastic zakje of een rubberen handschoen. Vervolgens vergeten ze dan om die er weer af te halen en zal de melder  niet meer functioneren. Een andere mogelijkheid: de brandmelder was goed geïnstalleerd, maar totdat de indeling van de ruimte werd veranderd waardoor mogelijk de brandmelder niet meer juist en tijdig kan detecteren. Dat soort dingen kun je vanaf je laptop eenvoudigweg niet zien.”

Ook beperkt fysiek inspecteren

De oplossing, toch een fysieke inspectie, maar dan beperkt. “Alleen zo weet je zeker dat er niets afwijkends aan de hand is”, zegt Van Kruijsbergen. “Tijdens zo’n inspectie kun je de brandmelder onderwerpen aan een visuele inspectie, maar tegelijk test je de functionaliteit. Dat doe je met een zogenoemde teststok, die je tegen de brandmelder houdt. Wat die stok precies doet, hangt af van het soort brandmelder. Werkt die op rook, dan zorgt de stok voor rookontwikkeling. En in het geval van een warmtemelder, produceert de stok de benodigde temperatuur.”

Onderhoudsplan

Een digitale inspectie is dus niet altijd voldoende. Bovendien is hij alleen toegestaan als de organisatie voldoet aan een voorwaarde: ze moet de beschikking hebben over een zogenoemd onderhoudsplan. “Ook dat is geïntroduceerd in 2015″, zegt Van Kruijsbergen. “Het is een soort handboek waarin een organisatie een aantal zaken vastlegt. Bijvoorbeeld hoe vaak de installatie wordt getest, of dat digitaal gebeurt of fysiek, en wie die test uitvoert. Let op, een bedrijf dat brandmeldinstallaties onderhoud moet kennis hebben van de installatie, maar ook van het specifieke merk. Natuurlijk, de norm is altijd leidend, maar sommige fabrikanten gaan boven die norm uit, ze zijn nog een stukje strenger. Zij geven bijvoorbeeld aan dat het onderhoud aan hun installatie vaker moet worden uitgevoerd dan de norm voorschrijft. En in dat geval moet een gebouweigenaar zich daar ook aan houden. Een voorbeeld van een onderhoudsplan staat in de vernieuwde NEN 2654-1.”
Beheer

Efficiënter testen

Met de nieuwe norm in zijn hand, boekt de Beheerder Brandmeldinstallaties ook een voordeel, en dat zit hem in de vier-, acht- en twaalf maandelijkse testen. “Stel, een installatie heeft 20 groepen”, zegt van Kruijsbergen. “Vroeger moest een Beheerder dan iedere vier maanden een melder in iedere groep testen: gaven die nog een seintje aan bijvoorbeeld de BHV, en zetten ze de liften stil en de deuren open? Nu test diezelfde Beheerder maandelijks één groep, maar wel steeds een andere. En dat is natuurlijk veel minder werk.

Copla Opleiding & Training B.V.

Een brandmeldinstallatie moet alleen een brandalarm geven bij een echte brand maar moet dat vooral niet doen als er van een echte brand geen sprake is. Onechte en ongewenste brandmeldingen zorgen voor de nodige overlast en kan het zijn dat bij een echte brand de gebruikers van een pand niet acuut reageren als dit regelmatig voorkomt. Bovendien, als de brandweer een paar keer voor niets is langs geweest, krijgt de gebouweigenaar gegarandeerd problemen. Volgens Van Kruijsbergen komt deze problematiek tijdens de opleidingen van Copla naar voren. “Wij leggen tijdens onze opleidingen niet alleen de nadruk op het ontwerpen en aanleggen van brandmeldinstallaties, maar ook op het onderhoud en beheer ervan. Daarbij kijken we naar praktijk voorbeelden. Enkele voorbeelden hiervan zijn;

Staat er in een ruimte een waterkoker, en functioneert die niet naar behoren doordat de opwarming niet stopt als het water op temperatuur is, gevolg hij blijft opwarmen, er komt dus veel damp/rook vrij. Dat kan de brandmeldinstallatie activeren. Hetzelfde geldt voor een tosti-ijzer – vooral als mensen die tosti’s even vergeten en laten aanbranden. De brandmelder ziet de vrij komende rook van de aangebrande tosti als brand en geeft een brandmelding. Tenslotte, ga je met het hele personeel gourmetten? Zorg er dan voor dat de brandmelder boven het gourmetstel zolang wordt gedeactiveerd. En dat je die melder weer aanzet zodra het feest is afgelopen.” De cursisten die bij Copla een opleiding volgen wordt, afhankelijk van de gekozen opleiding, geleerd hoe ze een brandmeldinstallatie moeten ontwerpen, installeren, onderhouden en beheren.

Arno van Kruijsbergen, een ervaren Inspecteur Brandmeldinstallaties en Ontruimingsalarminstallaties | Brandbeveiliging | Normcommissie NEN 2535 | Kruijgen B.V. | Brandveiligheid Inspecties | Docent Brandmeldinstallaties heeft aan dit artikel meegewerkt.
Brandmeldinstallatie cursus volgen? Bekijk hier onze opleidingen die wij geven op het gebied van brandmeldinstallaties.

Dit artikel is geschreven door Peter Passenier voor het magazine Brandveilig.com, Vakmedianet.