Infobladen brandveiligheid geactualiseerd

Recent zijn acht infobladen op brandveiligheidsgebied geactualiseerd, onder andere aan het Bouwbesluit 2012. In dit artikel worden twee van deze infobladen op het gebied van vluchten bij brand nader voor het voetlicht gehaald.

SBRCURnet heeft in de loop van de jaren een groot aantal infobladen gepubliceerd. Dit zijn gratis online publicaties met praktijkgerichte instructies en checklists, onder andere op het gebied van brandveiligheid.

Infoblad 470: Maximale loopafstand tot uitgang subbrandcompartiment

Het Bouwbesluit 2012 heeft wat betreft brandveiligheid twee centrale doelstellingen, namelijk beschermen van personen en voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander pand.
Een belangrijk punt bij de eerste doelstelling is te voorkomen dat personen die in het pand aanwezig zijn veilig kunnen vluchten door een ruimte die met (giftige) rook is gevuld. Aannemende dat mensen in staat zijn maximaal 30 seconden met ingehouden adem door een subbrandcompartiment met rook te lopen met een snelheid van 1 m/s, volgt een loopafstand die niet groter is dan 30 m.

Voor gebruiksfuncties met minder personen per oppervlak dan bijvoorbeeld woonfuncties gelden andere maximale loopafstanden. Zo mag de maximale loopafstand 60 m zijn in bijvoorbeeld winkels of industriepanden, vooropgesteld dat er minder dan 1 persoon per 30 m2 aanwezig is. De vermelde maximale loopafstand geldt voor nieuwbouw; voor bestaande bouw en verbouw gelden andere waarden, voor de woonfunctie bijvoorbeeld geldt dan 45 m.

‘De vermelde maximale loopafstand geldt voor nieuwbouw; voor bestaande bouw en verbouw gelden andere waarden, voor de woonfunctie bijvoorbeeld geldt dan 45 m’

Het infoblad geeft een uitgebreide uitleg over de berekening (bij nieuwbouw) van de maximaal toegestane loopafstand en de gecorrigeerde loopafstand. Dit is een denkbeeldige lijn van het verste punt in een verblijfsruimte tot aan de uitgang van het subbrandcompartiment (maximaal uitbreidingsgebied voor rook). Al dan niet dragende wanden en de scheiding tussen gebruiksgebied en verkeersruimte binnen een subbrandcompartiment zijn bepalend voor de gecorrigeerde loopafstand. Voert die denkbeeldige looplijn door een gebruiksgebied zoals een woonkamer, dan moet de lengte ervan worden vermenigvuldigd met een factor 1,5. Als de vluchtroute over trappen voert, maakt een te berekenen klimlijn over de trap daarvan deel uit.

De hierboven beschreven gecorrigeerde loopafstand voert dus tot aan de uitgang van een subbrandcompartiment, zoals de voordeur van een woning of de rookpui in een kantoorgebouw. Als de uitgang van het subbrandcompartiment de enige vluchtroute is en niet het aansluitende terrein, dan moet de verdere vluchtroute voldoen aan de eisen voor een beschermde of extra beschermde vluchtroute. Vanaf daar gelden ook weer maximale loopafstanden tot de volgende uitgang van die vluchtroute. Dit is afhankelijk van de status van de vluchtroute en de gebruiksfunctie waardoor die vluchtroute voert.

Infoblad 247: Veilig vluchten uit een woning

Een brand in een hedendaagse woning kan zich veel sneller ontwikkelen dan in het verleden. In moderne interieurs worden veel kunststoffen en schuimen toegepast in bijvoorbeeld matrassen, meubels en gordijnen. Deze materialen zijn veel brandbaarder dan de materialen die in de meubels van enkele decennia geleden werden gebruikt. Zijn er geen brandvertragende materialen toegepast, wat wettelijk niet verplicht is, dan moet hiermee rekening worden gehouden. Een brand zal zich sneller ontwikkelen en de (giftige) rook kan zich snel door een woning verplaatsen als bijvoorbeeld de deuren tussen de verschillende vertrekken open staan. Daarom is het van groot belang dat bewoners bij een beginnende brand snel gewaarschuwd worden.

Rookmelders

Deze apparaten zijn bij bestaande bouw wettelijk niet verplicht (desalniettemin wel wenselijk!), maar bij nieuwbouw moeten ze worden aangebracht in alle ruimten die gepasseerd worden na het verlaten van een verblijfsruimte; in de praktijk meestal een overloop of een gang.
In studentenwoningen (woonfunctie voor kamergewijze verhuur) geldt dat als een wooneenheid/studentenkamer wordt uitgevoerd als beschermd subbrandcompartiment (30 minuten brandwerende wooneenheden binnen de totale woning, alleen alle ruimten die tot aan de uitgang gepasseerd worden na het verlaten van de wooneenheid, moeten worden voorzien van rookmelders. Zijn de studentenkamers niet brandwerend uitgevoerd, dan moeten ook in de studentenkamers zelf rookmelders worden aangebracht.

Voor het plaatsen van rookmelders is NEN 2555 van kracht. Daarin staat onder andere dat rookmelders bij voorkeur aan het plafond moeten worden aangebracht, en dat voor elke 80 m2 bewakingsoppervlak een rookmelder nodig is. Rookmelders moeten werken op het elektriciteitsnet en daarnaast – met het oog op de bedrijfszekerheid – zijn voorzien van een batterij. Het plaatsen van een rookmelder in of nabij een keuken of badkamer is niet verstandig, want stoom en vocht in de lucht worden niet onderscheiden van rookdeeltjes en kunnen een vals alarm tot gevolg hebben.
Om te zorgen dat rookmelders overal voldoende hoorbaar zijn, kan het noodzakelijk zijn om de rookmelders onderling te koppelen.
In gebouwen met een zorgfunctie en waar patiënten wonen, gelden verscherpte eisen. Hier is een brandmeldinstallatie vereist. Het is dan niet nodig om tevens rookmelders aan te brengen.

‘Rookmelders moeten werken op het elektriciteitsnet’

Overzicht
Het volledige overzicht van geactualiseerde infobladen op brandveiligheidsgebied vindt u hierna. Deze zijn gratis te downloaden vanaf www.sbrcurnet.nl:  342, 100, 466, 467, 468, 469, 470 en 247

Bron: Dit artikel schreef Aad van den Thoorn en is gepubliceerd in Brandveilig 05/ 2015.