IJzervlechter en metselaar vaker ziek, jongeren ruim een week langer

Stratenmakers en ijzervlechters zijn relatief vaak en lang ziek. Werkvoorbereiders laten het zelden afweten. Dat blijkt uit een rapport van het Economisch Instituut voor de Bouw. Maar een andere conclusie is misschien wel veel opmerkelijker…

Ziekteverzuim, welk bouwbedrijf heeft er geen last van? Toch lijkt het langzaam weer iets beter te gaan. Sinds de crisis dalen de totale verzuimgemiddelden, al komt dat volgens het EIB grotendeels door de toename van kantoorpersoneel, uitvoerders en werkvoorbereiders. Precies. Zij zijn minder vaak ziek.

In Drenthe en Limburg heb je als metselaar, stukadoor of timmerman meer kans om ziek te raken dan in andere delen van het land. In Zeeland en Flevoland is het verzuim een stuk lager.

Top tien meest ‘zieke’ beroepen in bouw  (Bron EIB)

  1. IJzervlechters
    2. Stratenmakers
    3. Metselaars
    4. Minder geschoolden
    5. Machinisten
    6. Uitvoerders
    7. Kaderpersoneel
    8. Administratie
    9. Calculators
    10. Werkvoorbereider

UTA-personeel

Van alle mensen die op bouwplaatsen werken, hebben vooral ijzervlechters relatief snel last van allerlei kwaaltjes. Zij worden op de voet gevolgd door stratenmakers en metselaars die ook geregeld langdurig thuiszitten.

Als het gaat om UTA-personeel laten uitvoerders vaker en langer verstek gaan.

Het gemiddelde ziekteverzuimpercentages is zoals gezegd wel gedaald. Om precies te zijn van 4,4 procent in 2016 naar 4,2 procent in 2017.

55-plus

Ouderen bouwers zijn weer vaker en langer ziek dan jongeren. Het verzuim onder 55-plusser ligt zelfs ruim drie keer hoger dan vakmannen van tussen de 25 en 29 jaar.

De meest opvallende conclusie van het rapport is misschien wel dat de gemiddelde verzuimduur onder jongeren flink is toegenomen vergeleken met 2016: van 13,4 dagen naar 22,9 dagen in 2017, ruim een week langer dus. Waardoor dat komt, is onduidelijk.

Bron: Cobouw.nl