Defensie heeft zijn veiligheidsmanagement onvoldoende op orde

Defensie heeft zijn veiligheidsmanagement onvoldoende op orde. Dat blijkt uit het eindrapport “Het moet en kan veiliger!” van de commissie-Van der Veer dat vrijdag aan de Tweede Kamer is aangeboden. De commissie concludeert dat de militaire en politieke top te weinig aandacht besteedde aan de veiligheid en dat de organisatie onvoldoende leert van gemaakte fouten. Met permanente bijscholing en een onafhankelijke interne toezichthouder moet dat worden verbeterd.

Kwartiermaker

De commissie, onder leiding van voormalig Shell-topman Jeroen van der Veer  is ingesteld naar aanleiding van de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) inzake het mortierongeval in Mali op 6 juli 2016 waarbij twee militairen omkwamen en een derde ernstig gewond raakte. Op verzoek van het ministerie van Defensie heeft de commissie onderzoek gedaan naar de werkwijzen die de door de OvV geconstateerde tekortkomingen mogelijk hebben gemaakt en te beoordelen of er op enig moment sprake is geweest van nalatig en/of verwijtbaar handelen. ‘Het rapport van de commissie-Van der Veer bevestigt, voortbouwend op het rapport van de OvV, dat Defensie het veiligheidsmanagement onvoldoende op orde heeft en dat het dringend structureel moet worden verbeterd’, aldus defensieminister Bijleveld. Inmiddels is een kwartiermaker aangesteld die de instelling van een onafhankelijk toezichthouder veiligheid bij Defensie voorbereidt, overeenkomstig de aanbevelingen van de commissie.

Gedrag en cultuur

‘Het verbeteren van het veiligheidsmanagement vraagt niet alleen om structurele veranderingen, maar nadrukkelijk ook om een gedrags- en cultuurverandering’, aldus Bijleveld. ‘Dit geldt voor iedereen bij Defensie, van hoog tot laag. En het betekent ook dat er voortdurende aandacht voor veiligheid nodig is van alle leidinggevenden. De zorg voor veiligheid moet een onderdeel worden van het DNA van Defensie. Deze gedrags- en cultuurverandering vergt tijd en vooral volharding. We realiseren ons dat we hiermee onmiddellijk moeten beginnen.’

Bedrijfsveiligheid

De commissie concludeert dat Defensie op het gebied van bedrijfsveiligheid onvoldoende “in control” is. Dat geldt voor zowel de beheersing van risico’s als het voorkómen van herhaling. Veiligheid is onvoldoende onderdeel van de strategie, de structuur, het systeem en de cultuur van de organisatie om een veilige taakuitvoering te waarborgen. Over het lerend vermogen van Defensie oordeelt de commissie dat er geen sprake is van een sluitende leercyclus. Dit alles betekent volgens de commissie overigens niet dat werken bij Defensie zonder meer onveilig is. Er is volgens de commissie sprake van “praktische veiligheid”. Dit is veiligheid die voortkomt uit het volgen van procedures, oefenen, trainen, ervaring van oudere medewerkers en met gezond verstand omgaan met gevaarlijke situaties. Maar deze biedt onvoldoende waarborgen voor risicobeheersing die bij een professionele organisatie als Defensie hoort.
‘Defensie moet onder ogen zien dat het veiligheidsmanagement bij Defensie op organisatieniveau is tekort geschoten en dat het mortierongeval in Mali daarmee samenhangt. Dat is een harde en duidelijke conclusie’, constateert Bijleveld.

Lees ook onderstaande nieuwsberichten van Rijksoverheid.nl;

Kamerbrief met aanbieding eindrapport commissie-Van der Veer

Defensie krijgt onvoldoende voor bedrijfsveiligheid

Bron: Sdu HSE