Bom onder bouwregelgeving en private Europese normen

De Europese Commissie dreigt af te stappen van private normen voor het testen van bouwproducten. Normalisatie-instituut NEN en het ministerie van Binnenlandse Zaken houden hun hart vast. “Sommige bouwproducenten zijn nu al de dupe”, zegt Dirk Breedveld namens het ministerie.

Wie betaalt bepaalt. Heel kort door de bocht geldt dat ook voor het maken van normen van bouwproducten. Grote, machtige bedrijven die baat hebben bij die normen praten mee, betalen daar ook voor, leveren capaciteit en kunnen invoering van normen zelfs vertragen als ze het er niet mee eens zijn. Mkb-bedrijven, maar ook innovatieve bedrijven beklagen zich daar vaker over. Zij ervaren dat hun producten soms de dupe worden van deze bepalingsmethoden en vinden dat oneerlijk, omdat vanuit wetgeving vaker naar normen wordt verwezen.

Langzaam maar zeker begint ook de Europese Commissie op deze manier te denken. Europa gaat zelfs zo ver dat het al op zoek is naar een alternatieve route voor het maken en financieren van bepalingsmethoden, waarmee de prestaties van bouwproducten, zoals brandveiligheid, isolatiewaarden of constructieve veiligheid kunnen worden bepaald. In dat geval bepalen onafhankelijke deskundigen rekenmethoden en staat de industrie buitenspel.

Grote problemen

Dirk Breedveld, die vroeger werkte voor NEN en tegenwoordig actief is bij het ministerie van Binnenlandse Zaken hoopt met NEN op een andere afloop. In een brief aan de Europese Commissie laten de twee partijen weten dat ze hopen dat er snel een oplossing komt waarmee zowel de Europese Commissie als de bouwproductenindustrie kan leven.

“De industrie heeft hier nu al last van. Die weet niet waar het aan toe is”, zegt Breedveld. “En in sommige gevallen geldt dat ook al voor het bevoegd gezag en bouw- en woningtoezicht bij gemeenten. Door de impasse die al ongeveer een jaar duurt wordt er sinds mei 2019 geen enkele nieuwe testmethode toegelaten. Daardoor kan de brandwerendheid van een binnendeur bijvoorbeeld niet worden getest. Zo zitten er nog een stuk of 19 nieuwe normen in de pijplijn.”

Vrijheid van handelsverkeer

Zonder geharmoniseerde norm, kun je als fabrikant geen CE-markering krijgen voor een product. Dat maakt het verhandelen van producten over de grens lastig. “Maar de 444 testmethoden, die werden toegepast voor de discussie losbarstte, zijn nog wel geldig”, vult Breedveld aan.

Hij vergelijkt het complexe issue met een geschil tussen Knooble, NEN en het ministerie jaren geleden. Knooble vond het destijds vreemd dat er voor normen (lees het kunnen voldoen aan wetgeving in het Bouwbesluit) betaald moest worden, terwijl er aan voldoen een wettelijke verplichting was.

Norm als wet

Ook de discussie op Europees niveau is aangewakkerd door een aantal rechtszaken en uitspraken, zegt Breedveld, waaronder de zogeheten James Elliot Construction Case. “De Europese Commissie legt die zo uit dat de testmethoden van CEN (het Europese NEN) deel uitmaken van het publiekrechtelijk bestel en onderdeel zijn van wetten. Als dat zo is moeten normbladen dus aan dezelfde eisen voldoen als wetten en dat is nu dus niet het geval, vindt de Europese Commissie.”

De huidige normen moeten als het ware worden opgeschoond, gaat hij door. “Vanuit een norm verwijzen naar andere normen mag niet meer. En verwijzen naar oudere mandaten is ook niet meer toegestaan. Er zijn ook bepaalde grenswaarden in omloop die volgens Europa eigenlijk niet meer mogen.” Het is niet zo dat het Europese normalisatie-instituut helemaal niet wil meebewegen, vervolgt de ambtenaar. “Maar CEN wil zich ook niet helemaal de wet laten voorschrijven. Zij is immers een privaatrechtelijke organisatie.”

Commerciële belangen

Breedveld vermoedt dat de Europese Commissie opkomt voor het mkb-bedrijf. “Ik denk dat ook zij zien dat grote bedrijven die investeren in normen daar baat bij hebben. Expliciet wordt dit echter niet zo uitgesproken door de Commissie, maar ik denk wel dat dit meespeelt. Het is gewoon een feit dat grote industrieën veel macht hebben om testmethoden op te stellen of te vertragen als het ze niet uitkomt. Hoe het ministerie hier tegenaan kijkt? Met 17 lidstaten vinden wij dat standaardisatie snel back on track moet. Wij vinden dat normalisatie 30 tot 40 jaar een belangrijke rol heeft gespeeld bij wetgeving over bouwproducten. Bij de industrie zit ook gewoon veel technische kennis. Zeker met het oog op CO2-reductie moet je draagvlak hebben in de markt.”

Breedveld zegt de bezwaren tegen het huidige systeem wel te begrijpen. Hij denkt ook dat de kwaliteit van private normen beter kan. “Maar met het ministerie van Economische Zaken zetten we alles op alles om het normalisatiesysteem toch te kunnen blijven gebruiken in de wet- en regelgeving. Als je alleen externe deskundigen inschakelt voor het maken van testmethoden heb je ook geen garantie dat je tot een methodiek komt, waar de industrie mee kan werken.”

Hij heeft goede hoop dat er snel meer duidelijkheid komt. “Binnenkort is Duitsland voorzitter van de Europese Unie. Dat land heeft dit hoog op de agenda staan. Misschien dat er dan ook een andere wind gaat waaien.” Zijn NEN-verleden komt NEN nu wel uit, geeft hij toe. “Daar zijn ze wel blij dat ik bij Binnenlandse Zaken zit.”

Bron: Cobouw.nl