Boete van 400.000 euro en gevangenisstraffen vanwege blootstelling aan kankerverwekkende stof

Jarenlang werden ten minste 81 medewerkers van een onderneming uit Emmen volgens het OM blootgesteld aan de kankerverwekkende stof formaldehyde. Uit verschillende meetrapporten tussen 2008 en 2017 zou zijn gebleken dat de blootstelling ruim boven de gestelde grenswaarden uitkwam. In de rechtbank in Zwolle eiste het OM vandaag onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en een boete tegen drie verdachten. Het OM verwijt verdachten van het opzettelijk overtreden van regels van de Arbeidsomstandighedenwet met betrekking tot het werken met formaldehyde bevattende lijm en het feitelijk leidinggeven daaraan. Het OM vond dat het bedrijf en haar leidinggevenden, twee mannen van 50 en 58 jaar, niet voldoende hadden gedaan om te voorkomen dat medewerkers mogelijke risico’s liepen op blootstelling aan schadelijke stoffen (formaldehyde) tijdens het arbeidsproces. Volgens de officier wisten verdachten van de overschrijding van de grenswaarden: “Zij hebben de werknemers niet geïnformeerd en geen maatregelen genomen om de blootstelling te voorkomen of te verminderen.”

Formaldehyde

Formaldehyde is stof die in verschillende producten kan voorkomen. Bij het verdachte bedrijf kwam de stof voor in een lijmproduct dat op de glasafdeling werd gebruikt. De stof staat sinds 1 januari 2016 als kankerverwekkend geregistreerd en daarvoor als verdacht kankerverwekkend. Formaldehyde kan kanker in de neus en luchtpijp en mogelijk leukemie veroorzaken. Daarnaast kan het verschillende gezondheidsklachten veroorzaken, irritaties en ontstekingen van de oogslijmvliezen en de bovenste luchtwegen komen vaak voor.

Start onderzoek

De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW) ontving op 23 mei 2017 een melding van een werkneemster van het bedrijf. Ze meldde dat zij tijdens haar werk was blootgesteld aan een groene kleurstof. Op 18 juli 2017 werd een inspectie door ISZW uitgevoerd en hieruit kwam naar voren dat werknemers werden blootgesteld aan diverse gevaarlijke stoffen. Op de glasafdeling werd glas gesmolten en in dat proces werd gebruik gemaakt van lijm die formaldehyde bevat. Uit metingen die waren verricht op de glasafdeling kwam naar voren dat werknemers werden blootgesteld aan te hoge waardes van formaldehyde.

Meetrapporten

In opdracht van verdachten werden in de jaren 2008 tot en met 2017 er diverse meetrapporten opgemaakt. Zo bleek uit een meetrapport uit 2008 dat de grenswaarden op de glasafdeling werd 3,7 tot 4,7 keer overschreden. Uit een later onderzoek bleek zelfs dat bij persoonsgebonden metingen bij twee medewerkers de overschrijdingen werden vastgesteld tussen 10,8 en 22,7 keer de grenswaarde formaldehyde. In de verschillende rapporten werd volgens de officier aanbevolen onderzoek te doen naar vervanging door een lijm met minder schadelijke componenten, verbetering van de ventilatie in de hal en het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen. Uit het onderzoek van de ISZW bleek verder dat de kennis van de medewerkers met betrekking tot het gebruik van en de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen minimaal was. Medewerkers bleken soms geen handschoenen te dragen en slechts soms een stofmasker De officier sprak in de rechtszaal zijn vermoeden uit dat verdachten hadden gehandeld uit oogpunt van kostenbesparing.

Ernst van de feiten en strafmaat

Bedrijven die werken met schadelijke stoffen hebben vanwege hun bedrijfsactiviteiten een grote verantwoordelijkheid. Zij zijn verplicht de regels scherp na te leven en werknemers niet onnodig bloot te stellen aan onveilige werkomstandigheden of gezondheidsrisico’s. Het OM vindt dat het gaat om ernstige verwijten. “Over de periode 1999 tot en met 2017, zijn er door verdachten waarschuwingssignalen in verband met blootstelling van het personeel aan formaldehyde in de wind geslagen. Deze signalen kwamen uit verschillende aanbevelingen, rapportages en metingen. Er is door verdachten geen blijk geweest van enige activiteit die er specifiek op gericht was om het personeel aan minder formaldehyde bloot te stellen.”, aldus de officier. Hij vond ook dat het verdachten aan adequaat leiderschap en toezicht ontbrak. Het OM eiste tegen het bedrijf een boete van 400.000 euro. Beide leidinggevenden hoorden een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, tegen zich eisen met een proeftijd van drie jaar.

De rechtbank maakt later bekend wanneer zij uitspraak doet.

Bron: Openbaar Ministerie