Betonpompwagen kantelt: dood door schuld

“We werken altijd zo en er gebeuren bijna nooit ongelukken.” Maar misschien had iemand hier toch de gebruikshandleiding van de betonpompwagen moeten lezen. Of een bodemberekening moeten maken. Want de tol van deze nalatigheid is de dood van een werknemer.

Begin oktober 2016 arriveert ’s morgens vroeg een betonpompwagen met beton voor de fundering van nieuwe stallen. De wagen wordt ondersteund door stempels die op platen staan. Bij het begin van het storten – als de distributiemast een lengte heeft van ongeveer 45 meter – breken twee van de drie kunststof onderlegplaten onder één steunvoet af. Daarop zakt die steunvoet de grond in, waardoor de voorkant van de betonpompwagen omhoog komt. Als gevolg daarvan klapt de distributiemast plotseling met kracht naar beneden. Daarbij raakt de mast een 53-jarige werknemer van de opdrachtgever. Die staat daar om via de eindslang de betonstroom te reguleren. De man is vrijwel op slag dood.

Betonbedrijf wijt ongeval aan steunplaten leverancier

Het betonbedrijf acht de opdrachtgever verantwoordelijk voor de grond waarop de betonwagen steunt. Want instorten van de giek is nog nooit gebeurd. Het bedrijf wijt het ongeval daarom aan de steunplaten die de leverancier van de wagen heeft bijgeleverd en vervangt die na het ongeval. Het OM vervolgt het betonbedrijf. Ten eerste wegens (kortweg) overtreding van artikel 2.29 Arbobesluit (het niet aanstellen van een coördinator). En ten tweede wegens dood door schuld, begaan door een rechtspersoon (artikel 51 en artikel 307 Wetboek van strafrecht).

Betonbedrijf verantwoordelijk voor veilige betonpompwagen

De rechtbank ziet geen strafrechtelijke overtreding van artikel 2.29 Arbobesluit, omdat dit in artikel 9.9a Arbobesluit niet als strafbaar feit wordt genoemd. Het betonbedrijf is gezien zijn expertise verantwoordelijk voor het veilig functioneren van de betonpompwagen. Civielrechtelijke uitsluitingen in overeenkomsten en in de algemene voorwaarden en vermeldingen op de website zijn strafrechtelijk niet doorslaggevend. Strafbare feiten kunnen worden begaan door een rechtspersoon (artikel 51 Sr). Daarbij is van belang of die feiten in redelijkheid aan de rechtspersoon zijn toe te rekenen.

Beoordeling steunplaten zoals ‘gebruikelijk’: op het oog

De machinist werkte op de gebruikelijke wijze. Dit houdt in dat hij op het oog beoordeelt of het ondersteuningsmateriaal geschikt is voor de ondergrond. Deze aanpak is volgens de directeur “in de branche” gebruikelijk en zo werkt men ook na het ongeval nog steeds. Er is geen navraag gedaan naar de bodemdruk en evenmin heeft het bedrijf een berekening uitgevoerd. Daarnaast heeft niemand de gebruikshandleiding van de betonpompwagen gelezen.

De wagen stond op een natuurlijke ondergrond op standaard ondersteuningsmateriaal. Uit de gebruikshandleiding en de tabel op de wagen blijkt echter dat dit standaard materiaal ongeschikt is voor een natuurlijke ondergrond. Ook blijkt daaruit dat bij het gebruik van verkeerd ondersteuningsmateriaal levensgevaar voor personen kan ontstaan.

Aanmerkelijk onvoorzichtig, onzorgvuldig en nalatig gehandeld

Uit het Veiligheidshandboek en de opleiding Machinist Mobiele Betonpompwagen blijkt dat de machinist het draagvermogen van de ondergrond moet weten. Is dat niet het geval, dan moet hij uitgaan van de meest ongunstige situatie. Maar dat is niet gebeurd en daarmee zijn de veiligheidsnormen geschonden. Niet op grond van gedegen onderzoek, maar vanuit de gedachte dat “de praktijk nu eenmaal anders is dan de theorie”. En dat “we altijd zo werken en er zelden of nooit ongevallen zijn gebeurd”.

De rechter oordeelt dat het betonbedrijf aanmerkelijk onvoorzichtig, onzorgvuldig en nalatig heeft gehandeld. Hij veroordeelt het bedrijf overeenkomstig de eis tot een boete van 60.000 euro, waarvan 20.000 euro voorwaardelijk. Daarbij geldt een proeftijd van twee jaar.

Bron: Rechtbank Zwolle, 4 mei 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1668
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl
Bron: Arbooline.nl