Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving aangepast

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 oktober 2020, nr. 2020-0000129579, tot wijziging van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving in verband met na een overtreding getroffen maatregelen.

TOELICHTING

Met de onderhavige wijziging wordt expliciet gemaakt dat een bestuurlijke boete kan worden gematigd in het geval een overtreder ná de overtreding adequate maatregelen heeft genomen om dezelfde of soortgelijke overtredingen te voorkomen. Die mogelijkheid tot boetematiging is nu nog niet expliciet in de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving opgenomen.

Als een werkgever een overtreding heeft begaan, betekent dat niet automatisch dat hem een boete moet worden opgelegd. In situaties waarin verwijtbaarheid volledig ontbreekt bestaat geen grond voor boeteoplegging (artikel 5:41 Awb). Die situatie doet zich in elk geval voor indien de overtreder aannemelijk heeft gemaakt dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Aan dit uitgangspunt is invulling gegeven in artikel 1, elfde lid, van de beleidsregel. In deze bepaling zijn vier inspanningen beschreven die elk kunnen leiden tot matiging van de boete met 25% (de zogenoemde ‘matigingsgronden’). De beleidsregel laat onverlet dat dient te worden beoordeeld of de boete in het individuele geval evenredig is (artikel 5:46, tweede lid, Awb). In dit verband is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van oordeel dat ná een overtreding genomen maatregelen ter voorkoming van dezelfde of soortgelijke overtredingen van betekenis zijn voor de beoordeling van de evenredigheid van de boete.1 Overeenkomstig die rechtspraak wordt reeds beleid gevoerd, maar dat beleid is nog niet openbaar. Door het beleid nu vast te leggen in de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving, wordt het beleid openbaar.

Lees ook vooral de aanpassing van Het matigingspercentage

Wetten overheid