Arbobesluit en Warenwetbesluit machines wijzigt op aantal onderdelen

Het Besluit van 5 december 2018, houdende redactionele en beperkte beleidswijzigingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Warenwetbesluit machines is gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 465).

De wijziging is een zogenoemd verzamelbesluit, met in dit geval een aanzienlijk aantal uiteenlopende onderwerpen. Dit heeft voor werkgevers, werknemers en arboprofessionals geen regeldrukeffecten, aldus Tamara van Ark, staatssecretaris SZW. Met betrekking tot artikel I, onderdeel C en E (Uitbesteden van taken door certificerende instellingen) is sprake van een beperkte afname van regeldruk, doordat in het vervolg niet meer iedere onderaannemer of dochteronderneming aan alle eisen hoeft te voldoen die voor de aangewezen instelling zelf gelden.

Wijzigingen

Uitbesteden van taken door certificerende instellingen
Artikel I, onderdeel C en E (artikel 1.5b en 1.5c): Indien een certificerende instelling certificatietaken uitbesteedt aan een onderaannemer of door een dochteronderneming laat uitvoeren, informeert zij Onze Minister hierover.
Veiligheidsinformatiebladen in relatie tot gevaarlijke stoffen
Artikel 4.2: Na het achtste lid wordt een lid ingevoegd, luidende 9. De gevaarlijke stoffen, bedoeld in het tweede lid, worden opgenomen in een overzicht dat bij de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt gevoegd. Daarbij wordt per gevaarlijke stof een specifieke verwijzing opgenomen naar een voor die stof aanwezig Veiligheidsinformatieblad als bedoeld in artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PbEU 2006, L 39).

Aanvullende voorlichting en onderricht aan werknemers voor wie gevaar bestaat voor blootstelling aan asbeststof

  • Artikel 4.45a Aanvullende voorlichting: Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar voor blootstelling aan asbeststof bestaat, wordt doeltreffende voorlichting gegeven overa. mogelijke gevaren voor de gezondheid van blootstelling aan asbeststof; en b. de noodzaak van het toezicht op het asbestgehalte in de lucht en de daarvoor geldende grenswaarden.
  • Artikel 4.45b het opschrift komt te luiden: Aanvullend onderricht
  • Artikel 4.47c  een lid wordt toegevoegd: Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke bijzondere spoedeisende situaties de melding, in afwijking van het eerste lid, op een ander tijdstip kan plaatsvinden.
  • Artikel 4.54d een lid wordt toegevoegd: In afwijking van het zevende lid kan een persoon die werkzaam is als machinist en die in die hoedanigheid asbest verplaatst waardoor sprake kan zijn van werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, onderdeel b of c, zonder het certificaat vakbekwaamheid voor het verwijderen van asbest werkzaam zijn, mits:
    a. Hij onder voortdurend toezicht staat van een persoon die in het bezit is van het certificaat, bedoeld in het vijfde lid.
    b. Hij voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde nadere regels met betrekking tot de werkzaamheden, de machine en hemzelf.

Andere wijzigingen

Draagbare ladders
Artikel I, onderdeel AA (artikel 7.23a): Bij de publicatie van de wijziging van artikel 7.23a bij het Besluit van 19 september 2016, (Stb. 2016, 341) was een zinsdeel over het wegglijden van de voet van draagbare ladders weggevallen. Met deze wijziging wordt deze omissie hersteldArtikel 7.23a wordt gewijzigd: Onderdeel a komt te luiden:

  1. De steunpunten van draagbare ladders en trappen rusten op een stabiele, stevige en onbeweeglijke ondergrond van voldoende omvang, zodat de sporten horizontaal blijven.
  2. Het wegglijden van de voet van draagbare ladders en trappen tijdens het gebruik wordt tegengegaan door een van de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen:
  • 1°. Het vastzetten van boven- of onderkant van de ladderbomen.
    2°. Een adequate antislipinrichting.
    3°. Een andere, even doeltreffende maatregel.

Pauzes bij beeldschermwerk
Artikel I, onderdeel X (artikel 5.10) Het criterium van twee uur voor het onderbreken van beeldschermwerk vervalt. Deze absolute norm past niet bij de tegenwoordige variatie aan beeldschermwerk (tablet, mobiel, laptop, plaats/tijd onafhankelijk). Dit doet niet af aan de verplichting van de werkgever om het werk zodanig te organiseren dat beeldschermwerk periodiek wordt onderbroken. In samenhang met andere maatregelen moet daarmee langdurig zitten, oog- en stressklachten en de kans op klachten aan armen, schouders en nek tot een minimum worden beperkt. Mede op basis van advies Gezondheidsraad (2012) en bestaande instrumenten heeft TNO een beoordelingsinstrument ontwikkeld (Checklist Beter achter je schermen, BAS) waarmee maatwerk ondersteund wordt.

Hijsen en of heffen
Artikel II, onderdeel A (Warenwetbesluit machines). In Nederland wordt taalkundig onderscheid gemaakt tussen de woorden «hijsen» en «heffen». De in de Engelse en Duitse versie van artikel 2 (definitiebepaling) van de Machinerichtlijn (PbEU 2016, L 157) gebezigde termen «lifting» en «Hebevorgänge» omvatten echter zowel «hijsen» als »heffen». Ter voorkoming van misverstanden wordt in artikel 1, onderdeel e, aan «heffen» «hijsen» toegevoegd.

Handhaving landbouwspuitapparatuur
Artikel II, onderdelen B, C en D (Warenwetbesluit machines).Tot voor kort strekte de Warenwet slechts ter waarborging van de belangen van de volksgezondheid, veiligheid, eerlijkheid in de handel en goede voorlichting en wat betreft technische voortbrengsel ook de gezondheid van de mens en de veiligheid van zaken (artikel 3 van de Warenwet). Het milieubelang viel daar buiten. Een aantal van de onderliggende productveiligheidsrichtlijnen, waaronder de Machinerichtlijn, ging echter mede strekken ter waarborging van het milieubelang. Om die reden moest het Warenwetbesluit machines wat betreft landbouwspuitapparatuur (mede) een grondslag in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden krijgen. De handhaving ter zake van landbouwspuitapparatuur liep daardoor mede via het Ministerie van LNV (voorheen EZK) en de NVWA. Dit werd niet als efficiënt ervaren. Inmiddels is de reikwijdte van de Warenwet ingevolge artikel 13 van die wet uitgebreid tot bescherming van het milieubelang. Daarmee kan het Warenwetbesluit machines ook wat betreft landbouwspuitapparatuur voortaan op de Warenwet worden gebaseerd. De handhaving ter zake van landbouwspuitapparatuur loopt daardoor dan volledig via het Ministerie van SZW en de Inspectie SZW. Onderhavige wijzigingen voorzien daar in.

Internetconsultatie

Het besluit is op 5 juli 2018 opengesteld voor internetconsultatie. De internetconsultatie is geëindigd op 2 augustus 2018. Er zijn zestien reacties ontvangen, (inclusief het advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk). Naar aanleiding van de internetconsultatie merkt de staatssecretaris op dat  uit de internetconsultatie bleek dat er ten aanzien van twee onderwerpen uit het concept van het Arbobesluit, te weten over maatregelen in gevarenzones in explosieve atmosferen (artikel 3.5e) en valgevaar (artikel 3.16, 3.17 en 9.9b) nog nader overleg noodzakelijk is met de betrokken partijen. Datzelfde geldt ten aanzien van de aanpassing van onder meer artikel 17a van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 in verband met een infractieprocedure. Daarom is besloten deze drie onderwerpen vooralsnog niet mee te nemen in het onderhavige verzamelbesluit.
Inwerkingtreding
Dit besluit is met ingang van 15 december 2018 in werking getreden, de dag na de datum van publicatie in het Staatsblad. Met uitzondering van:

  • Wijzigingen in artikel 4.2 van het Arbobesluit (betreffende de Veiligheidsinformatiebladen).
  • De toevoeging aan artikel 4.54d van het Arbobesluit (kraanmachinisten die asbest verplaatsen) en de daarmee verband houdende wijziging in artikel 9.9b.

Deze treden in werking met ingang van 1 januari 2019

Bron: Overheid.nl en HSE/Sdu.nl