Inspecties: ‘Een te groot deel van VIB’s bevatten ernstige fouten en omissies’

In 2016 is het naleefpercentage van de belangrijkste rubrieken van de veiligheidsinformatiebladen (VIB’s) toegenomen tot ongeveer zestig procent. Maar een te groot deel van de VIB’s bevatten ernstige fouten en omissies. Dat blijkt uit de publicatie “Toezicht op productie en gebruik van chemische stoffen in 2016” van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW). In de publicatie doen de drie toezichthouders verslag van de toezichtsacties in 2016 op de naleving van de Europese regels voor chemische stoffen, de REACH- en CLP-verordeningen.

Registratieplicht gevaarlijke stoffen

Bedrijven voldeden in 2016 aan de registratieplicht voor stoffen die in grote hoeveelheden (boven 100 ton per jaar) worden gemaakt of geïmporteerd. De drie beoordelen de naleving van de registratieplicht in 2016 als goed. De gecontroleerde stoffen waren bijna allemaal geregistreerd of hoefden (nog) niet geregistreerd te worden.  Er zijn veel bedrijven die moeten voldoen aan de verplichtingen uit de REACH- en/of CLP-verordening. De toezichthouders schatten dat in Nederland in totaal ruim 100.000 bedrijven de regelgeving moeten naleven. Zo’n 22.000 bedrijven hebben specifieke verplichtingen onder de verordeningen omdat ze producent, importeur of handelaar zijn van een chemische stof, mengsel of voorwerp, of omdat ze “Enige Vertegenwoordiger” zijn voor een producent buiten de EU.  Per 1 juni 2018 moeten bedrijven ook stoffen registreren die zij in kleinere hoeveelheden produceren of importeren (1-100 ton/jaar). Hierdoor zullen meer MKB-bedrijven onder de registratieplicht gaan vallen. Vanaf 1 juni 2018 is toezicht nodig om vast te stellen of ook deze nieuwe doelgroep aan de registratieplicht voldoet, aldus de toezichthouders

Veiligheidsinformatieblad

Het veiligheidsinformatieblad biedt bedrijven informatie over het veiliger werken met gevaarlijke stoffen. Met name een foute indeling van een stof of foute etiketteringselementen (rubriek 2) merkt de toezichthouder als “ernstig” aan. In rubiek 2 moeten bedrijven aangeven welk type risico een stof heeft, wat de ernst van dat risico is en welke voorzorgsmaatregelen nodig zijn. Een foute indeling of foute etiketteringselementen kwamen in 2016 bij 40 procent van de VIB’s voor. Naar schatting betrof een derde daarvan een ernstige afwijking en tweederde een beperkte afwijking. Ook het ontbreken van specifieke informatie over de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals het type handschoenen dat gebruikt moet worden (rubriek 8),noemt de toezichthouder ernstig, omdat juist het VIB de bron van informatie voor het veilig werken met het betreffende product is. Deze overtreding was in 2016 aan de orde bij bijna de helft van de VIB’s. ‘Kortom’, is de conclusie van de rapporteurs, ‘een te groot deel van de VIB’s bevatten ernstige fouten en omissies’. De inspectiediensten streven naar een naleefpercentage van negentig procent. Dit gebeurt onder andere door specifieke voorlichting door brancheverenigingen en inspectiediensten over vaak gemaakte fouten in de veiligheidsinformatiebladen. Dit gaat dan bijvoorbeeld om het dragen van een bepaalde soort veiligheidshandschoenen bij gebruik van gevaarlijke stoffen.

Documenten

Toezicht op productie en gebruik van chemische stoffen in 2016.
Jaarrapport over de resultaten van de handhaving van REACH en CLP.

Bron: Sdu HSE

Adviseren zonder vingerwijzen: Nieuwe video met tips voor preventiemedewerkers

TNO heeft een nieuwe video ontwikkeld in de serie ‘Tips voor preventiemedewerkers’ van inPreventie. In deze tweede aflevering wordt ingegaan op hoe je collega’s kunt wijzen op preventieve maatregelen voor veilig en gezond werken, zonder vingerwijzen.

Uit gesprekken met preventiemedewerkers komt regelmatig naar voren dat het nog best lastig is om op een niet-belerende toon collega’s te wijzen op bijvoorbeeld het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Om te voorkomen dat je als ‘arbopolitie’ wordt gezien is het zoeken naar de juiste toon en timing. In het filmpje ‘Adviseren zonder vingerwijzen’ worden verschillende concrete tips gegeven.

Bekijk de video op het YouTube-kanaal van inPreventie.

Bron: Arboportaal.nl

‘Signaal Onderzoeksraad voor Veiligheid verontrustend’

“Het signaal van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is verontrustend.” Zo reageert Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland op een analyse van Cobouw, waaruit blijkt dat de bouwsector fundamentele adviezen om de veiligheidscultuur te verbeteren al jarenlang links laat liggen. De SP heeft inmiddels Kamervragen gesteld.

Jaren van onderzoek. Naar zes vergelijkbare bouwdrama’s. Tal van aanbevelingen. De afgelopen elf jaar confronteerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid de bouw vaker met dezelfde tekortkomingen in het bouwproces die de boel er niet veiliger maken: het ontbreekt aan regie en lerend vermogen, doe daar wat aan.

Uit een analyse van Cobouw blijkt echter dat de bouw weinig met de fundamentele adviezen van de OVV deed. De Onderzoeksraad deelt die bevindingen. “Nog altijd is diffuus wie waar verantwoordelijk voor is. Ook bij de ingestorte parkeergarage maken we dat mee. Dat helpt niet”, verklaarden twee raadsleden van het veiligheidsinstituut afgelopen week tegenover Cobouw.

Nul doden per jaar

“Het signaal van de Onderzoeksraad, is verontrustend”, reageert Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland. “Veiligheid heeft onze absolute aandacht. Als vereniging los je dit echter niet makkelijk op.”

Verhagen benadrukt dat Bouwend Nederland eerder dit jaar een Taskforce (Arbeidsomstandigheden en Veiligheid) heeft opgericht met een uitgesproken ambitie. “Nul dodelijke ongevallen per jaar. (Dit jaar zijn het er 12 tot nu toe, red) Daar helpt dit signaal van de Onderzoeksraad bij.”

Op alle mogelijke manieren wil Verhagen de veiligheid in de sector verhogen. “Veiligheid is de topprioriteit van al onze bedrijven. Ik ken géén ondernemer die de veiligheid van zijn mensen niet belangrijk vindt.”

Bouwplaats is dynamische omgeving

De voorman beschrijft de bouwplaats als een dynamische, steeds veranderende omgeving met grote, zware materialen en machines. “Werkgevers, werknemers en iedereen die op de bouwplaats rondloopt, moet nog scherper bewust zijn van de veiligheidsrisico’s, op elk moment. Beperkt risicobesef, in combinatie met onverwachte situaties leiden tot ongevallen. Dat moet anders en daar werken we aan.”

Op bedrijfsniveau ziet Bouwend Nederland al wel veel goede voorbeelden van doorlopende campagnes. “In aanvulling daarop hebben we een vaste dag geprikt (elke derde vrijdag in maart) waarop we met álle partijen op de bouwplaats bewust stilstaan bij elkaars veiligheid. Dat doen we met leveranciers, installateurs, inspectie én opdrachtgevers.”

Verhagen benadrukt dat de veiligheid in de bouw al begint bij de opdrachtgevers. “Veiligheid zou een essentieel onderdeel moeten zijn bij de aanbesteding, voor alle participanten en het zou geen concurrerend onderdeel moeten zijn. Gelukkig zien we wel steeds meer professionele opdrachtgevers vragen om een VCA.”

Kamervragen

De SP heeft naar aanleiding van de publicatie in Cobouw dat de bouw zich niets aantrekt van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, Kamervragen gesteld. Van de minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris voor Sociale Zaken wil de SP weten hoe zij daar op reageren.

“Bent u het eens met de stelling dat de versnippering in de bouw en een onduidelijkheid aan verantwoordelijkheden ‘een ongewenst broedplaats voor ongelukken’ is?”, luidt één van de vragen van de SP.

Verder vraagt de SP zich af hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat de vier terugkerende aanbevelingen van de Onderzoeksraad (het verbeteren van de coördinatie van werkzaamheden, een heldere verantwoordelijkheidsverdeling, het ontwikkelen van meer veiligheidsbesef en toetsen van risico’s) niet in de la blijven liggen maar daadwerkelijk worden uitgevoerd?

Wat is er wel gebeurd

“Waarom is er tot nu toe nooit één verantwoordelijke benoemd, die de veiligheid ten allen tijde bewaakt, en waarom is het Meldpunt voor (bijna) ongevallen verdwenen? En bent u bereid u zich ervoor in te zetten, deze adviezen om te zetten in beleid?”

Tot slot vraagt de SP een overzicht van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid die wel zijn omgezet in wet- en regelgeving, richtlijnen, convenanten of in individuele processen van bouwbedrijven die hun medewerkers beschermen tegen ongelukken.

Bron: Cobouw.nl

Kerncijfers beroepsziekten 2017

Steeds vaker melden mensen zich met overspannenheid of een burn-out bij de bedrijfsarts. Volgens de beroepsziektemeldingen uit 2016 valt ruim 40 procent van alle meldingen in de categorie psychische beroepsziekte en het aantal blijft toenemen.

In 2016 zijn 6.270 meldingen van beroepsziekten geregistreerd in de Nationale Beroepsziekteregistratie. De meeste beroepsziekten komen voor bij mannen en bij werknemers boven de 45. Beroepsziekten leiden in 70 procent van de gevallen tot tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid. In de Nationale Beroepsziektenregistratie 2016 meldden 863 bedrijfsartsen 6270 beroepsziekten. Van hen neemt een aantal deel aan het Peilstation Intensief Melden (PIM). Omdat zij melden hoeveel werknemers zij verzorgen, kan vanuit deze groep het aantal nieuwe beroepsziekten per jaar worden berekend.

Bedrijfsartsen uit het PIM rapporteerden 161 nieuwe gevallen van alle beroepsziekten per 100 duizend werknemers, waarmee het aantal werkenden met een nieuwe beroepsziekte wordt geschat op ruim elfduizend werknemers. De vijf economische sectoren met het hoogste beroepsziekten zijn: bouwnijverheid, vervoer en opslag, financiën, industrie en gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening. Het aandeel psychische beroepsziekten is 42 procent van alle meldingen. Het gaat vooral om overspannenheid en burn-out. Daarnaast werden veel beroepsziekten van het bewegingsapparaat (27 procent) en gehoor (22 procent) gemeld. De meeste beroepsziekten komen voor bij mannen (64 procent ) en bij werknemers van 45 jaar en ouder (67 procent). Bij tweederde deel van de werknemers met een beroepsziekte is sprake van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en bij 6 procent van blijvende (gedeeltelijke) arbeidsongeschikt door de beroepsziekte.

Link naar AMC persbericht (PDF)

Link naar Kerncijfers 2017 (PDF)

Bron: Beroepsziekten.nl

Gevolgen nieuwe handschoennorm

De NEN-norm 388 is aangescherpt. Fabrikanten kunnen kiezen voor een andere test, bijvoorbeeld op het gebied van snijbestendigheid. Wat betekent dit voor de werkgevers?

Om de zaak direct even op scherp te stellen: in sommige gevallen zijn werkgevers verantwoordelijk voor de kwaliteit van de werkhandschoenen. Dat bleek bijvoorbeeld toen een bouwmedewerker in aanraking kwam met een tegelsplinter. Die sneed dwars door zijn handschoenen heen en veroorzaakte blijvende invaliditeit. “Op dat moment heb je als werkgever wel wat uit te leggen”, zegt Rick van der Heide, veiligheidskundig adviseur HVK bij Copla Opleiding Training en Consultants. “En daarin slaagde deze werkgever niet. Want de handschoen die hij had gekozen, was onvoldoende snijbestendig. Er waren betere alternatieven beschikbaar.” Dat had deze werkgever kunnen weten. Want als een handschoen moet beschermen tegen risico’s van categorie 2 of 3 (zie kader), bevindt zich in ieder exemplaar een label. En op dat label staat de uitslag van een testresultaat. “Dat testresultaat kan betrekking hebben op verschillende risico’s”, zegt Van der Heide. “Bijvoorbeeld op mechanische risico’s als schuren en snijden, maar ook op extreme hitte en koude of giftige chemicaliën. Op ieder van die gebieden kon een handschoen een score halen van 1 tot en met 4 (schuur-, scheur- en prikweerstand) of 1 tot en met 5 (snijbestendigheid). Die 4 of 5 was goed, de 1 was volstrekt onvoldoende.”

Dit artikel is geschreven door Peter Passenier voor Vakblad Arbo nr 11 2017, Vakmedianet.

Rick van der Heide, een ervaren gespecialiseerde Veiligheidskundig adviseur HVK | Professioneel Coach | Docent HVK & MVK | PBM Expert heeft aan dit artikel meegewerkt.

RoadMapp: werken aan werksfeer en werkplezier

Met een RoadMapp gaan 4 tot 8 werknemers met elkaar in gesprek over een specifiek onderwerp.

Zo is er een;

Op een laagdrempelige manier loop je met elkaar binnen 2 uur een aantal vragen en opdrachten door. Deze vragen gaan zowel over de huidige werksituatie als de gewenste toekomst. Er is geen begeleider nodig, de RoadMapp wijst zichzelf. Het doel is om het gesprek over het onderwerp te vergemakkelijken. Wensen en behoeften worden zo meer bespreekbaar en inzichtelijk. Dit helpt bij het nemen van de juiste maatregelen en om zo met meer plezier aan het werk te gaan en blijven.

De RoadMapp kan gespeeld worden door teams of afdelingen, met of zonder leidinggevenden. Ook mensen die niet vaak samenwerken kunnen het gezamenlijk spelen. Het enige dat je nodig hebt is een computer/televisiescherm en internetverbinding.

Bron: Duurzameinzetbaarheid.nl

Jongeren in de metaal drie keer vaker een ongeluk

In vergelijking met andere werknemers in de metaal hebben jongeren drie keer zo vaak een ongeluk. En jong geleerd is oud gedaan. Het is daarom van levensbelang dat jongeren in een metaalopleiding meteen leren gezond en veilig te werken. Vandaag lanceert de Inspectie SZW daarom de E-publicatie ‘Gezond en veilig leren werken in de metaal’.

Met de e-publicatie informeert de Inspectie SZW leerbedrijven en scholen over de wet- en regelgeving voor gezond en veilig leren werken van jongeren in opleiding in de metaal. Leerbedrijven en scholen staan samen aan de lat om goede afspraken te maken over hoe de jongeren die zij opleiden, gezond en veilig kunnen werken.

Die afspraken moeten niet alleen over het vak gaan, maar ook over hoe je het vak op een gezonde en veilige manier aanleert. Wat zijn eigenlijk de regels vanuit de Arbowet? En wie is waarvoor verantwoordelijk? Wat moet de werkgever doen en waar moeten werknemers op letten?

De nieuwe e-publicatie ‘Gezond en veilig leren werken in de metaal’ staat online. Scholen en bedrijven in de metaalsector kunnen hier informatie vinden over wettelijke regels met betrekking tot jongeren in opleiding. Ook biedt de website informatie waar in de praktijk op gelet kan worden.

Bron: Inspectie SZW

Week van de Werkstress 13 t/m 16 november 2017

week van de werkstress 13 t/m 16 november 2017

 

Stress op de werkvloer is beroepsziekte nummer 1. Meer dan een miljoen mensen loopt jaarlijks het risico op een burn-out en andere werkgerelateerde psychische ziektes. Dat kan duizend-en-één oorzaken hebben en zich manifesteren in even zoveel symptomen. Maar de mensen die er mee te maken kregen, hebben één ding gemeen: als ze er eerder over hadden gesproken met hun omgeving, thuis en op het werk, dan was het waarschijnlijk nooit zo ver gekomen. Daarom is het belangrijk om werkstress bespreekbaar te maken.

Lees ook nieuwsbericht Roadmapp

 

Bron: Inspectie SZW

CCV publiceert inspectieschema’s PGS

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) heeft twee inspectieschema’s gepubliceerd voor brandbeveiliging van opslag gevaarlijke stoffen. Een inspectieschema voor beoordeling van het uitgangspuntendocument (UPD-PGS) en een inspectieschema voor beoordeling van de brandbeveiligingsinstallatie (BB-PGS).

Beide inspectieschema’s sluiten aan op Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen – Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15) en zijn bruikbaar voor beoordeling van brandbeveiliging op grond van andere PGS-richtlijnen (bijvoorbeeld PGS 8, PGS 29, PGS 31). Volgens PGS 15 moet het uitgangspuntendocument worden geïnspecteerd voordat het bevoegd gezag het kan goedkeuren, en moet de brandbeveiligingsinstallatie vóór ingebruikname en daarna jaarlijks worden geïnspecteerd.

Inspectieschema UPD-PGS is bedoeld voor de inspectie van het uitgangspuntendocument voor de brandbeveiliging. Het schema beschrijft de beoordeling van een uitgangspuntendocument op doeltreffendheid en de uitvoering van een 5-jaarlijkse toets van de actualiteit van de in het uitgangspuntendocument gebruikte normatieve verwijzingen. Beoordeling is gericht op vaststelling of met de specificaties in het uitgangspuntendocument doeltreffende brandbeveiliging van de opslag van gevaarlijke stoffen kan worden gerealiseerd.

Inspectieschema BB-PGS is bedoeld voor inspectie van de brandbeveiligingsinstallatie. Het schema beschrijft de inspectie van brandbeveiligingsinstallaties en de voor hun functioneren noodzakelijke organisatorische en bouwkundige randvoorwaarden. De inspectie is gericht op het vaststellen of de brandbeveiliging van opslag van gevaarlijke stoffen voldoet aan de eisen en specificaties in het uitgangspuntendocument.

De inspectieschema’s zijn ontwikkeld in overleg tussen vertegenwoordigers van opslagbedrijven, bevoegd gezag en inspectie-instellingen. Publicatie van de schema’s maakt het mogelijk dat inspectie-instellingen accreditatie aanvragen. Zodra accreditatie is verleend kunnen opslagbedrijven inspecties volgens de CCV-inspectieschema’s PGS laten uitvoeren.

In de inspectieschema’s Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) staat hoe een inspectie in z’n werk gaat, en wat er wordt geïnspecteerd. Het CCV is beheerder van de twee inspectieschema’s voor brandbeveiliging van opslag van gevaarlijke stoffen.

Op dit moment zijn er nog geen inspectie-instellingen geaccrediteerd voor uitvoering van de CCV-inspectieschema’s UPD-PGS en BB-PGS. Zodra een inspectie-instelling geaccrediteerd is en hij een licentieovereenkomst heeft met het CCV, wordt dit vermeld op de website van CCV.

Bron: SDU-HSE – CCV

Tips samenwerking preventiemedewerker-bedrijfsarts

De nieuwe Arbowet die sinds 1 juli 2017 van kracht is, besteedt expliciet aandacht aan de samenwerking preventiemedewerker-bedrijfsarts. Maar dan is voor veel preventiemedewerkers nog de vraag: hoe kom je als preventiemedewerker in contact met de bedrijfsarts?Begin oktober organiseerde de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek een webinar over de samenwerking preventiemedewerker-bedrijfsarts.

Filmpje met tips over samenwerking preventiemedewerker-bedrijfsarts

In aansluiting op het webinar heeft TNO een filmpje ontwikkeld met tips. Dit is beschikbaar via het nieuwe YouTube-kanaal van inPreventie. Het filmpje geeft concrete tips over hoe een preventiemedewerker in contact kan komen met de bedrijfsarts en hoe zij samen in overleg kunnen treden. Het filmpje is een eerste deel in een serie met tips voor preventiemedewerkers.

Serie met tips voor preventiemedewerkers over diverse onderwerpen

Deze serie met tips biedt de preventiemedewerker concrete handvatten over uiteenlopende onderwerpen. De filmpjes zijn in de eerste plaats bedoeld voor (beginnende) preventiemedewerkers in kleinere bedrijven. De onderwerpen sluiten aan bij de vragen van preventiemedewerkers die TNO vanuit het project ‘Versterken Impact Preventiemedewerker’ ter ore zijn gekomen.

BEKIJK het filmpje met tips over de samenwerking preventiemedewerker-bedrijfsarts:

Meer weten? Download de 5 vragen aan Pieter Diehl

Bron: Arbo-online.nl