Asbestverwijderingsbedrijf uit Ede voor maand stilgelegd

Een asbestverwijderingsbedrijf uit Ede mag vanaf 8 juli 2020 een maand lang geen asbestwerkzaamheden verrichten. De afgelopen jaren is het bedrijf verschillende keren beboet voor dezelfde overtredingen op het gebied van asbestsanering. De Inspectie SZW heeft het bedrijf hiervoor nu een maand stilgelegd.

De eerste keer dat de Inspectie SZW constateerde dat het bedrijf het arbobesluit overtrad met betrekking tot asbestsanering was in 2015. Dezelfde overtredingen volgden in 2016, tweemaal in 2017, in 2018 en de laatste keer in 2020.

Als een bedrijf dezelfde overtreding vaker begaat kan besloten worden om werkzaamheden van het bedrijf preventief stil te leggen. In de afgelopen jaren heeft het bedrijf al een waarschuwing gekregen dat werkzaamheden door het bedrijf bij een volgende overtreding zouden kunnen worden stilgelegd. Deze stillegging wordt nu geëffectueerd.

Het bedrijf heeft voor deze overtredingen € 54.675,- aan boetes opgelegd gekregen. Niet alle boetes zijn al onherroepelijk, de rechtsgang tegen enkele overtredingen staat nog open voor het bedrijf. De overtreding waar het hier om gaat is dat het bedrijf nagelaten heeft om preventieve maatregelen te treffen om de concentratie van asbestvezels in de lucht zo laag mogelijk onder de grenswaarden te houden.

Naast deze overtredingen van het arbobesluit, heeft het bedrijf in de afgelopen jaren ook voor andere overtredingen van het arbobesluit boetes opgelegd gekregen, in totaal € 31.200,-.

De stillegging betreft alle werkzaamheden met asbest of asbesthoudende producten door en/of ten behoeve van het bedrijf uit Ede. De duur van de stillegging betreft een periode van 1 maand en gaat in op 8 juli 2020.

Bron: ISZW

Handreiking arbomaatregelen bedrijfshulpverlening

Bedrijfshulpverleners hebben een belangrijke taak binnen bedrijven. Om het bhv-werk goed te kunnen doen, hebben ze duidelijke regels en kaders nodig. Deze handreiking biedt werkgevers, werknemers en bhv’ers tips en richtlijnen om een goed beleid voor bedrijfshulpverlening op te zetten.

Duidelijke regels en kaders voor bedrijfshulpverlening

Een goed bhv-beleid begint vaak met het beantwoorden van vragen als:

  • Hoeveel bhv’ers moeten wij hebben?
  • Wanneer moeten bhv’ers aanwezig zijn?
  • Welke opleiding moeten zij hebben?
  • Hoe vaak moeten zij trainen?

De informatie en adviezen uit deze handreiking bieden werkgevers, werknemers en bedrijfshulpverleners de juiste ondersteuning voor het voeren van goed beleid op bedrijfshulpverlening. Daarmee kunnen de bedrijfshulpverleners de bedrijfshulpverlening goed (blijven) uitvoeren.

Een bhv’er kan mogelijk het verschil maken tussen leven en dood

“Een ongeluk zit in een klein hoekje.” Dit oud-Hollandse spreekwoord is nog steeds relevant. Ook op de werkvloeren van de vele bedrijven in Nederland.

Jaarlijks overlijden in Nederland zo’n 50 tot 70 werknemers als gevolg van een ongeval op hun werk. Daarnaast krijgen nog eens duizenden werknemers te maken met andere, maar soms toch zeer ingrijpende ongevallen. Dit kunnen bijvoorbeeld kleine en grote branden zijn, maar ook bommeldingen en verdachte pakketjes. Al deze voorvallen hebben soms ingrijpende gevolgen voor werknemers, werkgevers en voor de bedrijfspanden zelf.
Een bhv’er die adequaat handelt kan dan mogelijk het verschil maken tussen leven en dood.

De rol van de bedrijfshulpverlener

Bhv’ers zijn mannen en vrouwen die getraind zijn om hun collega’s te hulp te schieten bij calamiteiten op de werkvloer. Dit doen zij met:

  • het verlenen van eerste hulp;
  • het blussen van branden;
  • het ontruimen van panden;
  • en het inschakelen van hulpdiensten.

In de praktijk zijn bhv’ers als eerste ter plaatse als zich iets ernstigs of soms zelfs levensbedreigends voordoet. De bhv’er beoordeelt en gaat direct over tot handelen om schade en letsel zoveel mogelijk te voorkomen of minstens te beperken.
De bhv’er is ook gewoon de persoon waar collega’s naartoe kunnen voor vragen en hulp bij veiligheid in het bedrijf.

De handreiking bedrijfshulpverlening is tot stand gekomen in opdracht van de Sociaal-Economische Raad en de Stichting van de Arbeid aan NIBHV.

Download:

Leidraad voor werken met een werkbak of werkplatform ontwikkeld

Om werkgevers te ondersteunen bij het werken met een werkbak of werkplatform, heeft het Ministerie van SZW een leidraad laten ontwikkelen. Het uitgangspunt hierbij is dat hijsen of heffen van werknemers alleen is toegestaan met behulp van arbeidsmiddelen die daar speciaal voor bestemd zijn (artikel 7.18 Arbobesluit). Als dat niet mogelijk is mogen er bij uitzondering hijswerktuigen ingezet worden die niet bestemd zijn voor hijsen of heffen, maar alleen als er passende maatregelen zijn genomen om het werk veilig uit te voeren (artikel 7.23d Arbobesluit).

Wijziging Arbobesluit (artikel 7.23d) over het werken met werkbak of werkplatform

De aanleiding van het publiceren van de leidraad is de wijziging van artikel 7.23d van het Arbobesluit die op 1 juli 2020 ingaat. Door de wijziging is er nu de mogelijkheid om een arbeidsmiddel, dat niet bestemd is voor het vervoer van personen, in te zetten als er geen andere arbeidsmiddelen en/of werkmethodes zijn om de plaatsen veilig te kunnen bereiken. In het oude artikel 7.23d lag de nadruk op werkzaamheden die kort duren en die slechts beperkt voorkwamen. Werkzaamheden die vaker voorkwamen of langer duurden dan vier uur, waren niet toegestaan. Met deze wijziging van artikel 7.23d is het mogelijk om langer dan vier uur dergelijke werkzaamheden te verrichten. Daarmee is de mogelijkheid om een werkbak en of werkplatform aan een hijswerktuig in te zetten verruimd.

Download de leidraad werken met een werkbak of werkplatform

Wil je meer informatie over het werken met een werkbak of werkplatform, download de leidraad. Meer informatie over werken op hoogte kan je vinden in het dossier Werken op hoogte.

Documenten

Leidraad werken met een werkbak of werkplatform

Vanaf 1 juli 2020 verandert de wet over werken met een werkbak of werkplatform.

Handen wassen of desinfecteren?

Iedereen kent inmiddels de maatregelen om te voorkomen dat het coronavirus zich kan verspreiden wel dromen. Ze zijn op allerlei wijze onder de aandacht gebracht. Onder andere door onderstaande afbeelding.

De basisregels voor iedereen handen wassen

Het wassen van de handen

Hoewel er veel discussie is over alle maatregelen, gaat het in dit artikel met name om de laatstgenoemde maatregel, het wassen van de handen. Je kunt geen winkel of kroeg binnenlopen of je wordt geconfronteerd met een desinfecterende gel. Heel vaak betreft het een gel op alcoholbasis. Het vreemde is dat in overheidsinformatie het gebruik van dergelijke gels wordt afgeraden. Op de site van het RIVM staat letterlijk: “Je maakt je handen het beste schoon met water en zeep.” en “Het is belangrijk dat je een desinfecterende handgel alleen gebruikt als dit echt nodig is. Als je het te vaak gebruikt, kunnen de ziekteverwekkers ongevoelig worden.”. Heldere taal lijkt het.

Wat onderbelicht blijft is dat er nog een andere reden is om voorzichtig te zijn met de gels op basis van alcohol. Alcohol is namelijk een bewezen kankerverwekkende stof. Indien je als werkgever je medewerkers verplicht de handen te desinfecteren met een alcoholhoudende handgel, stel je ze dus bloot aan een kankerverwekkende stof. Dit is een flagrante overtreding van de Arbowet. Daarin wordt immers gesteld dat je volgens de arbeidshygiënische strategie maatregelen moet nemen. De beste maatregel is bronaanpak. Dus het niet toepassen van een alcoholhoudende handgel!

Als het overduidelijk is dat:

  1. Het wassen van de handen met water en zeep veel beter is dan het gebruik van een handgel op basis van alcohol, en:
  2. Het laten gebruiken van een alcoholhoudende handgel door werknemers een overtreding van de Arbowet oplevert.

Waarom worden de handgels dan zoveel gebruikt?

Het antwoord is eigenlijk heel simpel. Omdat ze bestaan en omdat het natuurlijk veel eenvoudiger is een flacon handgel op een tafeltje neer te zetten dan een wasbak aan te leggen. Waarschijnlijk speelt onwetendheid ook nog een belangrijke rol. Veel mensen zien het probleem niet en vinden het geen bezwaar om de handen te desinfecteren met alcohol.

Bij deze de oproep naar alle veiligheidskundigen, preventiemedewerkers en andere Arbofunctionarissen om hun werkgevers te adviseren de handgels te vervangen door (mobiele) wasunits. Waarschijnlijk blijven deze nog gedurende langere tijd hun nut bewijzen. In ieder geval totdat er een probaat vaccin is gevonden.

Artikel geschreven door Ronald Meijer

SZW-lijst van kankerverwekkende stoffen en processen, mutagene of voor de voortplanting giftige stoffen nu beschikbaar

In de Staatscourant (2020-30592) is een geüpdatete versie van de SZW-lijst kankerverwekkende stoffen en processen, mutagene stoffen en voor de voortplanting giftige stoffen gepubliceerd. Tweemaal per jaar publiceert het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een geactualiseerde lijst. Deze versie van de lijst, is gepubliceerd  op 1 juli 2020.

Waarom deze lijst?

In de Arboregelgeving wordt op een aantal plaatsen verwezen naar dit soort stoffen (o.a. Arbobesluit art 4.2a, 4.11, 4.105). Ter verduidelijking van de vraag om welke stoffen (en processen) het hier in ieder geval gaat wordt deze lijst opgesteld (hulp aan werkgever en werknemer). Dit soort stoffen kunnen in vrijwel alle werksituaties voorkomen. Denk hierbij aan de industrie, bouwnijverheid en ziekenhuizen.

De lijst kan worden gedownload via deze pagina.

Bron: Arboportaal.nl

Betonpompwagen kantelt: dood door schuld

“We werken altijd zo en er gebeuren bijna nooit ongelukken.” Maar misschien had iemand hier toch de gebruikshandleiding van de betonpompwagen moeten lezen. Of een bodemberekening moeten maken. Want de tol van deze nalatigheid is de dood van een werknemer.

Begin oktober 2016 arriveert ’s morgens vroeg een betonpompwagen met beton voor de fundering van nieuwe stallen. De wagen wordt ondersteund door stempels die op platen staan. Bij het begin van het storten – als de distributiemast een lengte heeft van ongeveer 45 meter – breken twee van de drie kunststof onderlegplaten onder één steunvoet af. Daarop zakt die steunvoet de grond in, waardoor de voorkant van de betonpompwagen omhoog komt. Als gevolg daarvan klapt de distributiemast plotseling met kracht naar beneden. Daarbij raakt de mast een 53-jarige werknemer van de opdrachtgever. Die staat daar om via de eindslang de betonstroom te reguleren. De man is vrijwel op slag dood.

Betonbedrijf wijt ongeval aan steunplaten leverancier

Het betonbedrijf acht de opdrachtgever verantwoordelijk voor de grond waarop de betonwagen steunt. Want instorten van de giek is nog nooit gebeurd. Het bedrijf wijt het ongeval daarom aan de steunplaten die de leverancier van de wagen heeft bijgeleverd en vervangt die na het ongeval. Het OM vervolgt het betonbedrijf. Ten eerste wegens (kortweg) overtreding van artikel 2.29 Arbobesluit (het niet aanstellen van een coördinator). En ten tweede wegens dood door schuld, begaan door een rechtspersoon (artikel 51 en artikel 307 Wetboek van strafrecht).

Betonbedrijf verantwoordelijk voor veilige betonpompwagen

De rechtbank ziet geen strafrechtelijke overtreding van artikel 2.29 Arbobesluit, omdat dit in artikel 9.9a Arbobesluit niet als strafbaar feit wordt genoemd. Het betonbedrijf is gezien zijn expertise verantwoordelijk voor het veilig functioneren van de betonpompwagen. Civielrechtelijke uitsluitingen in overeenkomsten en in de algemene voorwaarden en vermeldingen op de website zijn strafrechtelijk niet doorslaggevend. Strafbare feiten kunnen worden begaan door een rechtspersoon (artikel 51 Sr). Daarbij is van belang of die feiten in redelijkheid aan de rechtspersoon zijn toe te rekenen.

Beoordeling steunplaten zoals ‘gebruikelijk’: op het oog

De machinist werkte op de gebruikelijke wijze. Dit houdt in dat hij op het oog beoordeelt of het ondersteuningsmateriaal geschikt is voor de ondergrond. Deze aanpak is volgens de directeur “in de branche” gebruikelijk en zo werkt men ook na het ongeval nog steeds. Er is geen navraag gedaan naar de bodemdruk en evenmin heeft het bedrijf een berekening uitgevoerd. Daarnaast heeft niemand de gebruikshandleiding van de betonpompwagen gelezen.

De wagen stond op een natuurlijke ondergrond op standaard ondersteuningsmateriaal. Uit de gebruikshandleiding en de tabel op de wagen blijkt echter dat dit standaard materiaal ongeschikt is voor een natuurlijke ondergrond. Ook blijkt daaruit dat bij het gebruik van verkeerd ondersteuningsmateriaal levensgevaar voor personen kan ontstaan.

Aanmerkelijk onvoorzichtig, onzorgvuldig en nalatig gehandeld

Uit het Veiligheidshandboek en de opleiding Machinist Mobiele Betonpompwagen blijkt dat de machinist het draagvermogen van de ondergrond moet weten. Is dat niet het geval, dan moet hij uitgaan van de meest ongunstige situatie. Maar dat is niet gebeurd en daarmee zijn de veiligheidsnormen geschonden. Niet op grond van gedegen onderzoek, maar vanuit de gedachte dat “de praktijk nu eenmaal anders is dan de theorie”. En dat “we altijd zo werken en er zelden of nooit ongevallen zijn gebeurd”.

De rechter oordeelt dat het betonbedrijf aanmerkelijk onvoorzichtig, onzorgvuldig en nalatig heeft gehandeld. Hij veroordeelt het bedrijf overeenkomstig de eis tot een boete van 60.000 euro, waarvan 20.000 euro voorwaardelijk. Daarbij geldt een proeftijd van twee jaar.

Bron: Rechtbank Zwolle, 4 mei 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1668
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl
Bron: Arbooline.nl

CPB bepleit alleen steun voor zelfstandigen die het echt nodig hebben

Als de financiële ondersteuning van de overheid aan zelfstandigen na 1 oktober wordt voortgezet, dan ligt het voor de hand om alleen nog zzp’ers te helpen die weinig vermogen hebben. Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB)  in een publicatie waarin de verschillende scenario’s voor de zogenoemde Tozo-regeling worden geschetst.

Lees hier de publicatie “Opties voor de derde fase van steun aan zelfstandig ondernemers”

Helemaal stoppen is ook een optie, aldus het CPB. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) werd net als andere steunmaatregelen in maart door het kabinet in het leven geroepen om de werkgelegenheid zoveel mogelijk in stand te houden.

De regeling is inmiddels een paar keer verlengd, de laatste keer tot 1 oktober. Met de regeling werd een soort bijstand voor zelfstandigen gecreëerd, zonder toetsingscriteria. “De regeling was echt bedoeld voor mensen die als gevolg van de coronamaatregelen niet langer in hun eigen levensonderhoud konden voorzien”, licht een woordvoerder van het CPB toe.

Later werd besloten dat bij de toekenning vanaf juni ook gekeken zou worden naar het inkomen van de eventuele partner van de zelfstandig ondernemer. “Het ligt in de lijn der verwachting dat in het vervolg ook gekeken wordt naar het beschikbare vermogen van de zzp’er”, zegt het CPB. Beschikbaar vermogen zijn bijvoorbeeld spaargeld en beleggingen, maar geen zaken als een eigen huis of opgebouwd pensioen.

Als het kabinet besluit de Tozo per 1 oktober te beëindigen, dan kunnen zelfstandig ondernemers een beroep doen op de BBZ, een bijstandsregeling voor zelfstandigen. “Die in eerdere crises ook zijn werk heeft gedaan.”

Wanneer het gaat om zelfstandigen die in sectoren actief zijn die langdurig geraakt worden, is het raadzaam om “te kijken waar nieuwe kansen liggen”. Als zelfstandigen besluiten toch de handdoek in de ring te gooien, dan kunnen zij een beroep doen op de algemene bijstand.

Bron: Centraal Planbureau

Bestuurders en bouwers vrezen gevolgen geluidsregels: nieuwbouw in de knel

Na stikstof en PFAS dreigen nieuwe geluidsregels de bouw van woningen lastiger te maken. Daarvoor waarschuwen woningcorporaties, projectontwikkelaars, bouwbedrijven en aannemers in een gezamenlijke brandbrief aan minister Ollongren. Gemeentes en provincies waarschuwden al eerder.

Als het aan het kabinet ligt, worden de nieuwe geluidsregels onderdeel van een wet die in 2022 van kracht wordt. De regels volgen op adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat te veel omgevingsgeluid slecht is voor de volksgezondheid. Uit onderzoek van RTL Nieuws bleek dat ruim een derde van onze huizen op een te lawaaiige plek staan, volgens de WHO.

Eerst stikstof, toen corona, nu geluidsoverlast

Om te voorkomen dat dat aantal toeneemt, mag er straks niet zo maar meer gebouwd worden op plekken waar te veel geluidsoverlast is. Omdat de norm omlaag gaat, betekent dat dat sommige bouwprojecten in de buurt van bijvoorbeeld Schiphol op losse schroeven staan. Het zou gaan om tienduizenden woningen.

De strengere geluidsnormen, ook wel de Aanvullingsregeling geluid genoemd, komen nog eens bovenop de stikstof-, PFAS- en coronadossiers die ervoor hebben gezorgd dat het verlenen van bouwvergunningen lager is dan de bouwers hadden gehoopt.

Wat is de Aanvullingsregeling geluid?

Dat is een aanpassing in de Omgevingswet. De wet regelt ruimtelijke ontwikkelingen in ons land: waar wat gebouwd mag worden en waar die gebouwen aan moeten voldoen. Het is de bedoeling dat de aanpassing ervoor zorgt dat per 2022 makkelijker gebouwd kan worden.

Maar volgens projectontwikkelaars zorgen de nieuwe geluidsregels in de wet er alleen maar voor dat moeilijker of zelfs niet gebouwd kan worden. Omdat de gebruikers of bewoners van de gebouwen te maken krijgen met ongezond veel herrie.

Als de nieuwe regels in 2022 ingaan, krijgen veel gebieden rond luchthavens de kwalificatie ‘slecht leefklimaat’ of zelfs ‘zeer slecht leefklimaat’. Daarmee wordt het vrijwel onmogelijk om huizen te bouwen, vrezen onder meer Aedes, de Aannemersfederatie, Bouwend Nederland en NEPROM, de branchevereniging van projectontwikkelaars. Al op korte termijn zorgt onzekerheid rondom de geluidsnormen dat er bouwprojecten worden uitgesteld.

Geluidsoverlast hoort erbij

Maar als wonen in een gebied met geluidsoverlast zo ongezond is, waarom willen we daar dan huizen bouwen? Volgens Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland en ‘buurman’ van de Kaagbaan van Schiphol, valt dat allemaal wel mee. De huizen worden tegenwoordig zo gebouwd dat er binnenshuis niets horen is. En wonen in de Randstad is nou eenmaal niet te vergelijken met wonen in Achterhoek.

“In drukke gebieden zul je altijd meer geluidsoverlast hebben dan op het platteland. Dat is een gegeven. De vraag is: wat is goed te doen? De huidige geluidsnormen houden daar al rekening mee”, zegt Verhagen tegen RTL Nieuws.

Lokale en regionale overheid maken zich ook zorgen

De ondertekenaars van de brief sluiten zich aan bij de gemeente Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland, die eerder al hun zorgen uitten over de nieuwe geluidsnormen en de gevolgen voor de bouw van woningen. De gemeente Haarlemmermeer ligt bij Schiphol. Uit eigen berekeningen blijkt dat er in een gigantisch gebied binnen de gemeente geen nieuwe huizen meer gebouwd kunnen worden vanaf 2022.

Om het woningtekort in Nederland op te lossen, zijn er jaarlijks 90.000 nieuwe woningen nodig, denken de bouwers. Daarnaast denken ze dat het in coronatijd belangrijk is voor de economie om de bouw aan het werk te houden.

Bron: @RTL

Wanneer is welk mondmasker geschikt?

Mondmaskers. De discussie erover wordt breed gevoerd, maar dat gebeurt niet altijd door inhoudelijke experts. Tot 23 juni jongstleden dan, want toen organiseerde de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde het seminar ‘Van Schijnveiligheid naar veiligheid. Wanneer is welk mondmasker geschikt?’

De inkoper vond het een moeilijke beslissing. Daar lag het aanbod van de importeur: maar liefst 2.000 beschermende maskers, voor een schappelijke prijs. Maar het aanbod was gekoppeld aan een strenge deadline: de inkoper moest vandaag beslissen. Gelukkig moest het met de kwaliteit van dit mondmasker wel in orde zijn. Want diezelfde importeur leverde een schat aan informatie: testrapporten, kwaliteitscertificaten en letters of compliance. Om dat allemaal te lezen, ontbrak de tijd. Maar het boezemde wel vertrouwen in.

Grootste probleem bij mondmasker is de importeur

Een hypothetische situatie? Natuurlijk, maar volgens Leon Vaassen van Textile Consultancy BV geen onwaarschijnlijke. “Het grootste probleem bij het mondmasker zit hem niet bij de fabrikant of de gebruiker, maar bij de importeur. Natuurlijk, ik wil de goede niet beledigen, maar je ziet ook heel veel cowboys. Jongens die in februari nog staafmixers importeerden, roken in maart nieuwe kansen en stortten zich op het mondmasker. En dan vooral op de mondmaskers geproduceerd buiten de EU.”

“Let wel, die importeurs zijn verplicht te controleren of de fabrikant voldoet aan de wettelijke Europese eisen. Maar je ziet vaak dat het hen aan kennis ontbreekt. En dus verzinnen ze slimme trucs: een overload aan informatie bijvoorbeeld: al die testrapporten en kwaliteitscertificaten. Of een tijdgebonden aanbod: ‘Zo’n kans krijg je nooit meer, maar je moet nu beslissen!”

NVVK-seminar ‘Wanneer is welk mondmasker geschikt?’


Vaassen was een van de sprekers op het seminar ‘Van Schijnveiligheid naar veiligheid. Wanneer is welk mondmasker geschikt?’, en zijn betoog gaf de stemming aardig weer.

Ja, sinds maart van dit jaar zijn we overspoeld met mondkapjes, maar de kwaliteit is niet altijd denderend. En wat het vervelender maakt: dit geldt niet alleen voor de zogenoemde civiele maskers. De maskers dus die u en ik gebruiken in het openbaar vervoer. Ook de professionele mondkapjes, de medische maskers en de beschermende maskers voldoen niet altijd aan de eisen.

Eisen zijn niet voor iedere soort mondmasker hetzelfde

Voor een goed begrip: die eisen zijn niet voor ieder mondmasker hetzelfde. Zoals we hierboven al lieten doorschemeren, zijn er maskers in verschillende soorten:

  • De beschermende maskers

De naam zegt het al: deze maskers moeten de drager beschermen, het zijn PBM. Ook binnen deze categorie onderscheiden we weer een driedeling: de FFP1, FFP2, en FFP3. Welke daarvan kunnen we het best gebruiken?

Volgens hoger veiligheidskundige Jos Putman leidt die vraag tot discussie. “Over FFP1 is iedereen het wel eens: dat mondmasker is alleen geschikt om je te beschermen tegen niet-schadelijk grofstof. Maar tegen biologische agentia als Covid 19 is het ongeschikt. Tegelijk constateer je dat de Wereldgezondheidsorganisatie maskers adviseert in de risicoklasse FFP2. Terwijl je volgens veel veiligheidskundigen toch beter gebruik kunt maken van de hoogste klasse mondmasker: FFP3. Die biedt immers 98% beveiliging, in plaats van 94%.”

  • De medische maskers

Die bieden de drager weinig bescherming. Maar ze verhinderen wel dat die drager zijn virussen doorgeeft aan de omgeving. Volgens Jan Willem de Winter, product specialist en veiligheidskundige bij Imbema Surface Treatment BV, valt dat gemakkelijk te verklaren. “Stel, jij draagt een beschermend masker, maar helaas sluit dat masker niet goed aan op je gezicht. Dan zuig je met iedere ademtocht lucht naar binnen met mogelijke virussen en doet het masker dus niet wat het moet doen.”

“Maar met een medisch masker ligt dat anders: dat zal in zo’n zelfde situatie wel blijven werken. Als je uitademt, botst die lucht onmiddellijk met het stoffen gedeelte van het masker. Oké, die lucht buigt vervolgens naar alle kanten af, maar virussen raken in het masker verstrikt. Vandaar dat medische maskers niet zo zwaar worden getest. De fabrikant mag bijvoorbeeld zelf bepalen of ze aan de richtlijnen voldoen.”

  • De civiele maskers

Deze derde categorie hebben we al kort aangestipt. De Winter: “Het gaat hier om een allegaartje van allerlei soorten maskers, soms zelfgemaakt. De enige constante is dat ze niet voorzien mogen zijn van een CE-markering of enige andere claim. Zoals bekend zijn ze verplicht in het openbaar vervoer. Maar getest zijn ze nooit, dus hoe effectief ze zijn, is onduidelijk. Op grond van de bovenstaande redenering – virussen worden veel gemakkelijker ingeademd dan uitgeademd – zal dit type mondmasker de drager geen bescherming bieden. Maar zijn omgeving misschien wel.”

Wat ze in China niet controleren, is de inwaartse lekkage

Terug naar de inkoper en zijn dilemma. Hoe had hij een afgewogen keuze kunnen maken? Helaas, die vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Natuurlijk, die inkoper had kunnen letten op de filter performance van het mondmasker, het vermogen van het filter om deeltjes tegen te houden. Maar volgens Putman geeft die geen garanties.

“Kijk bijvoorbeeld naar de maskers die vaak worden geïmporteerd uit China. Die zijn getest volgens een procedure die lijkt op de onze. Daarmee zijn ze qua performance te vergelijken met onze FFP2-maskers. Maar nu komt het probleem. Wat ze in China niet controleren, is de inwaartse lekkage. Dat is de lucht die naar binnen komt omdat het masker niet goed aansluit. Zulke lekkage zie je bij 90 procent van de Chinese maskers. Er zit bijvoorbeeld een elastiekje aan, waarmee je dat masker kunt vastmaken aan het oor. Maar iedere kenner weet dat het op die manier nooit goed kan aansluiten op het gezicht.”

En dan heb je nog CO2-afvoer, gezichtsvorm en baardgroei

Filterperformance, inwaartse lekkage – het is niet het enige waar een inkoper aan moet denken. “Stel, jij hebt zo’n masker op”, zegt De Winter. “En je werkgever verlangt dat je je flink inspant. Dan zie je in dat masker al gauw een hoge concentratie CO2. Waar blijft dat? Hoe voer je dat af? Dat zijn vragen waar je wel over na moet denken. Daarbij krijg je te maken met verschillende gezichtsvormen; in het ideale geval zou je daar je masker op moeten afstemmen. En o ja, heb jij net je baard laten staan? Vergeet het dan maar. Want om de werking van een beschermend masker te garanderen, moet je glad zijn geschoren.”

Als inkoper altijd overleggen met veiligheidskundige

Terug naar de vraag hierboven: hoe weet de inkoper of de maskers inderdaad aan alle kwaliteitseisen voldoen? Dat is lastig, zegt De Winter. “Je zou op zoek moeten gaan naar het merkteken en ook het nummer van de Notified Body (controlerende instantie). Als dat ontbreekt, is er duidelijk iets niet in de haak. Los daarvan zou ik als inkoper altijd overleggen met de veiligheidskundige. En benader de vraag altijd op de veiligheidskundige manier: wat zijn de risico’s binnen je bedrijf, en wat zijn de oplossingen die daarbij horen?”

Tekst | Peter Passenier

Bron: Arboonline.nl – NVVK.nl

Vetverwerkingsbedrijf meldt ernstig ongeval niet bij inspectie

Tegen de regels in heeft Beneluxvet in Dronten een bedrijfsongeval niet aan de arbeidsinspectie gemeld. Afgelopen week raakte een werknemer ernstig gewond door een ongeluk bij het vetverwerkingsbedrijf. Een bedrijf is verplicht zelf binnen 24 uur de inspectie van een ernstig ongeluk op de hoogte stellen, maar dat is niet gebeurd.

Woensdagochtend was Marcin Wosztyl bij Beneluxvet aan het werk toen hij met zijn voeten in aanraking kwam met hete olie. De Poolse man werkt via het Emmeloordse uitzendbureau Martho Flexwerk voor het vetverwerkingsbedrijf. Na het ongeluk werd de werknemer door een coördinator van het uitzendbureau naar een huisarts in Nagele gebracht. Die behandelde de wond en stuurde hem naar huis. Wosztyl woont met andere arbeidsmigranten op een complex in het Agripark in Dronten-West. De thuiszorg zou de dagen daarna de wond komen verzorgen.

‘Ziekenhuisbezoek niet nodig’

Wosztyl kreeg na een onrustige nacht slapen te horen dat om onduidelijke reden de thuiszorg pas de week erop langs zou komen. Volgens het uitzendbureau stond de volgende afspraak met de dokter pas voor vrijdagochtend gepland. De pijn van Wosztyl was zo hevig dat de coördinator van het uitzendbureau de huisarts in Nagele belde, om te vragen of hij naar het ziekenhuis kon. “De huisarts zei dat dat niet nodig was”, laat Wosztyl via een tolk weten.
Daarop belde een vriend van Wosztyl met vakbond FNV, die dezelfde dag nog langskwam om met hem te praten. Bij het zien van de wond brachten leden van de vakbond de gewonde werknemer direct naar het ziekenhuis in Lelystad.

Marcel Spenkelink van de FNV vertelt dat de artsen schrokken bij het zien van zijn wonden. “Ze waren ook wel benieuwd welke huisarts hiernaar gekeken had.” De artsen in Lelystad verwezen Wosztyl voor verdere behandeling door naar het brandwondencentrum in Beverwijk. Daar werd hij vrijdagmiddag naartoe gebracht. De huisarts in Nagele wil vanwege het medisch beroepsgeheim geen antwoord geven op vragen.

De FNV maakt het vetverwerkingsbedrijf verwijten voor het ongeluk. “De man was niet goed ingewerkt”, aldus Spenkelink. “Hij kende de regels niet en wist niet hoe hij zich moest gedragen op zijn werkplek.”

Het vetverwerkingsbedrijf bestrijdt dat. De man heeft werkinstructies gekregen en ondertekend. “Maar hij heeft ze niet nageleefd”, vertelt Maarten Groen van Beneluxvet. “Hij had ook beschermingsmiddelen gekregen, maar daar heeft hij geen gebruik van gemaakt.”

Arbeidsinspectie door FNV ingelicht

De inspectie werd vrijdagochtend door de FNV op de hoogte gesteld van het ongeluk. Bedrijven horen binnen 24 uur zelf een ernstig bedrijfsongeval bij de inspectie te melden. “Met de informatie die wij ontvingen dachten we dat het met een sisser af zou lopen”, zegt Maarten Groen van het vetverwerkingsbedrijf. Maar de regels van de arbeidsinspectie zijn duidelijk: ook als later blijkt dat iemand naar het ziekenhuis moet of blijvend letsel aan het ongeval heeft overgehouden, moet de inspectie zo snel mogelijk op de hoogte worden gesteld.
“We hebben liever dat iemand een ongeval meldt dat achteraf minder erg blijkt te zijn, dan dat iemand het helemaal niet meldt”, aldus een woordvoerder van de arbeidsinspectie. Uiteindelijk stelde vakbond FNV de inspectie op vrijdagochtend van het bedrijfsongeval op de hoogte.

De inspectie doet onderzoek naar het bedrijfsongeval en meldt dat het sinds vrijdagmiddag contact heeft met Beneluxvet. Tweede Kamerlid Jasper van Dijk (SP) heeft vragen gesteld aan de minister over het voorval. Wosztyl moet volgens de FNV voor meerdere dagen in het brandwondencentrum in Beverwijk blijven voor behandeling.

Reactie Beneluxvet
Maarten Groen van Beneluxvet zegt over het ongeval dat er ‘van een mug een olifant’ wordt gemaakt. Groen: “De uitzendkracht had een werkinstructie ontvangen, gelezen en voor akkoord getekend, maar hij heeft het niet nageleefd.”
“We hebben een aantal bedrijfshulpverleners rondlopen. Zij hebben direct eerste hulp geboden nadat het ongeluk was gebeurd. Ze hebben ook meteen de leidinggevende opgeroepen en met de coördinator van het uitzendbureau gebeld.”
Dat het bedrijf het ongeval niet aan de inspectie meldde, vindt hij logisch. “Het is heel simpel. De inspectie heeft richtlijnen opgesteld wanneer een ongeval aan de inspectie moet worden gemeld. Als we die richtlijnen volgen, dan zijn wij niet verplicht dat ongeval te melden. Onder meer is een regel dat iemand binnen 24 uur in het ziekenhuis opgenomen moest worden. Wat wij begrepen is dat hij bij de huisarts is geweest. We ontvingen genoeg informatie om te denken: dat loopt met een sisser af.”

Reactie Martho Flexwerk
Hiddo de Bruin, de directeur van uitzendbureau Martho Flex, betreurt het bedrijfsongeval waar zijn uitzendkracht bij betrokken was. “Ik vind het een schrijnende situatie. Dat hij lichamelijk letsel heeft, gaat ons aan het hart.”
“We hebben gedaan wat wij konden doen. En als nu blijkt dat de situatie erger is dan mogelijk is ingeschat, vind ik betreurenswaardig.”
De Bruin vindt het vervelend dat gesuggereerd wordt dat Wosztyl aan zijn lot is overgelaten. “Dat is zeker niet het geval. We willen benadrukken dat Martho in deze heeft gehandeld volgens de protocollen die hiervoor gelden en dat wij goed werkgeverschap hoog in het vaandel hebben staan. Onze werknemer hebben wij direct ziekgemeld.”
“De huisarts heeft de werknemer behandeld en de afspraak met hem gemaakt dat hij hem weer graag zou willen zien op vrijdag 17 juli 2020 om 8.00 uur. Hierbij is zeer duidelijk aangegeven dat de werknemer direct contact moet opnemen met de huisarts (en Martho Flex) wanneer de situatie hiertoe aanleiding geeft. Daarnaast is door Martho in de tussenliggende periode meermaals contact geweest met de werknemer om te toetsen of zijn situatie stabiel is.”

Bron: Omroep Flevoland