Komt de verplichte vertrouwenspersoon er? Het wetsvoorstel is ingediend

Ongewenst gedrag op de werkvloer tegengaan, die plicht heeft iedere werkgever. Maar hoe, daarin is die werkgever vrij. Tweede Kamerlid Renkema (GroenLinks) heeft nu een wetsvoorstel ingediend dat moet regelen dat elke werknemer daarvoor terecht kan bij een vertrouwenspersoon. Dit betekent dat de werkgever de plicht krijgt een vertrouwenspersoon aan te wijzen.

Is een vertrouwenspersoon dan niet allang verplicht? Nee dus. De werkgever heeft op grond van de Arbowet de verantwoordelijkheid en verplichting om zijn medewerkers te beschermen tegen ongewenste omgangsvormen op de werkvloer. Maar zoals gezegd mag de werkgever zelf bepalen met welke maatregelen hij dat doet. De Inspectie SZW zegt echter geen volwaardige alternatieven te zien voor de vertrouwenspersoon. De verplichte vertrouwenspersoon is dan ook een lang gekoesterde wens van de Vereniging van vertrouwenspersonen.

Kwart medewerkers mist aanspreekpunt ongewenst gedrag

Het aantal medewerkers dat te maken krijgt met ongewenst gedrag op de werkvloer ligt al jaren rond de 16 procent. Volgens cijfers van de Inspectie SZW gaat het om ruim 1,2 miljoen mensen. Daarbij geeft meer dan een kwart aan dat er op het werk niemand is die ze daarover kunnen aanspreken. Of dat ze niet weten bij wie ze daarvoor moeten zijn. Niet vreemd, want op dit moment heeft slechts de helft van de organisaties in Nederland een vertrouwenspersoon. Terwijl een vertrouwenspersoon aantoonbaar helpt bij het terugdringen van ongewenste omgangsvormen op de werkvloer. En daarmee bijdraagt aan een veilige werkomgeving voor alle werknemers.

Voor verplichte vertrouwenspersoon wijziging Arbowet nodig

Met het wetsvoorstel wil Renkema de vertrouwenspersoon in iedere organisatie verplicht stellen. Verder wil hij ervoor zorgen dat iedere werknemer een wettelijk recht krijgt op toegang tot die verplichte vertrouwenspersoon. Daarvoor is het nodig om een artikel toe te voegen aan de Arbeidsomstandighedenwet.

Daarnaast beoogt Renkema met het wetsvoorstel de positie van de vertrouwenspersoon in de organisatie te versterken. Zo wil hij eisen stellen aan de basistaken van de vertrouwenspersoon. Ook wil hij instemming van de ondernemingsraad met de keuze en positionering van de vertrouwenspersoon. En tot slot stelt het Tweede Kamerlid een wettelijke (ontslag)bescherming van de verplichte vertrouwenspersoon voor.

Het wetsvoorstel werd in maart 2020 aangeboden voor internetconsultatie. De beoogde ingangsdatum van het wetsvoorstel is niet bekend.

Verplichte vertrouwenspersoon kost werkgevers ook geld

Het wetsvoorstel regelt dat de vertrouwenspersoon voldoende deskundigheid en ervaring heeft, en geheimhoudingsplicht. De werkgever moet de vertrouwelijkheid van de vertrouwenspersoon garanderen, onder meer door een beveiligde werkomgeving. Verder ziet hij erop toe dat de vertrouwenspersoon onafhankelijk en zelfstandig zijn functie kan uitvoeren.

Het wetsvoorstel voor een verplichte vertrouwenspersoon raakt werkgevers ook in de portemonnee. Want hebben zij nog geen vertrouwenspersoon, dan moeten ze er een aanstellen. Bij werkgevers die er al wel een hebben, voldoet de vertrouwenspersoon misschien nog niet geheel aan de wettelijke vereisten. In dat laatste geval moet de werkgever wellicht kosten maken voor scholing.

Bronnen: tweedekamer.nl, www.nos.nl, lvvv.nl – Arboonline.nl

Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving aangepast

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 oktober 2020, nr. 2020-0000129579, tot wijziging van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving in verband met na een overtreding getroffen maatregelen.

TOELICHTING

Met de onderhavige wijziging wordt expliciet gemaakt dat een bestuurlijke boete kan worden gematigd in het geval een overtreder ná de overtreding adequate maatregelen heeft genomen om dezelfde of soortgelijke overtredingen te voorkomen. Die mogelijkheid tot boetematiging is nu nog niet expliciet in de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving opgenomen.

Als een werkgever een overtreding heeft begaan, betekent dat niet automatisch dat hem een boete moet worden opgelegd. In situaties waarin verwijtbaarheid volledig ontbreekt bestaat geen grond voor boeteoplegging (artikel 5:41 Awb). Die situatie doet zich in elk geval voor indien de overtreder aannemelijk heeft gemaakt dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Aan dit uitgangspunt is invulling gegeven in artikel 1, elfde lid, van de beleidsregel. In deze bepaling zijn vier inspanningen beschreven die elk kunnen leiden tot matiging van de boete met 25% (de zogenoemde ‘matigingsgronden’). De beleidsregel laat onverlet dat dient te worden beoordeeld of de boete in het individuele geval evenredig is (artikel 5:46, tweede lid, Awb). In dit verband is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van oordeel dat ná een overtreding genomen maatregelen ter voorkoming van dezelfde of soortgelijke overtredingen van betekenis zijn voor de beoordeling van de evenredigheid van de boete.1 Overeenkomstig die rechtspraak wordt reeds beleid gevoerd, maar dat beleid is nog niet openbaar. Door het beleid nu vast te leggen in de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving, wordt het beleid openbaar.

Lees ook vooral de aanpassing van Het matigingspercentage

Wetten overheid

‘Hoe TOP werk jij?’

De Nederlandse campagne ‘Hoe TOP werk jij?’ start officieel op woensdag 28 oktober.

Staatssecretaris Van ‘t Wout lanceert campagne om fysieke overbelasting tegen te gaan

Er is meer aandacht nodig voor het voorkomen van beroepsziekten door lichamelijke belasting. Uit cijfers van TNO blijkt dat bijna een half miljoen werknemers kampen met fysieke aandoeningen door het werk. Deze klachten leiden jaarlijks zeven miljoen verzuimdagen en een kostenpost voor werkgevers van 1,5 miljard euro, nog los van de zorgkosten. Daarom lanceert staatssecretaris Bas van ‘t Wout van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op woensdag 28 oktober de campagne Hoe TOP werk jij? Pak lichamelijke belasting aan!

Vele duizenden Nederlanders krijgen last van hun lichaam door het werk. Met name in de bouw, industrie, zorg, land- en tuinbouw en vervoer en opslag is dit een probleem. De coronacrisis vraagt bovendien extra veel van werkenden. Denk aan de zorgmedewerkers, maar ook aan alle thuiswerkers. Bij die laatste groep ligt een verkeerde houding of te weinig lichaamsbeweging op de loer. Extra aandacht voor de risico’s van lichamelijke overbelasting of juist onderbelasting is daarom zeker nu op zijn plaats. Ik wil samen met werkgevers en werknemers werken aan risicobewustzijn en preventie. Omdat voorkomen zo veel beter is dan genezen.

Staatssecretaris Bas van ‘t Wout

TOP-campagne

Staatssecretaris Van ’t Wout trapt de campagne af in het (digitale) gezelschap van arboprofessionals, experts, brancheorganisaties en werkgevers en werknemers uit sectoren waar lichamelijke overbelasting veel voorkomt. De campagne zet in op de zogenoemde TOP-strategie. TOP staat voor de technische, organisatorische en persoonsgebonden maatregelen ter preventie van lichamelijke belasting. Daarbij wordt gestart met technische maatregelen om de bron van lichamelijke belasting aan te pakken, zoals het gebruik van machines en hulpmiddelen. Vervolgens wordt gekeken naar organisatorische maatregelen, zoals meer afwisseling in het werk. En tot slot wordt samen met de werknemer gekeken of zijn of haar fysieke werkhouding moet worden aangepast. De campagne is onderdeel van een EU-brede campagne over lichamelijke belasting op het werk. In Nederland ligt de uitvoering hiervan bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en bij Focal Point Nederland.

Hoe TOP werk jij?

Naast voorlichtingsactiviteiten wordt aan werkgevers en brancheorganisaties een online toolbox met gratis hulpmiddelen en instrumenten ter beschikking gesteld. Werknemers kunnen zelf via een online test in vijf minuten in kaart brengen welke risico’s zij lopen op lichamelijke belasting, waarna ze doorverwezen worden naar voor hen relevante hulpmiddelen en adviezen. Deze test is te vinden op www.hoetopwerkjij.nl.

Elise Koopman bij BNNVARA: zo slecht is zitten voor je gezondheid

Woensdag 21 oktober jl. was Elise Koopman, bedrijfsarts in opleiding, te gast in het programma Make Holland Great Again van BNN VARA. De uitzending ging over het belang van bewegen, of liever: het gevaar van (teveel) zitten. Presentator Sahil Amar Aïssa vat het kort samen: “Gemiddeld zitten Nederlanders zo’n 9 uur per dag, bij kantoorbanen zelfs 10 uur. En nu het grootste gedeelte van ons land thuiswerkt door Corona, is 53% nog minder gaan bewegen. Maar nu komt ‘ie: zitten is slecht voor je.”

Meer dan tien uur is funest

Klachten aan nek en schouders vieren hoogtij, maar ook ernstige aandoeningen als diabetes liggen op de loer. Sterker nog: “Als je kijkt naar de cijfers, zie je dat je 40% meer kans hebt om in de komende drie jaar te overlijden, wanneer je meer dan 10 uur per dag zit,” vertelt Elise Koopman. Wat kunnen mensen doen? Een paar keer sporten naast die tien uur zitten, doet niet genoeg. Elise adviseert: Wandel of fiets elke dag zeker 22 minuten én wissel het zitten af met staan of lopen.

Kijk Make Holland Great Again

Bekijk Make Holland Great Again van 21 oktober 2020

Beroepsziekten in cijfers 2020

De meest gemelde beroepsziekten zijn in 2019, net als in 2018, psychische aandoeningen, zoals burnout, overspanning, depressie en posttraumatische stress stoornis. Het gaat naar schatting om 78 nieuwe gevallen per 100 duizend werknemers. Dit blijkt uit ‘Beroepsziekten in Cijfers 2020’ van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), Public and Occupational Health, Amsterdam UMC, dat vandaag is verschenen.

Ook aandoeningen aan het houding- en bewegingsapparaat, vooral schouder en elleboog-aandoeningen, komen veel voor. In deze categorie zijn 31 nieuwe gevallen per 100 duizend werknemers gemeld. De cijfers zijn het hoogst in de bouw, industrie, energievoorziening, financiële dienstverlening en de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening.

Omdat het sinds maart 2020 mogelijk is om covid -19 als beroepsziekte te registreren, zijn vanwege de uitzonderlijke situatie rondom deze uitbraak de meldingen toegevoegd aan dit rapport. Tot 1 augustus 2020 zijn er 732 meldingen van covid -19 als beroepsziekte gedaan door 118 bedrijfsartsen. Dat is in die periode ongeveer 30 procent van het totaal aantal meldingen van beroepsziekten.

Het rapport Beroepsziekten in Cijfers 2020 geeft een overzicht van het aantal en de aard van geregistreerde beroepsziekten en de verdeling binnen sectoren en beroepen in Nederland van het afgelopen jaar. Daarnaast beschrijft het wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot beroepsziekten.

Het AMC persbericht
Beroepsziekten in cijfers 2020 (PDF)

Hoe beleven we thuiswerken in coronatijd? 6 lessen

Veel kantoormedewerkers doen hun werk al ruim een halfjaar vanuit huis. Hoe beleven ze dat? En wat is er nodig om nog langer thuis te kunnen blijven werken? Diverse kennisinstellingen deden in het voorjaar en de zomer van 2020 onderzoek onder thuiswerkers. Ze delen hun belangrijkste inzichten.

Berber Bijma

“Het grootste thuiswerkexperiment ooit”, noemt SER-voorzitter Mariëtte Hamer de gedwongen werkplekverhuizing van tienduizenden werknemers afgelopen voorjaar. Thuiswerken veranderde binnen een paar dagen van uitzondering naar norm, althans voor de mensen die hun werk niet per se op locatie hoeven te doen.

De Denktank Coronacrisis, opgericht op initiatief van Hamer, adviseerde het kabinet dit voorjaar (Advies Mobiliteit en de coronacrisis) om in deeltijd thuiswerken te faciliteren en te onderzoeken wat daarvoor nodig is, rekening houdend met verschillen tussen sectoren, omstandigheden en soorten werkzaamheden.

Inmiddels verschenen de eerste onderzoeken over de beleving van thuiswerken. Wat vertellen deze onderzoeken over de voor- en nadelen ervan? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat medewerkers nog een hele tijd productief en gezond (deels) van huis uit kunnen blijven werken?

  • De beleving van thuiswerken loopt enorm uiteen

De een vindt het de beste werkaanpassing ooit, de ander kan niet wachten tot iedereen weer ‘gewoon’ naar kantoor mag: de manier waarop medewerkers het thuiswerken beleven, verschilt enorm. Het Delftse Center for People and Buildings (CfPB) doet er met andere partijen onderzoek naar. CfPB-directeur Wim Pullen: “Zeker in het begin van de lockdown waren mensen positief. Inmiddels zie je een kleine kentering; mensen vragen zich af hoe lang dit nog gaat duren. Wij zien dat 5 tot 20 procent van de medewerkers extreem anders scoort dan de meerderheid. Dat is een minderheid, maar wel een substantiële groep die thuiswerken extreem negatief beoordeelt.”

‘Een substantiële minderheid beoordeelt thuiswerken extreem negatief’

De beleving van thuiswerken verschilt vooral naar levensfase, ziet TNO-onderzoeker Wendela Hooftman: “Gemiddeld genomen ervaren mensen de balans tussen werk en privé nog gelijk, maar per levensfase zijn er duidelijke verschillen. Voor mensen met jonge kinderen werd die balans slechter, terwijl deze voor werknemers met oudere kinderen juist positiever werd.”

  • Thuiswerkers missen informeel contact het meest

De kantoorkoffie missen we niet, het praatje bij de automaat wel. Thuiswerkers missen het informele contact met collega’s het meest. Arbeids- en organisatiepsycholoog Cora Reijerse was betrokken bij een kwalitatief onderzoek van het Nederlands Instituut van Psychologen. “Ieder mens heeft behoefte aan live contact, en iedere werknemer heeft behoefte aan aandacht en feedback van de manager. In coronatijden moet je die feedback veel bewuster organiseren.”

Florijn Vriend, product lead wellbeing bij vastgoedtechnologiebedrijf EDGE, wijst ook op onderzoek waaruit blijkt dat “de sociale interactie drastisch naar beneden is gegaan.” Met name mensen die alleen wonen, missen die interactie, stelt zij. “Veel werkenden brachten sowieso al veel uren achter hun scherm door. Dat is nu nog meer geworden. De mentale en fysieke last daarvan is duidelijk een probleem.”

Een groot nadeel van werken op afstand is bovendien dat het ‘leren op de werkplek’ vrijwel ophoudt. Wim Pullen (Center for People and Buildings): “Jonge mensen kunnen niet meer bij ervaren collega’s de kunst afkijken. In de huidige omstandigheden missen we het enorme leervoordeel van fysieke nabijheid.”

  • De grootste winst: een betere werk-privébalans en meer focus

Geen files, niet hoeven staan in de trein: thuiswerken bespaart reisongemakken én reistijd. Thuis werken kost – als het goed is – per saldo minder tijd dan werken op kantoor. Dat zorgt bij vrij veel werkenden voor een betere balans tussen werk en privé – zolang er tenminste geen schoolgaande kinderen thuis zijn. De afwezigheid van collega’s én de heropening van de scholen maken dat veel mensen zich thuis bovendien beter kunnen concentreren dan in de kantoortuin. Vandaar het overwegend positieve oordeel over thuiswerken.

Niet iedereen beleeft het overigens zo: veel mensen leiden volgens Wim Pullen onder de “zelfopgelegde druk” dat ze thuis minstens zo productief moeten zijn als op kantoor. Ook het gebrek aan een eigen (werk)kamer thuis kan de werk-privébalans juist negatief beïnvloeden, ziet Florijn Vriend.

  • Thuiswerken zorgt voor betere én slechtere gezondheid

Onderzoeken geven bepaald geen eenduidig beeld van de gezondheidseffecten van thuiswerken. Fysiotherapeuten constateerden al vrij snel na het begin van de lockdown dat veel meer mensen kampen met klachten aan bijvoorbeeld rug, nek en armen. “De werkplek thuis is doorgaans niet optimaal”, constateert Wendela Hooftman. “Bovendien zitten mensen thuis nog meer en nemen ze weinig korte pauzes.”

Hooftman vervolgt: “Tegelijk horen we dat medewerkers hun eigen gezondheid als beter beoordelen. Ook is het aantal burn-outs niet toegenomen. Wij schrijven dit dubbele effect vooralsnog toe aan de veerkracht van mensen, maar de vraag is hoe de gezondheidsklachten zich op de langere termijn zullen ontwikkelen. Het ingewikkelde is bovendien: als je thuis werkt, ziet misschien niemand dat het niet goed met je gaat. Je zult dus zelf aan de bel moeten trekken bij de bedrijfsarts.”

‘Mensen hebben meer gezondheidsklachten gekregen, maar beoordelen tegelijk hun eigen gezondheid als beter’

Ook Wim Pullen maakt zich zorgen. “Er is een overduidelijke toename van gezondheidsklachten, gecombineerd met een afnamen van het bewegen. Fysieke klachten, veelal aan het bewegingsapparaat, maar ook mentale klachten als vermoeidheid en depressiviteit. Als we daar niet op korte termijn alarmsignalen van arbo-artsen over krijgen, dan wel op de wat langere termijn van cardiologen.”

  • De beleving van thuiswerken is (ook) een kwestie van karakter

Niet iedereen is even ‘geschikt’ om thuis te werken, ziet Cora Reijerse aan de uitkomsten van het onderzoek van het Nederlands Instituut van Psychologen. “Mensen die extravert en consciëntieus zijn, zijn in iedere crisis in het voordeel, dus ook nu. Mensen die introvert zijn en moeite hebben zichzelf te sturen in hun werkzaamheden, hebben het moeilijker met thuiswerken.”

Reijerse vervolgt: “Als organisaties zich meer bewust zouden zijn van de invloed van persoonskenmerken op thuiswerken, zou dat helpen om te bepalen wat individuele thuiswerkers nodig hebben. Managers vinden het echter lastig om verschil tussen mensen te maken. Leidinggeven op afstand vraagt overigens überhaupt al om een nieuwe stijl van leidinggeven, met een nog bewuster hr-beleid en nog meer aandacht voor de juiste taakverdeling binnen een team.”

  • De meeste mensen willen graag (een beetje) terug naar kantoor

Vooral jonge mensen verheugden zich aan het eind van de zomer enorm op de return to office, zegt Florijn Vriend. “In de kantoren die wij beheren, zat de capaciteit al snel iedere dag weer vol. De helft komt op kantoor voor een betere focus, de andere helft voor sociale interactie.”

Toch willen veel mensen niet volledig weer op kantoor gaan werken. “Covid is tijdelijk, thuiswerken waarschijnlijk permanent. Veel mensen geven de voorkeur aan een combinatie”, zegt Wendela Hooftman. Ook Cora Reijerse ziet ‘hybride’ als ideaal. “Elkaar zo nu en dan echt zíen houdt de binding in stand. Het moet in onveilige tijden mogelijk zijn om veilig één op één af te spreken.”

‘Elkaar zo nu en dan écht zien houdt de binding in stand’

Thuiswerken vraagt dan ook om maatwerk: in de ene sector is meer mogelijk dan in de andere en de ene medewerker heeft er meer behoefte aan dan de andere. Hoeveel dagen medewerkers over een paar jaar nog naar kantoor gaan? Eén à twee dagen komt nu uit onderzoeken naar voren als ideaal. Volgens Wim Pullen is het nog veel te vroeg om daar uitspraken over te doen. “Die twee dagen zeggen we op basis van een halfjaar ervaring. Dat is veel te kort. We moeten die twee dagen ook niet zomaar willen vastleggen in bijvoorbeeld cao’s. Het gewenste gemiddelde kan zomaar weer anders zijn.”

De uitspraken in dit artikel zijn gedaan tijdens een webinar dat de SER hield op 23 september, waarbij de onderzoeksresultaten van diverse instellingen werden toegelicht en bediscussieerd.

Over de Denktank Coronacrisis

De Denktank Coronacrisis is opgericht op initiatief van SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Het kabinet heeft de Denktank gevraagd te adviseren over de sociaaleconomische aspecten van de coronacrisis. De Denktank wil kennis verzamelen, oplossingsrichtingen aangeven en met praktische voorstellen komen.

In de Denktank zijn vertegenwoordigd: werkgevers, vakbonden en SER-kroonleden, Vereniging Nederlandse Gemeenten, Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Sociaal en Cultureel Planbureau, Centraal Planbureau, Centraal Bureau voor de Statistiek, Clingendael, De Nederlandsche Bank, Onderwijsraad en de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken.

Lees meer over de rol van de SER in de coronacrisis

Aanpak coronacrisis

 

Netwerkbijeenkomst Veilig Werken – Weten wat werkt

Vrijdag 25 september hebben wij het interventieplatform www.veiligheidsinterventies.nl gelanceerd. Dit deden we tijdens de online netwerkbijeenkomst Veilig Werken – Weten wat werkt. We willen alle deelnemers nogmaals bedanken voor hun deelname. Zonder jullie (online) aanwezigheid was het niet zo’n succes geworden.

Heb je de bijeenkomst gemist? Je kan deze terugkijken via:

https://vimeo.com/event/307039/videos/458973618/268a3155b1

De meest gestelde vragen van de bijeenkomst beantwoorden wij zo snel mogelijk. De antwoorden publiceren wij op www.veiligheidsinterventies.nl. Dus houd de website in de gaten.

Save the date

In aanvulling op de online bijeenkomst organiseren we nog twee webinars. Deze webinars gaan dieper in op twee specifieke type interventies. Het beloven twee inspirerende sessies te worden waarin we met elkaar de effectiviteit van deze interventies proberen te bepalen. Dit doen we aan de hand van de wetenschap en voorbeelden uit de praktijk.

Wil je erbij zijn? Meld je dan snel aan via bovenstaande links (gekoppeld aan de naam van het webinar).

Uiteraard nodigen we je ook van harte uit om jouw interventies te delen op het interventieplatform. Want alleen samen maken we het platform tot een succes.

Graag tot ziens bij de webinars!

Met vriendelijke groeten,

Namens het programmateam Veilig Werken
Marre Lammer
Projectleider Veiligheidsinterventies.nl

Inspectie SZW wil dat bedrijven leren van ongevallen

De Inspectie SZW gaat aan de slag met een nieuwe aanpak van arbeidsongevallen. Uitgangspunt is dat daarmee de veiligheid in bedrijven verbetert en herhaling van het ongeval zoveel mogelijk wordt voorkomen. Inspecteurs kunnen behalve het reguliere ongevalsonderzoek, nieuwe interventies inzetten in bedrijven waar een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden. Zo kan van werkgevers gevraagd worden om zelf de toedracht in kaart te brengen en een verbeterplan op te stellen. De nieuwe aanpak geldt alleen voor ongevallen waarbij het slachtoffer licht letsel heeft opgelopen.

Het aantal arbeidsongevallen neemt al jaren toe. De Inspectie SZW wil dat de veiligheid in bedrijven verbetert en dat daarmee het aantal arbeidsongevallen daalt. De afgelopen tijd heeft de Inspectie SZW, mede op verzoek van de Tweede Kamer, onderzoek gedaan naar nieuwe mogelijkheden bij de afhandeling van ongevalsonderzoek. Onder bepaalde voorwaarden wil de Inspectie bedrijven die te maken hebben gehad met een arbeidsongeval aan de slag laten gaan met verbeteringen. Bijvoorbeeld door het bedrijf zelf te laten onderzoeken wat er misging bij het arbeidsongeval, hoe dat voorkomen kon worden en hoe ervoor te zorgen dat het niet nog eens gebeurt. De verbeterpunten die daaruit voortkomen, moet de werkgever in orde maken. Dat kost bedrijven tijd, maar het levert ze ook wat op: meer veiligheid in het bedrijf en bij een goedgekeurd verbeterplan legt de Inspectie SZW geen boete op. De Inspectie SZW bekijkt het onderzoek dat een bedrijf uitvoert en beoordeelt of het verbeterplan effectief is. Ook kan een inspecteur besluiten de werkplek te inspecteren in plaats van het ongeval te onderzoeken. De werkgever moet dan aan de slag met de verbeterpunten die hieruit voortvloeien. Bedrijven kunnen alsnog een sanctie krijgen als bij herinspectie blijkt dat er geen vorderingen zijn gemaakt.

Uit eerste onderzoeksresultaten blijkt dat de nieuwe interventies effectief zijn zowel bij het aanpakken van de directe oorzaak van het arbeidsongeval als de achterliggende factoren. De nieuwe aanpak geldt alleen voor ongevallen waarbij het slachtoffer licht letsel heeft opgelopen. Ongevallen waarbij het slachtoffer ernstig gewond raakt of waarbij iemand is overleden, worden op de reguliere wijze onderzocht door de Inspectie SZW. Wanneer uit onderzoek blijkt dat wetgeving is overtreden, kan dat zoals gebruikelijk leiden tot een bestuurlijke boete of een strafrechtelijk vervolg.

Bron: ISZW.nl

Herziene richtlijn Contacteczeem nu beschikbaar

Regelmatig handen wassen is één van de bekendste maatregelen om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Vaak de handen wassen, maar ook desinfecteren en langdurig gebruik van handschoenen zijn wel een aanslag op de huid. Ook voor de coronacrisis was daar bij veel werkenden al sprake van. In de zorg en bij kappers, maar bijvoorbeeld ook in de voedingsmiddelenindustrie en bij metaalbewerkers en schoonmakers. De herziene richtlijn Contacteczeem is nu beschikbaar, en helpt bedrijfsartsen bij het voorkomen van contacteczeem en de behandeling en begeleiding van werkenden met klachten.

Nieuw in de herziene richtlijn Contacteczeem

In westerse landen is contacteczeem de meest voorkomende of op één na meest voorkomende beroepsgerelateerde aandoening, verantwoordelijk voor ongeveer 30% van de klachten door beroepsziekten. Toch zien de meeste bedrijfsartsen zelden werknemers met contacteczeem. Opsporen van werkenden met contacteczeem is daarmee van groot belang. Daarom is de richtlijn vernieuwd op onderstaande punten:

De richtlijn:

  • beschrijft hoe een Handeczeemspreekuur kan worden opgezet en uitgevoerd
  • geeft een overzicht van argumenten naar werkgevers voor het opzetten van een PMO gericht op huidbelasting
  • geeft een overzicht van aandachtspunten bij het opzetten van een PMO-huid
  • is uitgebreid met een dermatologische beeldgids (‘Photographic guide for severity of hand eczema’), te gebruiken bij onder andere een PMO.

Geactualiseerd zijn onder andere adviezen over preventie mede gebaseerd op de RI&E, huidverzorging, handcrèmes, handschoenen en behandeling van eczeem. Daarbij is gebruik gemaakt van de uitkomsten van een invitational conference gericht op implementatie, een update van de literatuursearch en van een praktijktest.

Bron: NVAB.nl

360 miljoen voor verbetering ventilatie in scholen

Zo’n 11 procent van de onderzochte schoolgebouwen voldoet niet aan de wettelijke ventilatienormen, maar veel scholen zijn nog bezig de situatie op hun locatie te onderzoeken. Dat blijkt uit de inventarisatie door het Landelijke Coördinatieteam Ventilatie op Scholen, die minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het kabinet stelt 360 miljoen euro beschikbaar om schoolbesturen en gemeenten te helpen met aanpassingen aan het ventilatiesysteem.

Het RIVM constateert op basis van de huidige kennis dat er geen aanwijzingen zijn dat aerosolen een relevante rol spelen bij de verspreiding van het coronavirus. Overdracht vindt volgens de experts vooral plaats via druppelinfectie, bijvoorbeeld als besmette mensen hoesten of niezen. Het RIVM adviseert om in ieder geval de bestaande regelgeving op het gebied van ventilatie te volgen. Dat geldt ook voor scholen. Bovendien leren leerlingen het beste in een prettige omgeving met gezonde lucht.

Bestaande eisen

Alle schoolgebouwen moeten dus voldoen aan de bestaande wettelijke normen voor een gezond binnenklimaat. Minister Slob heeft het Landelijke Coördinatieteam Ventilatie op Scholen onder leiding van Doekle Terpstra gevraagd scholen hierbij te helpen en in kaart te brengen in hoeverre scholen voldoen aan de bestaande eisen.

Onderzochte scholen

Het Coördinatieteam constateert dat 38 procent van de onderzochte schoolgebouwen voldoet aan de bestaande normen voor een prettige lucht in de klas (2678 locaties). Van de scholen voldoet 11 procent nog niet en zijn technische aanpassingen nodig (777 locaties). Bij de overige scholen loopt het onderzoek nog of kon het onderzoek nog niet uitgevoerd worden.

360 miljoen euro

,,Het is belangrijk dat scholen zich houden aan de bestaande normen voor een gezonde lucht in de klas. Dan kunnen leerlingen zich goed concentreren en leraren in een prettige omgeving hun werk doen. De scholen die nog niet voldoen aan de normen, zijn verplicht dit aan te pakken. Wij ondersteunen ze daarbij”, zegt minister Slob van Basis- en Voortgezet Onderwijs.

Ventilatie in het schoolgebouw is primair de verantwoordelijkheid van schoolbesturen en/of gemeenten. Het kabinet stelt 360 miljoen euro beschikbaar voor technische aanpassingen, waarvan het eerste deel dit jaar al benut kan worden.

Advies op maat

,,Welke aanpassingen er precies nodig zijn, verschilt sterk per school’’, zegt Doekle Terpstra, voorzitter van het Coördinatieteam. ,,In sommige gebouwen zijn grote technische aanpassingen nodig, andere scholen kunnen het oplossen door bijvoorbeeld tussen lessen door meer te luchten.”

Scholen die niet aan de normen voldoen, krijgen hierover nu al advies op maat van de GGD, de arbodienst of kenniscentrum Ruimte OK. Daarnaast heeft het Coördinatieteam een informatieblad met praktische tips voor ventilatie voor scholen opgesteld die ze nu al kunnen treffen, zoals extra ventilatieroosters aanbrengen of aanvullend luchten in de pauzes. Meer informatie over ventilatie op scholen staat op de website Lesopafstand.nl.
In sommige gevallen is er een langer durend plan nodig om bouwtechnische aanpassingen te doen. Met korte termijnmaatregelen kunnen de lessen gewoon doorgaan. De GGD geeft ook aan dat het scholen niet zal adviseren om te sluiten wegens ventilatie die te wensen overlaat.

Lopende onderzoeken

Uit de inventarisatie blijkt dat veel scholen nog bezig zijn met het onderzoeken van het ventilatiesysteem. Dat kan zijn omdat er geen technici beschikbaar waren, of omdat het geen prioriteit kreeg. De komende tijd zullen scholen doorgaan met hun onderzoek, zodat elke school weet of het aan de bestaande normen voldoet. Scholen informeren hun personeel en ouders zelf over hoe het zit in hun schoolgebouw.

Coördinatieteam

Het Landelijk Coördinatieteam onder leiding van Doekle Terpstra bestaat uit vertegenwoordigers van de PO-raad (sectororganisatie voor het primair onderwijs), de VO-raad (vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs), GGD GHOR Nederland (vereniging voor publieke gezondheid en veiligheid in Nederland), VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). De inventarisatie is gebaseerd op een door schoolbesturen ingevulde vragenlijst, de respons is goed voor 79 procent van de in totaal 9.331 schoolgebouwen van het primair en voortgezet onderwijs in Nederland.

Documenten

Kamerbrief rapportage Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen

Minister Slob stuurt een brief aan de Tweede Kamer bij de eindrapportage ‘Beeld van ventilatie op scholen in het funderend ….