Kabinetsreactie op advies over gespoten PUR-schuimisolatie en gezondheid

Het kabinet heeft op 30 juni een reactie uitgebracht op het advies van de Gezondheidsraad over risico’s van toepassingen van purschuim. De Gezondheidsraad gaf aan dat mensen met een isocyanaatallergie isolatie met gespoten purschuim moeten vermijden. De kabinetsreactie gaat zowel in op de verantwoordelijkheid van werkgevers als op het ‘’A-blad’’, dat de afspraken weergeeft die gemaakt zijn in de sector voor de bescherming van isoleerders.

Verantwoordelijkheid van de werkgever

De kabinetsreactie geeft aan dat werkgevers primair verantwoordelijk zijn voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden van werknemers, in dit geval de isoleerders. Zo dient de werkgever de risico’s op de werkplek te inventariseren, te evalueren en te beheersen via een RI&E. Werknemers moeten goed voorgelicht en geïnstrueerd worden. De werkgever moet van iedere stof waaraan de isoleerder kan worden blootgesteld de gevaren bepalen, een grenswaarde vaststellen en bepalen of deze grenswaarde overschreden wordt. Dit laatste kan door middel van metingen of deugdelijke schattingen. Ook de blootstelling via de huid moet worden beoordeeld. Indien de blootstelling boven de grenswaarde ligt of de huidblootstelling risicovol is moet de werkgever goede beheersmaatregelen nemen. Daarnaast moet de werkgever ook een zogenaamd Periodiek Medisch Onderzoek (PMO) aanbieden aan de isoleerder en deze toegang bieden tot een arbodienst.

A-blad

In de sector zelf zijn kortgeleden afspraken gemaakt tussen sociale partners voor de bescherming van isoleerders met een “A-blad”. Dit A-blad gaat over de isolatie van kruipruimtes, dit is de meest risicovolle toepassing van purschuim. In het A-blad staat onder andere dat het uitgangspunt de advieswaarde van de Gezondheidsraad uit 2018 voor de gebruikte isocyanaat. Daarnaast moeten isoleerders volgens het A-blad onafhankelijke ademhalingsbescherming gebruiken. Ook wordt ook aangegeven dat regelmatig een PMO aangeboden moet worden. Met dit A-blad zijn al een paar onderdelen van het advies van de Gezondheidraad opgevolgd.

Lees hier de volledige kamerbrief

Bron: Arboportaal

Maaltijdplatform krijgt boete van € 176.000,-

Een platform voor de bezorging van maaltijden heeft van de Inspectie SZW een boete gekregen van € 176.000,-. Het platform heeft in 2018 22 buitenlandse werknemers (vreemdelingen) maaltijden laten bezorgen. Het platform had voor hen geen werkvergunning aangevraagd terwijl dit wel verplicht is. Het bedrijf overtreedt hiermee de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).

Een werkgever dient er voor te zorgen dat regels die gelden voor buitenlandse werknemers worden nageleefd. Uit onderzoek van de Inspectie SZW is gebleken dat de vreemdelingen maaltijden hebben bezorgd. Op basis van het boeterapport is geconcludeerd dat de werkzaamheden onder gezag van het platform hebben plaatsgevonden. Daarmee worden de vreemdelingen niet als zelfstandige aangemerkt, en gold er geen uitzondering op de werkvergunningsplicht.

Een werkgever mag alleen arbeidskrachten laten werken van wie de identiteit bekend is. Bekijk het stappenplan verificatieplicht.

Bron: Inspectie SZW

TOP-coach pakt fysieke overbelasting aan

Op 20 juli 2021 ondertekenden het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volandis het convenant ‘TOP-coach aanpak’, waarmee beide partijen afspraken maken over een integrale en duurzame aanpak van fysieke belasting. De TOP-coach aanpak heeft als doel om sectoren en bedrijven te stimuleren zelf aan de slag te gaan met het duurzaam aanpakken van fysieke belasting. De TOP-coach aanpak stelt hiertoe gidsen beschikbaar die expertise en begeleiding op maat kunnen bieden aan de TOP-coaches van de sectoren en bedrijven. Dit varieert van hulp bij een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) tot aan het invoeren en borgen van oplossingen.

In Nederland hebben 2 op de 5 werknemers te maken met lichamelijk belastend werk. Denk aan te zwaar tillen, veel bukken of aan de lopende band dezelfde beweging maken. In totaal lijden 460.000 werknemers daardoor aan een beroepsziekte aan hun rug, arm, nek, schouder, knie of heup. Dat zorgt niet alleen voor veel persoonlijk leed, maar levert werkgevers en de maatschappij jaarlijks ook hoge kosten op. Om hier aandacht voor te vragen startte het Programma Preventie Beroepsziekten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2020 de campagne ‘Hoe TOP werk jij? Pak lichamelijke belasting aan!’. Deze campagne wordt uitgevoerd in samenwerking met Focal Point Nederland en de Europese campagne Gezond werk: verlicht de last! en verschillende campagnepartners uit sectoren die te maken hebben met relatief veel fysiek zwaar werk. Via de TOP-coach aanpak worden sectoren en bedrijven gestimuleerd zelf aan de slag te gaan met het duurzaam aanpakken van fysieke belasting.

“We zijn blij dat Volandis de aanpak van fysieke belasting in de bouw- en infrasector prioriteit geeft en dat we samen optrekken om lichamelijke belasting duurzaam aan te pakken. Sectororganisaties hebben een belangrijke rol in het agenderen van het onderwerp en bedrijven te faciliteren om zelf met het onderwerp aan de slag te gaan”, aldus Heidi Boussen, directeur Gezond en Veilig Werken bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “We zijn blij met onze deelname aan de TOP-coach aanpak. Met sociale partners in de bouwnijverheid heeft Volandis de overtuiging dat iedere vakman het recht heeft op de beste preventiezorg. Daarom moeten we ook gebruik maken van alle middelen die dit faciliteren. Het is een zaak tussen werknemers, werkgevers en opdrachtgevers. Bedrijven die werk willen maken van fysieke belasting, roepen we op om zich bij ons te melden”, aldus Tjeerd Willem Hobma, algemeen directeur van Volandis.

Bron: Arboportaal

Beroepsziekte werknemers de afgelopen jaren niet gestegen maar verzuimkosten zijn verdubbeld

In de periode van 2014‑2018 was er een lichte stijging van 3,2% naar 3,8% in het aantal werknemers met een beroepsziekte die zich in het afgelopen jaar heeft gemanifesteerd. Meer recente cijfers laten echter zien dat 2018 een ‘uitbijter’ was. Net als in 2014, rapporteerden in 2020 3,2% van alle werknemers in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) dat zij in dat jaar één of meerdere beroepsziekten hebben opgelopen die zijn vastgesteld door een arts. Ook het totale percentage werknemers met een beroepsziekte, dus ongeacht wanneer deze is begonnen, was in de periode 2014‑2020 stabiel (11,1% in 2014; 10,6% in 2020). Opvallend is echter dat de verzuimkosten van beroepsziekten[1] wél fors zijn gestegen. De totale verzuimkosten van de in het afgelopen jaar volgens werknemers vastgestelde beroepsziekten, stegen van 1,3 miljard in 2014 naar 2,6 miljard in 2020[2]; een stijging van 1,3 miljard.

De belangrijkste oorzaak van deze kostenstijging, is dat het gemiddeld aantal verzuimdagen door beroepsziekten in sterke mate is toegenomen. Van genoemde stijging in verzuimkosten tussen 2014 en 2020 van 1,3 miljard, is bijna driekwart) toe te schrijven aan de toename in het aantal verzuimdagen door beroepsziekten. Dat is vele malen meer dan de invloed van veranderingen in loonkosten, of veranderingen in het totale aantal werknemers in Nederland.

Opvallend is dat het gemiddeld aantal verzuimdagen in alle jaren veel hoger is in de groep van wie de beroepsziekte zich in het afgelopen jaar heeft gemanifesteerd, vergeleken met de groep die al langer dan een jaar een beroepsziekte heeft. Dat heeft tot gevolg dat ook de verzuimkosten per werknemer veel hoger zijn voor beroepsziekten die pas in het afgelopen jaar zijn begonnen, vergeleken met beroepsziekten die men al langer dan een jaar heeft. Dit extra hoge verzuim in het eerste jaar van een beroepsziekte geldt vooral voor degenen met een psychische beroepsziekte en voor werknemers die meerdere nieuwe beroepsziekten rapporteren.

Deze cijfers wijzen er op dat werknemers vooral in het eerste jaar na het begin van een beroepsziekte veel moeite hebben om hun werk te combineren met deze nieuwe gezondheidssituatie. Na enige tijd blijkt men gemiddeld bezien beter in staat om met minder verzuim toch te kunnen werken. Deze reductie in verzuim vanaf het eerste jaar dat de beroepsziekte zich heeft gemanifesteerd kan het resultaat zijn van behandelingen waarmee de klachten van de beroepsziekte geleidelijk minder worden, of het gevolg zijn van werkplek‑ en taakaanpassingen. Bovendien kan er sprake zijn van een ‘healthy worker effect’. Mogelijk hebben sommigen met een ernstige en met veel verzuim gepaard gaande beroepsziekte hun werk op moeten geven, en blijven na een jaar alleen degenen over met een minder ernstige en met minder verzuim gepaard gaande beroepsziekte. Waarschijnlijk ligt de verklaring in een combinatie van de hierboven genoemde verklaringen.

[1] Het gaat hier om loonkosten voor niet gewerkte uren.
[2] De cijfers voor 2020 zijn een voorlopige schatting op basis van de loongegevens van 2019.

Meer informatie:

Rapport Beroepsziektetrends 2021/ TNO

Bron: ‘Trends, kosten en comorbiditeit van beroepsziekten van werknemers in de periode 2014‑2020’. Auteurs: Ernest de Vroome, Wouter Steijn en Irene Houtman.

Forse boete wegens tekortschietend veiligheidsbeleid

Een medewerker wordt overreden door een shovel en overlijdt. De bestuurder verklaart dat hij de werknemer pas zag nadat hij over hem heen was gereden. Wie is hier schuldig en hoe loopt dit af?

Een groothandel, gespecialiseerd in bouwmaterialen, houdt zich onder meer bezig met de handel in betonproducten. In een loods staan bovenop een helling mengbunkers die met een shovel worden bijgevuld. In november 2018 wordt een medewerker tijdens deze werkzaamheden overreden met dodelijke afloop. De bestuurder heeft verklaard dat hij de werknemer pas heeft gezien nadat hij over hem heen was gereden. En dat ondanks dat hij goed om zich heen heeft gekeken,

Strafrechtelijke vervolging

Na onderzoek door de Inspectie SZW is de zaak voor strafrechtelijke afhandeling overgedragen aan het Openbaar Ministerie. Die beschuldigt het bedrijf ervan dat het niet heeft voldaan aan de regels van de Arbowet. Dit houdt concreet in dat de werkgever de werknemers heeft laten werken terwijl levensgevaar of ernstige schade aan hun gezondheid ontstond of te verwachten was (artikel 32 Arbowet).

Risico’s niet vastgelegd in RI&E

De werkgever is verplicht  zich te houden aan de voorschriften van de Arbowet en het Arbobesluit. Daartoe moet hij de risico’s vatsleggen in een RI&E. In het Plan van Aanpak van januari 2017 staat het aanrijdingsgevaar door voertuigen niet vermeld. Daarmee heeft het bedrijf de RI&E onvoldoende ingevuld (artikel 5, eerste lid Arbowet).

Hapsnap voorlichting

Op grond van artikel 8 Arbowet moet de werkgever zijn werknemers doeltreffend voorlichten over de risico’s van de werkplek en het werk. Dat was niet het geval en ook uit verklaringen blijkt dat toolboxmeetings slechts sporadisch werden gehouden.

Geen doeltreffende verkeersregels

Ook was er geen fysieke scheiding of markering tussen voetgangers en gemotoriseerd verkeer. Alleen bij de terreiningang hing een bord met waarschuwingen. Daarmee is onvoldoende voldaan aan artikel 3.15 Arbobesluit. Doeltreffende verkeersregels, zoals bedoeld in artikel 7.17c lid 4 Arbobesluit, waren voor de loods niet vastgesteld. Maatregelen om de werkruimte en de looproute te scheiden waren niet genomen. Dat was wel nodig, omdat de loods vrij toegankelijk was voor lopende werknemers (artikel 7.17c, lid 5 Arbobesluit ).

Opzettelijk niet voldaan aan de Arbowet

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier kan worden afgeleid dat aandacht werd besteed aan veiligheidsmaatregelen. Daarmee werden de risico’s onderkend. Desondanks zijn onvoldoende veiligheidsmaatregelen getroffen. De rechtbank acht daarmee bewezen dat het bedrijf als werkgever opzettelijk niet heeft voldaan aan de Arbowet. En wist of had kunnen weten dat daardoor levensgevaarlijke situaties te verwachten waren.

Gelet op vergelijkbare zaken komt de rechtbank tot een boete van 50.000 euro. Daarvan is 25.000 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Geëist was 75.000 euro resp. 30.000 euro. De rechtbank weegt mee dat na het ongeval direct veiligheidsmaatregelen zijn genomen.

Bron: Rechtbank Amsterdam, 22 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2598

Auteur: Rob Poort |Bureaupoort.nl  | Arboonline.nl

In beweging komen op het werk

Een korte handleiding om actief te blijven en aandoeningen aan het bewegingsapparaat te voorkomen

We moeten minder zitten en meer bewegen op de werkplek. In ons nieuwe informatieblad wordt uitgelegd hoe tijdens het uitvoeren van elke baan bewogen kan worden.

In de korte handleiding wordt de aandacht gevestigd op problemen aan het bewegingsapparaat en andere gezondheidsproblemen in verband met zittend werken. Er staat ook in wat werkgevers en werknemers kunnen doen om beweging onderdeel te maken van werkroutines, en er worden voorbeelden van echte werkplekken en links naar andere informatiebronnen gegeven. In de bijbehorende infographic zijn de belangrijkste tips en adviezen in één oogopslag te zien.

Download het informatieblad In beweging komen op het werk en de bijbehorende infographic

Bekijk tevens het punt van aandacht Zittend werk  op de campagnewebsite voor meer informatiebronnen

De campagne Verlicht de last 

Ook interessant: NHG-Zorgmodule Leefstijl Bewegen

Bron: EU-OSHA

Arboportaal lanceert e-magazine over thuiswerken

Door de coronacrisis heeft een groot deel van werkend Nederland kennisgemaakt met thuiswerken. Na meer dan een jaar is één ding duidelijk: thuiswerken in welke vorm ook is here to stay. Bij veel organisaties zullen mensen hybride werken, waarbij zij enkele dagen thuiswerken en enkele dagen op locatie. We hebben een hoop geleerd van een jaar thuiswerken en daarom verzamelde het Arboportaal ervaringen, verhalen, tips en praktische hulpmiddelen voor thuiswerken in het nieuwe e-magazine “Thuiswerken”.

Interviews

In het magazine beschrijft cabaretier Andries Tunru hoe hij zijn appartement iedere avond ombouwde tot studio en vertellen Julian Bouman van RedLogic en Noëlle van Diepen van Omring waarom hun organisaties zijn uitgeroepen tot beste thuiswerkgever van het jaar. Daarnaast leggen Ellen Wiewel en Alied Nijman van Triodos uit waarom zij vol blijven inzetten op thuiswerken. Triodos gaat er namelijk vanuit dat veertig tot zestig procent voortaan op afstand gaat werken. Ook gaan HR-managers Jeanne Kortenoever van Blyde en Sanne Hadders van MSD in gesprek over de uitdagingen en mogelijkheden van hybride werken.

Praktische tips

In het magazine worden verschillende tips en praktische informatie gedeeld om het thuiswerken zo vitaal mogelijk op te pakken. Zo biedt het programma “Vitaal Bedrijf” hulpmiddelen aan werkgevers om de vitaliteit op de werkvloer te verbeteren en biedt Happiness Lab aanbevelingen voor thuiswerkers van de toekomst. Het magazine geeft daarnaast tips voor leidinggeven op afstand, waaronder job crafting en playful work design, en biedt informatie en inspiratie om in beweging te komen tijdens de werkdag.

Bekijk het magazine hier.

Bron: Arboportaal.nl

De resultaten van de ZEA in vogelvlucht

Begin 2021 is voor de vierde keer de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) uitgevoerd door TNO en het CBS, in samenwerking met het ministerie van SZW. Ruim 8.000 zelfstandig ondernemers, waarvan meer dan 6.500 ondernemers zonder personeel, vulden de vragenlijst over hun werksituatie in.

In deze publicatie geven TNO en het CBS een eerste beknopte beschrijving van de resultaten. Daarbij is gekeken naar ontwikkelingen in de tijd, maar ook naar verschillen tussen sectoren en leeftijdscategorieën.

De vragenlijst is ingevuld ten tijde van de COVID-19 pandemie, waardoor de werksituatie van zelfstandig ondernemers is beïnvloed. De doelgroep van de ZEA bestaat uit zelfstandig ondernemers. Dit zijn personen die voor eigen rekening of risico arbeid verrichten in een eigen bedrijf of praktijk en daarover winstaangifte doen voor de inkomstenbelasting bij de
Belastingdienst. Zelfstandig ondernemers vormen de grootste groep zelfstandigen. Andere zelfstandigen, zoals directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s), meewerkende gezinsleden en overige zelfstandigen (personen met resultaat uit overige werkzaamheden) behoren niet tot de doelgroep van de
ZEA 2021.

Hoewel de ZEA over zelfstandig ondernemers met en zonder personeel gaat, betreft deze publicatie alleen de zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers). Dit is de grootste groep onder de zelfstandig ondernemers waarvan de omvang is toegenomen van 892.000 mensen in 2015 tot ruim 1 miljoen
in 2019.

Deze publicatie beschrijft de eerste globale resultaten. Aanvullende analyses op de data zullen in de toekomst plaatsvinden om meer verdieping te geven. Het methodologisch rapport van de ZEA geeft de methodologische verantwoording van het onderzoek en presenteert een overzichtstabel met resultaten van zelfstandig ondernemers.

Download de publicatie ZEA 2021 – RESULTATEN IN VOGELVLUCHT

Download het rapport I ZEA 2021 – METHODOLOGIE EN GLOBALE RESULTATEN

 Download de factsheet I FACTSHEET ZEA 2021

 

 

 

Psychosociale arbeidsbelasting integraal aanpakken

Al jarenlang neemt psychosociale arbeidsbelasting bij werkenden toe. Dit uit zich onder andere in toenemende werkstress en burn-outklachten, met als gevolg verminderde inzetbaarheid en oplopende verzuimkosten. Een allesomvattende aanpak ontbreekt veelal. Met multidisciplinaire teams werkt TNO onder andere binnen de zorg, het onderwijs, de industrie, de vervoerssector, de publieke dienstverlening, politie en defensie aan het onderzoeken, analyseren en aanpakken van psychosociale arbeidsbelasting.

Werkstress terugdringen met een integrale aanpak op maat? Download de whitepaper

Bijna 16% van alle werknemers in Nederland heeft in hoge mate last van burn-outklachten. Verontrustend is bovendien dat dit vaak jonge werknemers zijn met nog een heel werkzaam leven voor zich: van de werknemers tussen de 25 en 34 jaar heeft maar liefst 19,5% burn-outklachten. Opvallend is dat vooral publieke sectoren slecht scoren: onderwijs (22,1%), zorg en welzijn (17,9%).

Leed en kosten psychosociale arbeidsbelasting

Psychosociale arbeidsbelasting zorgt voor veel persoonlijk leed bij de werknemer en aanzienlijke kosten voor de werkgever, met name wanneer werkstress leidt tot een lagere arbeidsproductiviteit dan wel verzuim. De totale maatschappelijke kosten van mentale gezondheidsrisico’s op het werk bedragen naar schatting 4,7 miljard euro. Preventie en een effectieve aanpak is dus van groot belang.

Stress kent vele gezichten

Elk mens, elke organisatie en elke bedrijfstak is anders. Dat betekent dat werkstress vele gezichten heeft. Zo kan een productiewerknemer door langdurige werkstress, in combinatie met problemen thuis, uitvallen door chronische stress. Een piloot kan op een cruciaal moment door acute stress een fatale beslissing nemen. En een militair kan na een missie een posttraumatische stressstoornis krijgen. Maatwerk en kennis over alle facetten van stress is cruciaal voor het aanpakken van werkstress.

Onderzoeken

Met meer dan dertig jaar onderzoekservaring naar psychosociale arbeidsbelasting heeft TNO breed zicht op de complexiteit en hardnekkigheid van het probleem. Individuele, organisatorische en maatschappelijke factoren spelen allemaal een rol en beïnvloeden elkaar. Dat betekent dat fysiologische, psychologische en sociale processen meegewogen moeten worden om tot een goede probleemanalyse te komen.

Meer informatie vindt u op de pagina Onderzoeken van psychosociale arbeidsbelasting.

Meten en analyseren

Bij al het onderzoek is het verzamelen en interpreteren van data essentieel. Die data moeten wel op wetenschappelijk verantwoorde wijze worden vergaard. Het vervolgens juist duiden van alle metingen vanuit de unieke context, vergt verschillende expertises. TNO ontwikkelt, valideert en maakt gebruik van verschillende meetmethoden, meetinstrumenten en analysetechnieken. Samen vormen zij de basis voor adviezen om werkstress gefundeerd en integraal aan te pakken.

Meer informatie vindt u op de pagina Meten en analyseren van psychosociale arbeidsbelasting.

Psychosociale arbeidsbelasting aanpakken

Onderzoeken, meten en analyseren leidt bij de projecten die TNO uitvoert, tot het integraal aanpakken van psychosociale arbeidsbelasting. Vaak vraagt dat om het verbeteren van werkprocessen. Het implementeren van dergelijke maatregelen – altijd maatwerk – is niet eenvoudig en vergt kennis over en ervaring met veranderingsprocessen binnen organisaties. Daarnaast kan het van belang zijn de veerkracht, dat wil zeggen de belastbaarheid, van werknemers te verhogen.

Meer informatie vindt u op de pagina Aanpakken van psychosociale arbeidsbelasting.

Meedoen?

TNO voert in vele sectoren samen met organisaties veelal grootschalige projecten uit waarin we psychosociale arbeidsbelasting meten, analyseren en gezamenlijk integraal aanpakken. Bent u geïnteresseerd in ons onderzoek naar psychosociale arbeidsbelasting en werkstress? Neem dan contact met ons op.

Lees meer

 

Handreiking ‘Eerlijk gezond en veilig werk in de thuiszorg’ gepubliceerd

Onlangs is in opdracht van SZW en ISZW en in overleg met de VNG de handreiking ‘Eerlijk, gezond en veilig werk in de thuiszorg’ gepubliceerd. Dit is een handreiking aan gemeenten in hun rol als opdrachtgever in het sociaal domein.

Uit onderzoek is gebleken dat werknemers in de thuiszorg zich vaker dan andere werknemers ziekmelden om een reden die te maken heeft met het werk. Het gaat dan om een derde van alle ziekmeldingen. Gemeenten zijn, naast zorgverzekeraars, een belangrijke opdrachtgever voor thuiszorgorganisaties. Gemeenten kopen in het kader van de Wmo en de Jeugdwet o.a. huishoudelijke hulp en begeleiding in bij thuiszorgorganisaties.

Belangrijke rol voor opdrachtgevers

Deze nieuwe handreiking wil opdrachtgevers, waaronder gemeenten, er bewuster van maken hoe belangrijk het is dat zij in hun rol als inkoper (meer) aandacht hebben voor eerlijk, gezond en veilig werken in de thuiszorg. Naast de aandacht tijdens de inkoopprocedure, is het nodig om dit onderwerp structurele aandacht te geven gedurende de looptijd van het contract met thuiszorgorganisaties.

Tips en voorbeelden

De handreiking geeft concrete tips en voorbeelden om eerlijk, gezond en veilig werk de belangrijke plaats in inkoop te geven die het verdient. Er worden vijf verschillende manieren onderscheiden om aspecten van eerlijk, gezond en veilig werk een plaats te geven in een aanbesteding: (1) als uitvoeringsbepalingen (eisen aan de uitvoering van de opdracht), (2) als uitsluitingsgronden, (3) als geschiktheidseisen, (4) als selectie-eisen, en (5) als gunningscriteria.

Na gunning van contracten start de implementatie en uitvoering. Hier start ook het toezicht vanuit de gemeente. In monitoring, management-informatie, en periodieke aanbieder-gesprekken wordt nagegaan of aanbieders aan de afspraken voldoen.

Documenten

Handreiking Goed Werkgeverschap |Publicatie

Bron: Arboportaal.nl