Veiligheid van op afstand bediende bruggen – Lessen uit het ongeval Prins Bernhardbrug Zaandam

Al jaren vinden in Nederland ongevallen met op afstand bediende bruggen plaats. Dit onderzoek is gestart nadat in Zaandam opnieuw mensen niet waren opgemerkt door de brugbedienaar. Een ouder echtpaar is daarbij ernstig gewond geraakt. Het voorval vertoonde gelijkenis met het verongelukken van een vrouw op 6 februari 2015. Zij stond op de dr. J.M. Den Uylbrug toen deze werd geopend. In januari 2016 publiceerde de Raad over dit voorval het rapport ‘Ongeval Den Uylbrug Zaandam – Meer dan de som der delen’. De lessen uit het dodelijk ongeval op de Den Uylbrug roepen de vraag op waarom bijna drie jaar na de publicatie een soortgelijk voorval op de Bernhardbrug plaats kon vinden.

Veiligheid op afstand bediende bruggen Nederland schiet nog altijd tekort

Ruim drie jaar nadat de Onderzoeksraad publiceerde over het dodelijk ongeval op de Den Uylbrug in Zaandam, wordt er nog steeds onvoldoende gedaan om ongelukken met op afstand bediende bruggen te voorkomen. Zo zijn de veiligheidsmaatregelen op de Den Uylbrug niet direct toegepast op andere bruggen van de gemeente Zaanstad. Ook de aangekondigde landelijke initiatieven die het op afstand bedienen van bruggen veiliger moeten maken, zijn tot op heden niet gerealiseerd. Naar aanleiding van het vandaag gepubliceerde rapport ‘Veiligheid van op afstand bediende bruggen – Lessen uit het ongeval Prins Bernhardbrug Zaandam’ heeft de minister aangekondigd toch te verkennen welke mogelijkheden er zijn om de veiligheid van beweegbare bruggen in Nederland te verbeteren. Een aanpak vanuit de Rijksoverheid is nodig: de Onderzoeksraad toont aan dat de problematiek niet uniek is voor de gemeente Zaanstad, maar een landelijk probleem betreft.

Op 28 november 2018 raakte een ouder echtpaar zwaargewond op de Prins Bernhardbrug in Zaandam. Zij stonden op het beweegbare deel van de brug toen deze voor de scheepvaart werd geopend. De brugbedienaar, die zich op afstand bevond, had hen niet opgemerkt op de camerabeelden. Dit ongeval vertoont sterke gelijkenissen met het ongeval op de Den Uylbrug waarover de Onderzoeksraad in 2016 een rapport uitbracht. Een fietsster stopte voor de stopstreep op de brug omdat deze werd geopend. Zij realiseerde zich echter niet dat zij op het beweegbare deel stond. De brugbedienaar, die zich op afstand bevond, had haar niet opgemerkt en opende de brug. De vrouw kwam hierdoor ten val en overleed.

Tweeënzeventig gesignaleerde tekortkomingen

In het rapport over de Den Uylbrug deed de Raad aanbevelingen aan de gemeente Zaanstad en aan de minister van Infrastructuur & Waterstaat. De reacties op de aanbevelingen gaven het beeld dat deze voortvarend werden opgepakt. De gemeente Zaanstad startte met verbetermaatregelen voor de Den Uylbrug, zoals het zichtbaar maken van het beweegbare deel van de brug en het plaatsen van een attentieknop. Deze maatregelen werden niet structureel toegepast op andere bruggen in de gemeente. Wel werden de veiligheidsrisico’s bij de bruggen in de gemeente in kaart gebracht. Hierbij werden 72 tekortkomingen gesignaleerd.

Na het signaleren van deze tekortkomingen, werden er wederom geen algemene maatregelen getroffen om alle bruggen van de gemeente aan te passen. In plaats daarvan werd ervoor gekozen om eerst bij elke specifieke brug de risico’s in kaart te brengen. De Prins Bernhardbrug zou in januari 2019 worden beoordeeld.

Urgentie verbeteringen verslapt

Bij de gemeente Zaanstad is de urgentie om verbeteringen door te voeren om meerdere redenen verslapt. Ook het in kaart brengen van de veiligheidsrisico’s verloor de prioriteit. Als de geïdentificeerde tekortkomingen direct waren opgepakt, was de kans op het maken van fouten in de brugbediening aanzienlijk verkleind. Bovendien had dit ruimte geboden voor de brugbedienaar om een gemaakte fout te kunnen herstellen. Pas na het ongeval op de Prins Bernhardbrug werden er in de gemeenteraad en het college van B&W kritische vragen gesteld over de voortgang van het verbetertraject en het uitblijven van maatregelen zoals het zichtbaar maken van het beweegbare deel van de brug.

Ontbreken landelijke standaard

Ongevallen met op afstand bediende bruggen zijn niet uniek voor de gemeente Zaanstad. Op verschillende plekken in Nederland zijn soortgelijke ongevallen voorgekomen. De Onderzoeksraad riep de minister in 2016 daarom op om te komen tot een landelijke standaard voor bruggen die op afstand worden bediend. Uniformiteit in onder andere de cameraopstelling en bedieningssystemen verkleinen de veiligheidsrisico’s bij het bedienen van bruggen op afstand.

De aanbeveling heeft enkel geleid tot meer kennisdeling binnen het platform Water ontmoet Water; een platform met een vrijblijvend karakter. Een uniform, landelijk kader voor de inrichting, gebruikseisen en bediening van bruggen op afstand ontbreekt nog altijd. Dit terwijl de basis hiervoor reeds gelegd is in de Landelijke Brug- en Sluisstandaard die geldt voor bruggen van Rijkswaterstaat, de Richtlijn Vaarwegen en in de kennis vanuit het platform Water ontmoet Water.

Verkenning verbetering vanuit Rijksoverheid

Met de uitkomsten van het onderzoek over de Prins Bernhardbrug en het eerdere onderzoek over de Den Uylbrug wordt de minister opnieuw een kans geboden om het op afstand bedienen van bruggen een extra veiligheidsimpuls te geven.

De minister heeft in een reactie op het rapport aangegeven bereid te zijn om een verkenning te starten naar de mogelijkheid om vanuit de Rijksoverheid de veiligheid van beweegbare bruggen in Nederland te verbeteren. De Onderzoeksraad interpreteert dit als een aankondiging om te komen tot een landelijke standaard voor de inrichting van op afstand bediende bruggen, inclusief de ondersteunende systemen. De Raad zal het initiatief van de minister en de daaruit voortkomende ontwikkelingen nauwgezet volgen.

Downloads

Artikel Veiligheid op afstand bediende bruggen Nederland schiet nog altijd tekort

Bekijk het rapport

 

Vermoedelijk kankerverwekkende stoffen in bouwgrond

Opnieuw een klap voor de bouwsector. Tientallen bouwprojecten komen namelijk niet van de grond of zijn vertraagd door mogelijk kankerverwekkende stoffen in bouwmaterialen. Dat zegt Bouwend Nederland tegen BNR. Het gaat om de chemische stof PFOS, die niet afgebroken kan worden en zich door emissies ophoopt in grond of rivieren. ‘De stoffen kunnen ook niet met normale technieken uit de grond verwijderd worden,’ zegt Jaap van der Bom, directeur van de NVPG, de Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondbewerkingsbedrijven.

PFOS-stoffen worden ook in dagelijkse producten gebruikt, zoals tandpasta of anti-aanbaklagen. In vaste vorm is de stof ongevaarlijk, maar los vormt de stof wel een risico. Bij het verplaatsen van bouwgrond moet nu onderzocht worden of er sporen van de stof aanwezig zijn. Maar omdat er maar één laboratorium geaccrediteerd is om dit te onderzoeken, lopen bouwprojecten veel vertraging op. Van der Bom: ‘Als je grond wil verplaatsen, moet de gegevens van de verbindingen vooraf bekend zijn. Omdat er maar één laboratorium is, zijn de wachttijden op de resultaten opgelopen tot vier à vijf weken.’ ‘Dit geeft veel vertraging en brengt veel kosten met zich mee.’

‘Het tijdelijke handelskader dat de staatssecretaris heeft opgesteld om de markt in beweging te krijgen, heeft juist een averechts effect,’ zegt Charles Verheyen van Bouwend Nederland. We moeten zorgen dat vertragingen van projecten voorkomen moeten worden.

Bron: @BNR

Strenger toezicht nodig op CE-markering

Het toezicht op CE-markering door de overheid moet beter, stelt FME. Aanleiding voor deze stelling is dat steeds meer producten van buiten Europa ons land binnen komen met een onterechte CE-markering. Dat komt de veiligheid niet ten goede.

Een CE-markering geeft aan dat een product voldoet aan de geldende Europese regels voor veiligheid, gezondheid en milieu. Producten op de markt brengen met een valse CE-markering ondermijnt de veiligheid op de werkvloer. Bovendien is het een economisch delict. Daarnaast tast deze handelswijze de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven aan. Reden dat de overheid er strenger op moet gaan toezien. Dat stelt FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie.

Met producten van buiten Europa gaat het vaak mis

Opmerkelijk genoeg bepalen bedrijven zelf of zij voldoen aan de regels voor CE-markering. Vervolgens brengen zij die markering ook zelf op hun product aan. En daar blijkt het vaak mis te gaan met producten van buiten Europa. “De markering is nep en van conformiteit is geen sprake. Er is vrijwel geen controle op dergelijke producten. Markttoezicht ontbreekt door een capaciteitsprobleem bij de marktautoriteiten. De producten vinden daardoor hun vrije weg naar de eindgebruiker en consument”, zegt FME-voorzitter Ineke Dezentjé-Hamming.

Onjuiste CE-markering: onveilig en oneerlijke concurrentie

Het mag duidelijk zijn dat een onjuiste CE-markering direct gevolgen kan hebben voor de veiligheid en gezondheid op de werkvloer. Ook is het slecht voor het milieu. Op diverse Chinese online platforms zijn bijvoorbeeld inferieure kabels en verlichting te koop. Deze zogenaamd CE-conforme producten voldoen slechts in naam aan de kwaliteitseisen die in Europa gelden. Daardoor lijken ze safe, maar zijn het niet.

Los daarvan zorgt de relatief lage prijs voor oneerlijke concurrentie. Want de concurrentiepositie van bedrijven die producten ontwikkelen die wél voldoen aan Europese productrichtlijnen, lijdt daaronder. En hoe veilig zijn CE-gemarkeerde machines uit China?

Sneller en vaker handhaven op toezicht CE-markering

Redenen genoeg voor het FME om te pleiten voor meer capaciteit bij toezichthouders. Want op die manier is sneller en vaker handhaven mogelijk. Daarnaast zou de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een samenwerkingsverband tussen overheid en bedrijfsleven moeten organiseren. FME is momenteel bezig met het opstellen van een dergelijk voorstel tot samenwerking.

Want, stelt Dezentjé: “De overheid heeft het bedrijfsleven nodig om adequaat toezicht op nep-CE-markeringen te kunnen houden. Want bedrijven zitten dichter op de markt en de overheid kampt met capaciteitsproblemen.”

Bron: fme.nl en arboonline.nl

1,2-dichloorethaan

De stof 1,2-dichloorethaan wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de productie van vinylchloride. Het is een kankerverwekkende stof die directe schade kan veroorzaken aan het genetisch materiaal van mensen. Het streven is om het aantal extra gevallen van kanker door beroepsmatige blootstelling te beperken tot 4 ten opzichte van het aantal gevallen van kanker per 100.000 sterfgevallen in de algemene bevolking. Het verbodsrisiconiveau is 4 extra gevallen op het aantal per 1.000. De Commissie Gezondheid en beroepsmatige blootstelling aan stoffen (GBBS) van de Gezondheidsraad heeft geschat welke luchtconcentraties overeenkomen met deze risiconiveaus. Ze komt respectievelijk op 0,126 milligram (mg) per kubieke meter (m3) en 12,6/m3. De commissie adviseert om er rekening mee te houden dat ook opname van 1,2-dichloorethaan via de huid kan bijdragen aan de totale inwendige blootstelling.

Download ‘samenvatting 1,2-dichloorethaan’   PDF document | Advies |

Download ‘advies 1,2-dichloorethaan’ 2/7 PDF document |Advies |

Download ‘adviesaanvraag gezondheidskundige advieswaarden en classificaties stoffen’  

Download ‘aanbiedingsbrief 1,2-dichloorethaan’  PDF document | Advies |

Download ‘persbericht Advies voor grenswaarde 1,2-dichloorethaan’ PDF document |Advies |

Download ‘commentaren op conceptrapport 1,2-dichloorethaan’PDF document | Advies |

Download ‘reactie Gezondheidsraad op commentaar conceptrapport 1,2-dichloorethaan’

PDF document | Advies |

Bron: Gezondheidsraad.nl

Veiligheidsbaas vanaf 2021 verplicht op bouwplaatsen

Het plan om bouwplaatsen met veiligheidsbazen veiliger te krijgen, laat nog even op zich wachten. Dat schrijft minister Ollongren in reactie op Kamervragen van de SP.

De minister wil het aantal dodelijke ongevallen op en rondom bouwplaatsen terugdringen. Mede op aandringen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid kondigde ze vorig jaar een bij wet verplichte veiligheidscoördinator aan.

Vanaf 1 juli 2020 geldt echter alleen een informatieplicht (registratie van gegevens coördinator in veiligheidsplan zonder bij wet geregelde extra bevoegdheden). De SP wil van de minister weten waarom.

Minister Ollongren reageert dat een stevigere positie van zo’n veiligheidsbaas niet direct kan worden vastgelegd in wetgeving.

2021

“Dat komt omdat de Woningwet, daartoe geen juridische mogelijkheid geeft”, schrijft ze in de brief aan de Kamer. 

Met de sector werkt ze daarom aan een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgevingen (Bbl).  “Mijn streven is om deze wijziging in de eerste helft van 2020 aan de Kamer te sturen.”

Het is de bedoeling dat de veiligheidsbaas vanaf begin 2021 verplicht is bij wet.

Bron: Cobouw.nl

Schade in houtverwerkingsindustrie

In het eerste half jaar van 2019 zijn er al weer een aantal flinke stofexplosies te melden in de houtverwerkende industrie. De gevolgen? Grote schade, slachtoffers en gezondheidsproblemen voor werknemers.

Houtbewerkingsmachines staan niet alleen opgesteld in timmer- en meubelfabrieken maar ook in werkplaatsen van aannemersbedrijven, bij groothandels in hout- en ijzerproducten, in onderhoudswerkplaatsen, bij technische diensten van grote bedrijven en in doe-het-zelf zaken. Aan het werken met houtbewerkingsmachines zijn meerdere risico’s verbonden. Wat zijn de gevolgen van een stofexplosie in de houtverwerkende industrie.

 

  1. Gezondheidsrisico’s van houtstof

Blootstelling aan houtstof kan leiden tot allergische reacties en zelfs tot kanker. De wettelijke grenswaarde voor hardhoutstof is 2 mg/m3 en de streefwaarde is 0,2 mg/m3. Dat wil zeggen dat indien mogelijk een lagere blootstelling dan de wettelijke grenswaarde moet worden nagestreefd.

Werknemers kunnen aan houtstof worden blootgesteld als:

  • De afzuiging van machines onvoldoende is
  • Een afzuiginstallatie niet met de juiste filters is uitgerust
  • De werkplek op een verkeerde manier wordt schoongehouden

Campagne ‘Houtstof tot nadenken’

Op initiatief van de sociale partners uit de houtbranche worden daar momenteel campagnes voor gevoerd: Houtstof tot nadenken.

  1. Explosiegevaar

Alles dat kan branden, kan onder bepaalde omstandigheden ook exploderen. Dat geldt niet alleen voor gassen en vloeistoffen, maar ook voor kleine deeltjes van hout en metalen. Voor explosiegevaar is Europese regelgeving van kracht (ATEX 153). Deze is ondergebracht in het Arbobesluit. In houtverwerkende bedrijven kan explosiegevaar aanwezig zijn als gevolg van fijn houtstof.

  1. Aandachtsgebieden veiligheid

Veiligheid van werknemers en bezoekers
Voor een belangrijk deel wordt dit geregeld door de ARBO-regelgeving met specifieke eisen ten aanzien van een groot aantal zaken met bijbehorende specifieke maatregelen. De regelgeving is van kracht  in de vorm van de ATEX-richtlijnen.

Gevolgen voor de omgeving
Hier is de Wet Milieubeheer van toepassing.

Het beperken van schade
Een houtverwerkend bedrijf zal als eigenaar of gebruiker van een gebouw ten minste voldoen aan de brandveiligheidseisen van de overheid geregeld via Wet- en Regelgeving. Een ondernemer krijgt zowel te maken met Gemeentelijke Overheid als Provinciale Overheid. Het beperken van schade behoort geheel tot zijn eigen verantwoordelijkheid waarbij sprake is van een samenhang met verzekeringsaspecten.

Voortbestaan bedrijf

Betekent brand het einde van een bedrijf? Statistische gegevens geven telkens een dramatisch beeld van bedrijven na een calamiteit. Met de juiste verzekering kun je voorkomen dat een bedrijf niet meer bestaat na een brand of explosie.

Voor een juiste benadering van de brandveiligheid vanuit de verschillende invalshoeken is inzicht nodig in de onderlinge samenhang van brandpreventiemaatregelen en -voorzieningen. Veel aandacht wordt geschonken aan de rode draad, die loopt door de houtindustrie: stof in al zijn verschijningsvormen, de afzuiginstallatie en de stofopvang.

Wat als het toch fout gaat?

Als het dan toch fout gaat is er de blusinstallatie die ingrijpt in het proces zoals een vonkendetectie en –blussing of een sprinklerinstallatie of de brandmeldinstallatie die zorgt dat de brandweer op tijd aanwezig is. Snel ingrijpen door de goed opgeleide eigen BHV-er kan met simpele blusmiddelen een ramp voorkomen, tenslotte is hij als medewerker van het bedrijf vaak als eerste ter plekke. Hij kent bovendien het bedrijf als geen ander.

Conclusie

Waar moet je goed aandacht aan besteden?

  • Kwaliteit van houtstofafzuiginstallaties
  • Elektrische installaties
  • ATEX
  • Blusinstallaties
  • Explosieveiligheidsdocument

Bron: Brandveilig.com

Handreiking arbomaatregelen Uitzendwerk

De SER publiceert de nieuwe handreiking Uitzendwerk, een handreiking specifiek gericht op de arbeidsomstandigheden van uitzendkrachten.

De handreiking beschrijft hoe sectoren en bedrijven ervoor kunnen zorgen dat uitzendkrachten en/of tijdelijke krachten onder goede en gelijkwaardige omstandigheden starten. De handreiking is opgesteld in samenwerking met de Stichting DOORZAAM, een stichting gericht op het stimuleren van de duurzame inzetbaarheid van uitzendkrachten.

De handreiking biedt sociale partners op sectorniveau goede handvatten om in de eigen arbocatalogus afspraken te maken over de veiligheid en gezonde arbeidsomstandigheden van uitzendkrachten, tijdelijke krachten of nieuwe toetreders binnen bedrijven. Maar de handreiking is ook bruikbaar voor individuele werkgevers en werknemers.

De handreiking Uitzendwerk behandelt de volgende onderwerpen:
• de positie van de uitzendkracht
• voorlichting over risico’s op de werkplek
• uitzendkracht inwerken, instrueren en begeleiden
• persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken en gebruiken
• ongevallen melden en registreren
• voorbeeldteksten voor de arbocatalogi

In de handreiking wordt ook gebruik gemaakt van de Arbochecklists van Stichting DOORZAAM, checklists waarmee in verschillende sectoren op overzichtelijke manier de gezondheid en veiligheid van uitzendkrachten in kaart kan worden gebracht.

Meer informatie

Chroom-6 en hoe u er veilig mee kunt werken

Chroom-6 is een gevaarlijke stof. Niet voor niets: dit roestwerende middel bij uitstek kan na blootstelling op termijn leiden tot ernstige gezondheidsschade. Geen fijn stofje dus. Maar wel veel gebruikt. En we werken er nog steeds mee. Waar moet u op letten bij werken met chroom-6? Wat maakte deze kankerverwekkende stof in het verleden dan toch zo populair? Omdat de stof in verf geweldig werkt tegen roest. Pas veel later kwam men er achter hoe gevaarlijk het goedje eigenlijk is. Een schilder of onderhoudsmedewerker die verf met chroom-6 gaat schuren zonder bescherming, loopt grote kans om ziek te worden.

Chroom-6, een van vele uit lange lijst CMR-stoffen

Kwartsstof, benzeen, chroom-6. Het zijn enkele voorbeelden uit een lange lijst met CMR-stoffen: stoffen die carcinogeen zijn, mutageen of reprotoxisch. Dat betekent dat blootstelling aan bijvoorbeeld chroom-6 kan leiden tot kanker of een nadelig effect op de voortplanting. Daarom worden aan het werken met CMR-stoffen extra verplichtingen gesteld.

CMR-stoffen

Veel CMR-stoffen zijn carcinogeen, andere zijn mutageen. In het eerste geval zorgt de stof alleen al voor een verhoogd risico. In het tweede geval kan het kanker verwekken in combinatie met andere stoffen. Sommige reprotoxische stoffen zijn schadelijk voor de vruchtbaarheid. Andere vormen een risico voor de ontwikkeling van het ongeboren kind en leiden tot aangeboren afwijkingen. Weer andere stoffen zijn reprotoxisch omdat ze het kind schade kunnen toebrengen via borstvoeding.

Maatregelen om contact met chroom-6 te voorkomen

Bij werkzaamheden aan chroomhoudende metalen of chroomhoudende coatings lopen medewerkers risico op blootstelling aan chroom-6. Ze kunnen de giftige stof binnenkrijgen via de ademhaling, maar de stof dringt net zo goed door via de huid. Omdat chroom-6 zulke sterk giftige en kankerverwekkende eigenschappen heeft, is het erg belangrijk om maatregelen te treffen. Want het is immers de taak van de werkgever om ervoor te zorgen dat zijn medewerkers geen nadelige gezondheidseffecten ondervinden van hun werk.

Werkgever wettelijk verplicht tot beheersmaatregelen

Is er sprake van werkzaamheden waarbij de kans bestaat dat chroom-6 vrijkomt en medewerkers blootgesteld staan aan deze giftige stof? In zulke gevallen is de werkgever verplicht om beheersmaatregelen te nemen. Daarmee probeert hij blootstelling van de medewerkers aan de gevaarlijke stof te voorkomen. Of die in elk geval zo laag mogelijk te houden.

Opdrachtgevers die zulk werk uitbesteden hebben hierin net zo goed een verantwoordelijkheid. Zij moeten zich ervan overtuigen dat de aannemer van de werkzaamheden het werk gezond en veilig kan en zal laten uitvoeren. Dit valt onder het zogeheten verantwoord opdrachtgeverschap.

Werken met chroom-6, enkele mogelijke werksituaties

In welke werksituaties kunt u zijn blootgesteld aan verbindingen met chroom-6? Dat is goed mogelijk bij:

  • verspuiten van verf die chroom-6 bevat
  • schuren, snijden of lassen van oppervlakken waarop chroom-6-houdende verf zit
  • lassen van roestvrij staal (rvs)
  • verchromen van oppervlakken van metaal of kunststof, als hierbij chroom-6-verbindingen worden toegevoegd en die worden omgezet in chroom-0 op het metaal of kunststof
  • houtconservering en de verwerking en het contact met geconserveerd hout
  • werken met cement
  • werkzaamheden in/nabij een leerlooierij en bij verwerking van leer

Veilig werken met chroom-6, zo doet u dat

Veilig werken met chroom-6, het kan. Maar het vereist wel een gedegen aanpak. Volgt u de aanpak hieronder, dan zit u volgens de Inspectie SZW goed.

  1. Doorloop de vier stappen van de Zelfinspectie Gevaarlijke Stoffen

U bent verplicht om de vier stappen van de Zelfinspectie Gevaarlijke Stoffen te doorlopen. Daarbij vormen de arboverplichtingen voor gezond en veilig werken met gevaarlijke stoffen de basis. Op die manier checkt u stapsgewijs of u genoeg beheersmaatregelen neemt. En meteen ook of dat de juiste maatregelen zijn.

  1. Doorloop de checklist chroom-6 in oppervlakken

Doorloop de checklist chroom 6 in oppervlakken. Die is specifiek gericht op werkzaamheden aan oppervlakken met mogelijke chroom-6-blootstelling.

  1. Inventariseer de technische beheersmaatregelen

Inventariseer de technische beheersmaatregelen (ook wel organisatorische maatregelen) die u kunt nemen om blootstelling aan chroom-6 te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Bekijk daarvoor de tabel met mogelijke technische maatregelen bij diverse soorten bewerkingen. Deze maatregelen geven invulling aan de tweede stap van de arbeidshygiënische strategie. Daarbij gaat het om de (wettelijk verplichte) toepassing van alle technisch uitvoerbare beheersmaatregelen. Technisch betekent hier: toepasbaar op de operationele voorziening, installatie of machine.

  1. Ontwikkel een veilige werkwijze

Ontwikkel een veilige werkwijze voor werkzaamheden met chroom-6. Onder een veilige werkwijze verstaan we een nauwkeurig omschreven activiteit of aanpak die aantoonbaar een blootstelling oplevert die in alle gevallen onder de grenswaarde blijft. In het geval van chroom-6 kan dit op twee manieren. Ten eerste door voldoende luchtmetingen uit te voeren. Ten tweede door gebruikmaking van een betrouwbaar kwantitatief model voor de berekening van de blootstelling. Omdat er veel verschillende werkzaamheden mogelijk zijn met chroom-6, is eigenlijk nooit sprake van ‘één veilige werkwijze’. Daarom is het bijna altijd nodig om voor iedere specifieke situatie een eigen veilige werkwijze te ontwikkelen.

Samenwerken en deskundigen inschakelen? Doen!

Een veilige werkwijze ontwikkelen en gedegen onderbouwen doe je niet zo even tussendoor. Zeker niet als het ook nog gaat om meerdere verschillende veilige werkwijzen. Dat is bijna altijd nodig, zoals u hiervoor hebt kunnen lezen. Om deze arbeidsintensieve en tijdrovende taak goed op te pakken, is samenwerking zeer aan te raden. Bedrijven en branches doen er dan ook goed aan om de samenwerking te zoeken met organisaties die soortgelijke activiteiten uitvoeren.

Daarnaast vraagt een veilige werkwijze om een gedegen onderbouwing met metingen of modelberekeningen. Dat lukt eigenlijk alleen met ondersteuning van een blootstellingsdeskundige (een arbeidshygiënist). Het is dus zeker zaak om die vanaf het begin te betrekken bij de ontwikkeling van een veilige werkwijze.

Bron: Arboonline.nl

RADIO 1: Chemiebedrijven begingen duizenden overtredingen

Negen op de tien chemiebedrijven houden zich niet aan de veiligheidsregels. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden en de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar NRC over schrijft. Het gaat bijvoorbeeld om de brandbeveiliging die niet goed is en machines die slecht worden onderhouden, waardoor giftige gassen kunnen ontsnappen.

Tussen 2006 en 2017 begingen 494 chemiebedrijven samen 7362 overtredingen. Zeven procent overtreedt stelselmatig de regels, zeggen de onderzoekers. Ze hebben allerlei bedrijven onderzocht; van multinationals als AkzoNobel en Shell tot kleine bedrijven die de opslag van giftige stoffen regelen.

Ellen Wiering is één van de onderzoekers. Ze vertelt er meer over.

beluister de radio-uitzending

Sneller een arbo-boete en die pakt ook hoger uit

De Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving is per 23 juli 2019 gewijzigd naar aanleiding van jurisprudentie van de Raad van State. Dit betekent een scherpere beoordeling van overtredingen op de Arbowet en daarnaast hogere arbo-boetes.

In februari 2019 ging er al een brief van staatssecretaris Van Ark van SZW naar de Tweede Kamer. Die brief was een reactie op de Arbobalans 2018 van TNO. In dat TNO-rapport zag Van Ark aanleiding tot aanpassing van het arbobeleid. De Inspectie SZW moest de bevoegdheid krijgen eerder boetes uit te delen bij geconstateerde tekortkomingen in naleving van de Arbowet. En die arbo-boetes moesten bovendien omhoog.

Arbeidsongevallen: kijken naar ernst en duur letsel

Arbeidsongevallen zijn een toenemend en urgent probleem, schreef de inspectie SZW al in haar laatste jaarverslag. De cijfers onderbouwen dit: tussen 50 en 70 slachtoffers van arbeidsongevallen en dik 4.000 (ex)medewerkers met een beroepsziekte.

De recente wijziging van de beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving houdt in dat de Inspectie SZW bij arbeidsongevallen die leiden tot letsel en ziekenhuisopname voor de hoogte van de boete meer kijkt naar de ernst en de duur van het letsel en de duur van de ziekenhuisopname. Daarbij gaat zij uit van het letsel en/of de ziekenhuisopname zoals die in het boeterapport staan.

Niet voldoen aan RI&E-plicht: eerder hogere boetes

Voor goed arbobeleid is het nodig dat werkgevers een overzicht opstellen van alle risico’s die in het bedrijf kunnen voorkomen, de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). In een plan van aanpak geven zij vervolgens aan welke maatregelen zij nemen tegen die risico’s op de werkvloer en binnen welke termijn. Met de RI&E en het plan van aanpak kunnen zij de kans op gezondheidsklachten en ongevallen door werk zo klein mogelijk houden.

Uit het onderzoek Arbo in bedrijf 2018 van de Inspectie SZW blijkt dat in 2016 slechts 49 procent van de werkgevers beschikte over een RI&E. En maar 30 procent van de bedrijven heeft een RI&E waarin zij ook echt alle belangrijke risico’s hebben geïnventariseerd. Omdat zo veel bedrijven achterblijven wordt nu de beleidsregel aangepast. En die niet alleen, ook de bijlage van de beleidsregel (de tarieflijst) verandert. Daarmee gaan de arbo-boetes omhoog. Een aanscherping van het sanctiebeleid dus voor werkgevers die niet voldoen aan de verplichtingen rondom de RI&E.

Aangescherpt sanctiebeleid, dit zijn de nieuwe arbo-boetes

  • Leeft de werkgever de verplichtingen rondom de RI&E onvoldoende na? De arbo-boete hiervoor is verhoogd van categorie 4 naar categorie 5. Daarmee kan de boete oplopen tot 4.500 euro, waar dit eerste 3.000 euro was.
  • Heeft de werkgever geen RI&E? Dit geldt nu als een overtreding met directe boete. De arbo-boete voor deze overtreding is verhoogd van categorie 2 naar categorie 4. Daarmee kan de boete oplopen tot 3.000 euro, waar het normbedrag eerst 750 euro bedroeg.
  • Heeft de werkgever geen plan van aanpak? Ook dit geldt nu als een overtreding met directe boete. De arbo-boete voor deze overtreding is verhoogd van categorie 2 naar categorie 4. Daarmee kan ook deze boete oplopen tot 3.000 euro, waar het normbedrag eerst 750 euro bedroeg.
  • Heeft de werkgever geen RI&E én geen plan van aanpak? De Inspectie ziet dit als één overtreding: geen RI&E.
  • Schiet de werkgever op een andere manier tekort bij de RI&E en/of het plan van aanpak? De arbo-boete voor deze overtreding is verhoogd van categorie 2 naar categorie 3. Het normbedrag stijgt daarmee van 750 naar 1.500 euro.
  • De boete voor slechte naleving van de RI&E bij werken met gevaarlijke stoffen wordt ook een categorie hoger beboet. Wel zal de inspecteur eerst een waarschuwing uitdelen of een aanwijzing geven.

Bron: Arboonline.nl