BasisInspectieModule (BIM) Blootstelling aan dieselmotoremissies (DME)

Deze BasisInspectieModule (BIM) is toepasbaar op werkzaamheden of arbeidsplaatsen waar werknemers worden blootgesteld aan dieselmotoremissies (DME). DME is geclassificeerd als genotoxisch carcinogeen. Dat betekent dat iedere mate van blootstelling aan DME gevaar voor de gezondheid met zich meebrengt. Dieselmotoremissie komt vrij bij de verbranding van dieselolie in motoren. Er is sprake van blootstelling aan DME bij gebruik van dieselmotoren in een binnenruimte, maar ook bij werkzaamheden in de buitenlucht, in de directe omgeving van de plaats waar DME vrijkomt.

Documenten

Toolbox Gezond Werken met Stoffen
Waar moet je als werkgever of arboprofessional allemaal aan denken als je in het bedrijf te maken krijgt met gevaarlijke stoffen?

Download ‘BasisInspectieModule (BIM) Blootstelling aan dieselmotoremissies (DME)’
PDF document | Richtlijn

Dit zijn de stappen bij vervanging van CM-stoffen

Hoe moet uw bedrijf kankerverwekkende en mutagene stoffen (CM-stoffen) aanpakken? En hoe inspecteert de Inspectie SZW daar vervolgens op? U vindt de antwoorden op deze vragen in een nieuwe handreiking van de inspectie.

De Inspectie SZW heeft namelijk de Handreiking Vervangingsverplichting CM-stoffen gepubliceerd. Deze handreiking bevat een stappenplan dat inspecteurs en bedrijven houvast geeft bij de vraag welke inspanningsverplichting bedrijven hebben voor CM-stoffen.

BEKIJK de Handreiking

CM-stoffen vervangen? Volg het stappenplan

In het stappenplan staan vragen die een bedrijf zich achtereenvolgens moet stellen. Bij iedere stap uit het stappenplan horen vervolgens een aantal subvragen, met suggesties en links. Als een bedrijf het schema heeft doorlopen, kan het goed onderbouwd antwoord geven op deze vragen:

  • Waarom is het gebruik van de stof (of het proces) bij ons noodzakelijk? En waarom is vervanging technisch niet uitvoerbaar?
  • Welke inspanningen hebben we als bedrijf gedaan om vervanging te vinden voor onze CM-stoffen?

Drie verschillende situaties in het stappenplan

Het stappenplan bestaat uit drie schema’s, die drie verschillende situaties beschrijven:

  • De CM-stof is het eindproduct van het bedrijf, of is onderdeel daarvan.
  • Of de CM-stof is een processtof/hulpstof. In de kaders staan twee voorbeelden hiervan.
  • De CM-stof komt onbedoeld vrij in het proces (proces-emissie).

Voorbeeld coating

Een producent van metalen tussenwanden geeft de wanden een coating met een olie of was. Dit om te voorkomen dat de wanden onderweg naar de klant al beginnen te roesten. De klant moet deze coating vervolgens weer met een vluchtig oplosmiddel verwijderen voordat de wanden verder het proces in kunnen. Het alternatief: inpakken in een folie. Daarmee vervallen twee ‘chemische’ stappen: zowel het aanbrengen als het verwijderen van de coating.
Bron: Handreiking vervangingsverplichting CM-stoffen

Bedrijven moeten aanpak CM-stoffen laten zien

In artikel 4.17 van het Arbobesluit staat dat bedrijven kankerverwekkende en mutagene stoffen moeten vervangen “voor zover dit technisch uitvoerbaar is”. Maar of dat in een bedrijf zo is, is voor de inspecteurs lastig te beoordelen. Want het bedrijf in kwestie zal daarover vaak meer informatie hebben dan de Inspectie.

Maar Inspectie SZW mag wel altijd minimaal eisen dat de werkgever actief heeft onderzocht of vervanging van CM-stoffen mogelijk is. Die verplichting is vastgelegd in artikel 4.13, lid a van het Arbobesluit. Een bedrijf moet zijn inspanning bovendien kunnen aantonen. Dat kan het doen door die inspanningen schriftelijk vast te leggen in de RI&E.

Voorbeeld Verfproces

Een producent van filtermateriaal gebruikt een verf met formaldehyde om de filters een kleur te geven. Maar omdat het filtermateriaal later altijd wordt ingebouwd, zijn de gekleurde filters helemaal niet meer zichtbaar. Daarop besluit het bedrijf om het verfproces af te schaffen.
Bron: Handreiking vervangingsverplichting CM-stoffen

Bron: Arboonline.nl

Lessen uit de gedragsveranderingspilot Brandweer Nederland staan online

“Pas toen realiseerde ik mij, dat ik ’s avonds nog wel eens hoofdpijn heb na een dag op het oefencentrum en nu niet meer.” Het programma Preventie Beroepsziekten heeft samen met Brandweer Nederland een onderzoek laten uitvoeren naar gedragsverandering bij het dragen van persoonlijke bescherming.

De pilot met de brandweer was gericht op het doelgedrag om drie minuten het ademluchtmasker op te houden nadat de brand is geblust op trainingscentra. Deze uitdamptijd van drie minuten is nodig om inademing van rook uit de brandweerpakken te voorkomen. De pilot resulteerde in het verdrievoudigen van de uitdamptijden en kan een kapstok bieden voor andere doelgedragingen binnen de brandweer. Lees het volledige rapport en de geleerde lessen in het eindrapport.

Veilig Werken Met [ Gevaarlijke ] Stoffen

In het kader van het programma ‘Veilig Werken Met [ Gevaarlijke ] Stoffen’ wordt er op verschillende manieren informatie in kaart gebracht en gedeeld. Naast deze publiekscampagne, wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met behulp van pilots samen met bepaalde beroepsgroepen gerichte gedragsinterventies ontwikkelen. Zo worden er verdiepingsartikelen geschreven over de pilots om inzicht te gegeven in succesvolle manieren waarop veilig gewerkt kan worden met gevaarlijke stoffen. Lees hier het eerste verdiepingsartikel over de pilot bij Brandweer Nederland.

Documenten

Pilot Brandweer Nederland: Juist gebruik ademluchtbescherming stimuleren

Deze pilot bij de brandweer gaat over hoe je gedragsinzichten in de praktijk toe kunt passen. Om aandacht te vragen voor het voorkomen van beroepsziekten is de campagne ‘Werken met gezond verstand = veilig werken met gevaarlijke stoffen’ in het leven geroepen.

Bron: Arboportaal.nl

Bouwvakker overladen met veiligheidsinstructies: ‘Sector moet gereset’

Cursussen, regeltjes, campagnes, posters en apps: honderden miljoenen euro’s gaan jaarlijks op aan veiligheid. Experts waarschuwen voor een overkill aan informatie die bouwvakkers niet kunnen verwerken. “Het moet uit de mensen zelf komen.”

Heijmans heeft een Geen-Ongevallen-App. Er is een Nationale bouwveiligheidsdag, een governance code, gebarentaal. Aan initiatieven om de bouw veiliger te maken is geen gebrek.

En dat is maar goed ook zou je zeggen. Want de sector van tillen, sjouwen, hijsen en zagen is nog altijd zeer gevaarlijk. Wat: twintig doden in 2018, twintig in het jaar daarvoor. En dan hebben we het nog niet over de honderden andere arbeidsgevallen.

Hoe kan dat? Werken de maatregelen niet? Of geven we in de bouw niet om veiligheid? Een vlugge rekensom leert dat de Nederlandse bouw per jaar 1000 euro uitgeeft aan iedere bouwvakker (zie kader). Deskundigen weten het wel. Zij denken dat veel geld opgaat aan trainingen, handboeken en regels die de bouw niet veiliger maken.

Een veilige bouw begint bij de receptioniste

Eén van hen is Annemarie Timmermans, schrijfster van het boek ‘Geef veiligheid wortels.’ Haar betoog: een goede veiligheidscultuur begint bij dat wat je niet altijd even goed ziet. Bij een open cultuur, op kantoor, bij bestekmakers en zelfs bij de telefoniste.

“Als Klaas belt voor nieuwe veiligheidsschoenen en de telefoniste reageert ‘alweer’, dan gaat het natuurlijk helemaal de verkeerde kant op.”

Is dit de veiligste bouwplaats van Nederland?
Timmermans, dochter van een hoofduitvoerder, stelt dat veel handboeken voor veiligheid te ingewikkeld zijn voor de mensen die ermee moeten werken. Ook over de VCA en de dit jaar ingevoerde Generieke Poortinstructie is ze nauwelijks enthousiast. “Wie verzint dat, denk ik dan. Het is zo algemeen. Pasjes? Alleen het woord al. Veilig werken, is gewoon goed werken. Als je dat regelt, scheelt je dat een heleboel geld.”

Voer oordeelloze gesprekken

“Verbeter de communicatie”, adviseert ze bouwers; stem zaken beter op elkaar af en betrek de hele organisatie bij veiliger werken. En last but not least: toon oprecht aandacht voor het onderwerp. “Papier maakt werken niet veiliger, boetes en beloningen ook niet, het gaat om mensen. Voer oordeelloze gesprekken met ze. Veroordeel ze niet, vraag hoe ze de veiligheid zelf zouden verbeteren.”

‘Be careful out there’

Dagstarts werken volgens haar ook goed. “Vroeger had je de realistische politieserie Hill Street Blues op tv. De leidinggevende had echt aandacht voor de mensen. Hij zei consequent en oprecht: ‘let’s be careful out there’.” Werk moet leuk zijn.

Precies dat is de reden waarom Egbert Vennik, samen met het Rotterdam Port Fund, investeerde in Tagpoint, een bedrijf dat interactieve, online veiligheidstrainingen verzorgt. “We streven een wereld na zonder bedrijfsongevallen”, is het eerste dat op de website valt te lezen. Vennik maakte als boardmember van multinational Van Gansewinkel twee dodelijke ongevallen mee. Die heftige ervaring laat hem nooit meer los, ondanks het feit dat de afvalverwerker in beide gevallen, niets te verwijten viel.

Wat heb je aan kennis als die niet wordt toegepast?

“Gelukkig maar”, was de eerste reactie. “Iets later viel het kwartje.” Vennik: “Als dit ondanks het door ons goedgekeurde veiligheidsbeleid toch kan gebeuren, is er iets mis, dachten wij. Er werken 1800 mensen bij ons. Morgen kan het weer gebeuren.” Dat wilde de multinational niet en dus werd een analyse gemaakt met de Universiteit van Leiden. Dit werd ze duidelijk. “Wat heb je aan kennis als het niet wordt toegepast?”

Ook Vennik denkt dat de veiligheidseuro in de bouw beter kan worden besteed. Hij signaleert een overkill aan verplichte regeltjes, in een hectische sector die ook nog eens teert op minimale marges.

“Neem de ‘Gevarentaal Bouwspraak’ die dit jaar is gelanceerd. Het klinkt fantastisch, maar eigenlijk geef je bouwvakkers opnieuw nog meer kennis mee.”

Beelden en games die je raken

Confronteer bouwvakkers met dingen die ze raken, gaat hij door. “Ze hersenspoelen? Nee, maar je moet ze op een andere manier benaderen. Wij doen dat met beelden en games die door gedragspsychologen zijn ontwikkeld.” De formule van het relatief nieuwe bedrijf lijkt aan te slaan. Toch gaat het in de bouw niet snel genoeg, vindt Vennik. “We zijn actief in allerlei sectoren, maar in de bouw krijgen we consequent twee reacties: “In slechte tijden hebben we geen geld voor dit soort zaken en in goede tijden, geen tijd.”

1000 euro per bouwvakker

Jaarlijks kost een ‘veilige’ bouwvakker ongeveer 1000 euro, schat veiligheidskundige Sjoerd van der Stroom. De grootste kostenpost is volgens hem productie-uitval (volg je een training, dan kun je niet werken). In zijn berekening zijn VCA certificering, ISO 50001 en de veiligheidsladder niet meegenomen. Ook hij denkt dat het geld beter kan worden besteed. “Cursussen ontstaan vaak vanuit een verplichting, zoals VCA, maar een goede training is in mijn beleving het daadwerkelijk doen en vervolgens toetsen of het maximale haalbare eruit is gehaald. Dit laatst gebeurt niet. Men vind het vaak voldoende als de werknemer zijn papiertje heeft gehaald. Zelf geloof ik meer in reële oefeningen met oefendorpen.”

Joris Bal, van The Lab of Life, een bedrijf dat interventies voor gedragsverandering ontwikkelt (op basis van onderzoek van de Radboud Universiteit), denkt ook dat veel geld in de bouw opgaat aan onzinnige veiligheidsmaatregelen.

Veel maatregelen zijn betuttelend

“Veel initiatieven zijn vooral gebaseerd op bewustwording en inspiratie, maar deze maatregelen zijn veelal betuttelend en werken maar tijdelijk. Het is alsof je zegt: je moet stoppen met roken, omdat het slecht voor je is, dat werkt averechts.” The Lab of Life ontwikkelde een wetenschappelijk onderbouwde methode die mensen activeert zich anders te gedragen. Middels groepstrainingen gaat het op zoek naar de innerlijke drive van bouwvakkers, die ze moeten aanzetten om daadwerkelijk veiliger gedrag te vertonen.

Intention Behavior Gap

“We overbruggen daarmee de kloof tussen weten wat we willen en het daadwerkelijk ook doen. In de wetenschap wordt dat ook wel de Intention Behavior Gap genoemd. Alsof je een bouwbrein activeert? Het is eigenlijk meer resetten en herprogrammeren.” Ga aan de slag met het hele bedrijf, voer oordeelloze gesprekken, speel gedragspellen of ga op zoek naar de ziel van een timmerman of stukadoor. Er zijn legio manieren om de veiligheid in de bouw te verbeteren, getuigden bovenstaande deskundigen.

Hoe dan ook. Veiligheid kost geld. Zo ook bij The Lab of Life. “Het begint vanaf ongeveer 800 euro. Aan de andere kant: je bespaart er ook leed mee.”

Engelencampagne Bouwend Nederland

Een jaar geleden startte Bouwend Nederland de campagne ‘Bewust veilig, iedere dag’. Aangesloten leden kunnen onder meer veiligheidsspellen krijgen en posters met daarop afbeeldingen van bouwvakkers met engelenvleugels en boodschappen als: ‘Vandaag een baksteen, morgen een grafsteen.’

Vinden de posters gretig aftrek?

“Dat komt langzaam op gang”, zegt campagneleider Kristine de Wilde van Bouwend Nederland.
Shockeren met een knipoog, is de achterliggende gedachte van de campagne. Ze benadrukt dat het onderdeel is van een groter programma.
“We wilden nadrukkelijk starten met bewustwording. Nu gaan we aan de slag met het aanpakken van gedrag. Hoe is nog onduidelijk.” Hoeveel geld er opgaat in de bouw aan veiligheidscursussen, -middelen en -materiaal vindt Bouwend Nederland moeilijk in te schatten. “Maar dat een poster het
alleen niet gaat doen, snappen wij ook wel.”

Bron: Cobouw.nl

Aan de slag met duurzame inzet in bouw en infra

De stijgende pensioenleeftijd, een gespannen arbeidsmarkt en een enorme bouwopgave: de bouw staat de komende jaren voor een flinke uitdaging. Volgens schattingen zijn de komende vijf jaar 60.000 nieuwe mensen nodig. Een prachtsector om in te werken, maar vaak ook zwaar. Om ervoor te zorgen dat iedereen in de bouw en infra gezond die eindstreep haalt, moeten bedrijven meer werk maken van duurzame inzetbaarheid. Om met kennis- en adviescentrum Volandis te spreken: ‘Werk veilig, houd plezier en kijk vooruit’.

Een televisie kopen van het individueel budget? Meer dan genoeg mensen in de bouw die het doen, weet ook George Raessens, vice-voorzitter Bouwend Nederland. Maar deze regeling – die in januari 2016 van kracht ging voor iedereen die werkzaam is in de bouw en infra – is daar natuurlijk niet voor bedoeld. Het individueel budget is vooral bedoeld als een investering in jezelf, zodat je gezond en gemotiveerd kan blijven werken. Tot je pensioen. Denk aan het bekostigen van een opleiding, het financieren van verlofdagen en, niet in de laatste plaats, te werken aan de gezondheid.

Regeling te vrijblijvend

Bij het opnemen van dit budget wordt door een werkgever echter niet getoetst waaraan het geld wordt besteed. Met andere woorden: het geld is vrij opneembaar. Werknemers zien het vooral als een extraatje. “De regeling is te vrijblijvend”, aldus Raessens. “Het is namelijk bedoeld voor duurzame inzetbaarheid. Dat betekent voor mij dat iemand gezond en veilig naar zijn werk gaat, er plezier in heeft en ’s avonds weer net zo gezond thuis komt. Geestelijk en lichamelijk fit blijven dus. Het zou goed zijn dat er pas wordt uitgekeerd als een werknemer kan aantonen dat het budget ook daadwerkelijk aan duurzame inzetbaarheid wordt besteed. Dat kan een opleiding zijn, maar ook een abonnement op de sportschool of een bezoek aan de diëtist. En geen televisie.

Vergelijk het maar met een bouwdepot: je moet de bank ook bonnetjes laten zien dat je het geld ook echt aan de verbouwing hebt uitgegeven. We moeten het anders organiseren, te beginnen met het creëren van bewustzijn. Veel mensen in de bouw hebben zwaar werk. Je ziet dat niet iedereen gezond en wel zijn pensioen haalt. Dat is niet alleen een economisch probleem en een productieprobleem, maar ook een sociaal probleem. Daar móeten we met z’n allen wat aan doen.”

Trots op hun vak

Tjeerd Willem Hobma, directeur van Volandis, is het met Raessens eens. “Mensen die in de bouw en infra werken, zijn in de eerste plaats trots op hun vak, dat is mooi om te zien. Op het gebied van veiligheid en gezondheid kun je echter geen concessies doen, het is wat mij betreft nu alle hens aan dek. Veel werknemers in deze sector hebben zwaar werk en kennen specifieke problemen. Een machinist heeft een grote verantwoordelijkheid voor de veiligheid van collega’s op de bouwplaats én zit zelf de hele dag. We weten dat zo iemand meer kans heeft op stress en hart- en vaatziekten. Van een betonstaalvlechter weten we dat hij bovengemiddeld meer last heeft van rug en knieën.

Verder speelt natuurlijk mee dat de pensioenleeftijd is gestegen. Mensen moeten langer doorwerken. Zeker in deze sector is dat makkelijker gezegd dan gedaan. We willen vakmensen dus met alle mogelijke middelen verleiden om fit en gezond te blijven, en hen inspireren om zich te blijven ontwikkelen. Sommigen hebben maar een klein zetje nodig, anderen intensieve begeleiding. En ze vragen er zeker niet altijd om. We hebben een missie.”

Werk maken van duurzame inzetbaarheid

Om het belang van die duurzame inzetbaarheid meer onder de aandacht te brengen, hebben Bouwend Nederland, Volandis en Vakmedianet/Cobouw de handen ineengeslagen. Het doel van deze missie: bedrijven in de bouw en infra stimuleren werk te maken van duurzame inzetbaarheid. Het geheel is meer dan de som der delen, zo is het idee: kennis- en adviescentrum Volandis en Bouwend Nederland, organisatie van bouw- en infrabedrijven, hebben hun eigen kanalen. Wanneer je die samenvoegt met de communicatiekanalen van Cobouw, bereik je nagenoeg de hele sector.

Het gaat om het besef dat werkgevers en werknemers het belang van gezond en veilig werken inzien

DIA-actieplan

Voor Volandis is de uitvoering van de Duurzame Inzetbaarheidsanalyse (DIA) een belangrijke activiteit. DIA – een gratis check-up van werk en gezondheid – wordt ook wel gezien als het PAGO met een plus. PAGO staat voor preventief medisch onderzoek door de bouwarts. De plus is een adviesgesprek met een DIA-adviseur dat resulteert in het persoonlijk DIA-actieplan voor de werknemer. Het is een moment om stil te staan bij je eigen leef- en werksituatie, waarbij je als werknemer inzicht krijgt in de mogelijkheden die er vanuit de sector zijn om veilig, gezond en met plezier te werken.

Elke vier jaar uitnodiging

In de cao Bouw & Infra staat dat iedereen recht heeft op de DIA. Vanaf je 20e jaar ontvang je elke vier jaar een uitnodiging. De DIA wordt door de sociale partners in de bouw en infra gezien als de nieuwe norm. Hobma: “De DIA is een goede manier om na te gaan hoe duurzaam inzetbaar iemand is. We doen er nu 13.000 per jaar, inclusief de extra 40+ en 52+ PAGO’s voor de oudere werknemers. Is het veel? Ja, maar niet genoeg. Het aantal groeit gestaag, maar niet hard genoeg.”

Raessens zegt dat de DIA geen doel op zich mag zijn. “Het gaat om het besef dat werkgevers en werknemers het belang van gezond en veilig werken inzien. Neemt niet weg dat de DIA een uitstekend middel is om daar aan te werken.”

Zetje in de rug

Hobma benadrukt dat Volandis geen DIA-fabriek wil zijn. “De DIA is een stukje van het verhaal, het is bedoeld als zetje in de rug. Een DIA heeft namelijk alleen effect als iemand ook daadwerkelijk zelf aan de slag gaat met de voorgenomen acties in het DIA-actieplan. Niet het DIA- adviesgesprek is het hoogste doel, maar een veilig, gezond en gelukkig leven. De DIA en tal van vervolgactiviteiten kunnen je er bij helpen.

Probleem is dat veel bouwvakkers onvoldoende het nut van deze preventieve aanpak inzien. Ze krijgen een uitnodiging en denken: ik ben toch niet ziek? Met name de jonge jongens tussen 17 en 25 die in het mkb werken zijn lastig te bereiken. Jonge, stoere bouwvakkers die denken dat ze alles aankunnen. We moeten er echt voor zorgen dat deze jonge talenten niet voortijdig uitvallen, en dat ook oudere vakbekwame vakmensen voor hun bedrijf en voor de sector behouden blijven.”

Broodje kroket

Raessens zegt dat een werkgever verschillende manieren heeft om een werknemer te attenderen op het nut van duurzame inzetbaarheid. “Het is lastig om een werknemer te wijzen op zijn of haar leefstijl, zoals roken of drinken. Je kunt als werkgever wél zorgen voor gezonde kantines. De tijd van alleen maar dat broodje kroket is voorbij.

Ik vind dat je een werknemer in sommige gevallen best mag aanspreken op zijn of haar leefstijl, bijvoorbeeld tijdens een functioneringsgesprek. Stel, iemand is echt zwaarlijvig, dan kun je zo iemand wijzen op een arts of diëtist. Zeg dat je hem of haar niet kunt dwingen, maar dat je het echt doet om te helpen. Zeg desnoods: wij betalen de rekening. Iemand die drie of vier keer per jaar een tijdje ziek is, kun je wat mij betreft ook benaderen. Mijn ervaring is dat er dan echt iets meer aan de hand is dan een griepje. Vráág er als werkgever naar, vraag of er meer aan de hand is en of je iets kunt doen of faciliteren.”

Legolisering

Door technologische ontwikkelingen ziet Raessens dat het werken in de bouw en infra gelukkig iets minder zwaar wordt. “Neem de introductie van bestratingsmachines, dat is echt een hele mooie ontwikkeling. Daarnaast zien we ook nieuwe ontwikkelingen zoals Legolisering, een mooie term voor conceptmatig en modulair bouwen. We moeten meer bouwen, de komende jaren. Ook prefab is een manier die het werken in de bouw lichter maakt.”

Bewustzijn creëren en mensen handelingsperspectief bieden

Bewustzijn creëren en mensen handelingsperspectief bieden, daar draait het de komende tijd om, vinden Raessens en Hobma. Zowel bij werkgevers als werknemers. ‘Werk veilig, houd plezier en kijk vooruit’, om de slogan van Volandis nog een keer aan te halen. Hobma: “Het is geen loze kreet. Met z’n allen kunnen we bedrijven en hun mensen aanmoedigen, verleiden en inspireren om met hun eigen duurzame inzet aan de slag te gaan. Zodat iedereen in de bouw en infra gezond de eindstreep haalt.”

Dit artikel is gesponsord door Volandis

Bron: Cobouw.nl

Nieuwe animatie: de rol van een vertrouwenspersoon binnen een organisatie

Welke positieve bijdrage kan een vertrouwenspersoon leveren aan het creëren van een veilige werkomgeving? Dat leggen we in minder dan twee minuten uit in deze nieuwe animatie op het Arboportaal.

Een werkgever moet beleid voeren om psychosociale arbeidsbelasting (PSA) binnen de organisatie te voorkomen of te beperken. Dit is onder andere seksuele intimidatie, agressie, pesten en werkdruk. Eén van de mogelijke maatregelen is de inzet van een vertrouwenspersoon. Bij hem of haar kunnen medewerkers in vertrouwen melding maken van ongewenst gedrag. Belangrijk is dat de vertrouwenspersoon onafhankelijk, toegankelijk en vakbekwaam is én goed vindbaar moet zijn binnen een organisatie. Daar heeft ook een werkgever veel profijt van.

Bekijk nu de animatie over de positie en de rol van een vertrouwenspersoon. Je kunt de video ook downloaden voor eigen gebruik of delen via bijvoorbeeld sociale media.

Animaties

Uit gebruikersonderzoek is gebleken dat veel bezoekers van het Arboportaal behoefte hebben aan een eenvoudige uitleg van ingewikkelde onderwerpen. In verschillende animaties worden daarom in minder dan twee minuten onderwerpen en wetten begrijpelijk uitgelegd. Bekijk bijvoorbeeld ook de animatie over de ‘Bedrijfsarts’, ‘Verantwoord opdrachtgeverschap’, ‘Rechten en plichten van werknemers’, ‘De nieuwe Arbowet’ en ‘Leren van arbeidsongevallen’.

Bron: Arboportaal.nl

Onderzoek CNV: 1 op de 4 werknemers slachtoffer van bedrijfsongeval

1 op de 4 werknemers in een risicovol beroep is wel eens het slachtoffer geworden van een bedrijfsongeval. 36% van alle werknemers stelt dat er steeds meer onveilige situaties op de werkvloer ontstaan door de hoge werkdruk. Snelheid gaat daarnaast vaak boven veiligheid, stelt 25% van de ondervraagden. Bijna 1 op de 5 werknemers heeft zich wel eens ziekgemeld door een ongeval op het werk en 23% stelt dat de werkvloer de laatste jaren onveiliger wordt.
Dit blijkt uit vandaag gepubliceerd onderzoek van het CNV, uitgevoerd door Panelwizard onder bijna 1.100 mensen die werken in een gevaarlijk beroep. Ongeveer 2 miljoen Nederlanders  werken in gevaarlijke beroepen.

Schaduwzijde

‘Schokkende cijfers die ons beeld bevestigen dat de werkplek steeds onveiliger wordt, mede door de hoge werkdruk,’ aldus Arend van Wijngaarden, CNV-voorzitter. ‘Dit is de schaduwzijde van een florerende economie. Werknemers mogen echter nooit het slachtoffer worden van de groei-ambities van werkgevers. Veiligheid gaat boven alles. Honderdduizenden Nederlanders verkeren echter vaak in een onveilige situatie, blijkt uit dit onderzoek.’ 21% van de ondervraagden zegt dat het behalen van een hoge omzet meer prioriteit heeft dan de veiligheid van medewerkers. 17% stelt dat de werkgever klachten van werknemers negeert over onveilige situaties op de werkvloer.

Topje van de ijsberg

Van Wijngaarden: ‘De cijfers uit ons onderzoek zijn vele malen hoger dan de cijfers van Inspectie SZW, die melding doet van een paar duizend bedrijfsongevallen per jaar. De cijfers van SZW zijn dus blijkbaar het topje van de ijsberg. De 25% bedrijfsongevallen uit ons onderzoek zijn omgerekend 500.000 mensen. We vermoeden dat werkgevers vaak geen melding doen van bedrijfsongevallen en de veiligheid op de werkplek vaak met voeten wordt getreden.’

Geen schijnoplossingen

‘Het CNV pleit daarom voor betere handhaving: meer inspecties en betere controles op de werkvloer. Werkgevers moeten bovendien niet vluchten in schijnoplossingen, zoals alcohol- en drugscontroles bij werknemers. 3% van de ongevallen ontstaat door alcohol- of drugsgebruik, toont dit onderzoek aan. Blijf daarop testen maar doe ook andere investeringen in veiligheid,’ roept Van Wijngaarden op.

Overheid koploper onveiligheid

Opvallend is dat werknemers in de sector ‘Openbaar bestuur en overheidsdiensten’ het vaakst (45%) aangeven dat zij zich regelmatig in een onveilige situatie op het werk bevinden. 42% is daar wel eens het slachtoffer geworden van een bedrijfsongeval. Van Wijngaarden: ‘Van de overheid zou je verwachten dat ze zich een goed werkgever toont en de veiligheid van medewerkers garandeert. Maar de overheid is daarin een uitschieter, helaas niet in positieve zin. Tijd dat de overheid scherper toeziet op haar eigen regels.’

Over het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd onder een representatieve steekproef van 1074 werkenden in loondienst van 18 jaar en ouder die bij het uitvoeren van hun werk te maken met (mogelijke) gevaren of een verhoogde kans op bedrijfsongevallen (bijv. vanwege het bedienen van machines, hanteren van gevaarlijke stoffen of een gevaarlijke werkplek). De steekproef is representatief op basis van leeftijd, geslacht, opleiding en regio. Klik hier voor het volledige onderzoek.

Bron: CNV Vakmensen

Ontwikkeling van snelle praktische test om benzeen te monitoren

TNO en SKC werken samen om een snellere en meer praktische testkit voor benzeen in urine te ontwikkelen. De ter plaatse analyse levert binnen enkele uren resultaat op, zodat bronnen en locaties van blootstelling snel kunnen worden geïdentificeerd. Dit helpt bij het voorkomen van gezondheidseffecten voor werknemers.

TNO en SKC zijn een 2-jarig project gestart om een ‘point of care’ kit te ontwikkelen voor een snellere en praktische monitoring van benzeen in urine. Door de blootstelling van industriële werknemers binnen enkele uren te meten op locatie, zonder inmenging van een gespecialiseerd laboratorium, kunnen directe risicobeheersmaatregelen worden genomen en kunnen schadelijke effecten snel worden voorkomen. Om de oplossing met succes te implementeren in de industriële arbeidshygiëne, zal de betrokkenheid van de eindgebruiker bepalend zijn bij de ontwikkeling.

Benzeen

Benzeen is een component van producten afgeleid van steenkool en aardolie en wordt gebruikt bij de vervaardiging van verschillende chemicaliën. Benzeen kan kanker en meer acute gezondheidseffecten veroorzaken, zoals slaperigheid, bewusteloosheid en zelfs overlijden. Daarom is er een sterke focus op benzeen in persoonlijke monitoringprogramma’s in de (petrochemische) industrie. Biomonitoring, beoordeling van metabolieten van benzeen in urine, is een van de geijkte methoden om blootstelling van werknemers te beoordelen. Dit biedt inzicht in alle routes van blootstelling, ook bij gebruik van een beschermende uitrusting, bij blootstelling van de huid en bij kortlopende blootstellingen op hoog niveau. De huidige methoden zijn gebaseerd op laboratoriumanalyses die doorgaans een wekenlange doorlooptijd hebben en logistiek uitdagend kunnen zijn op afgelegen locaties.

Een meer praktische oplossing: point of care testen

Een ‘point of care’ (POC) -test voor benzeenmetabolieten in urine kan op de relevante locatie worden uitgevoerd en binnen enkele uren resultaten opleveren. Door POC-testen kunnen er onmiddellijke wijzigingen in het risicomanagement worden doorgevoerd, waardoor onnodige blootstellingen worden voorkomen tijdens het wachten op de steekproefresultaten. Bovendien bieden POC-oplossingen de mogelijkheid om meer metingen van de blootstelling te verzamelen. Zo kan er inzicht worden verkregen in relevante bronnen, locaties en momenten van blootstelling, die de basis kunnen vormen voor beter geïnformeerde strategieën voor het omgaan met de blootstelling en de totale gezondheid van de werknemer.
Een paar jaar geleden financierde Shell Health, op zoek naar een snellere en meer praktische aanpak, een haalbaarheidsonderzoek. In deze studie heeft TNO de huidige analysemethode aangepast en de gevoeligheid van de test verhoogd, om te voldoen aan de in de toekomst afnemende grenswaarden voor blootstelling (zie hier).

Het ontwikkelen van een apparaat voor arbeidshygiëne

Uiteindelijk moeten arbeidshygiënisten of verpleegkundigen deze nieuwe meetmethode zelf kunnen uitvoeren op locatie, waardoor een gespecialiseerd laboratorium niet meer noodzakelijk is. Daarom heeft TNO de handen ineen geslagen met SKC om de analysemethode verder te verfijnen. Het doel is om een in de handel verkrijgbare gebruiksvriendelijke desktopkit te ontwikkelen, waarmee de test gemakkelijk kan worden uitgevoerd en analytische resultaten direct ter plaatse direct kunnen worden afgelezen. Om deze oplossing succesvol te implementeren in de arbeidshygiëne, worden eindgebruikers en autoriteiten vanaf het begin bij de ontwikkeling betrokken. Via stakeholderinteracties wordt waardevolle input verkregen over de eisen waaraan het apparaat moet voldoen. Deze input is leidend bij de ontwikkeling en implementatie in strategieën van industriële arbeidshygiëne.

Input leveren of op de hoogte blijven

Ben jij een professional die geïnteresseerd is in deze ontwikkeling en wil je input leveren voor toekomstige interacties met stakeholders, of op de hoogte blijven van de voortgang van het project? Geïnteresseerd in deze ontwikkeling? Neem contact op met Rianda Gerritsen.

Bron: TNO

Veiligheid bouwplaatsen Zuid-Limburg onder de maat

Bij een grote controle van bouwplaatsen in Maastricht, Kerkrade en omgeving heeft de Inspectie SZW op 33 plekken de werkzaamheden stilgelegd. Ook zijn tientallen waarschuwingen uitgedeeld. Op slechts vier van de 22 bezochte bouwplaatsen bleken bouwvakkers gezond en veilig te kunnen werken.

Een inspecteur legt werkzaamheden onmiddellijk stil als er sprake is van ernstig gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen. Zo bleek op tientallen plekken dat werknemers bijvoorbeeld gevaar liepen bedolven of getroffen te worden door bouwmaterialen. Ook waren bouwvakkers onvoldoende beschermd tegen het inademen van kwartsstof en was er gevaar voor elektrocutie. Het veilig werken met steigers ging in veel gevallen mis. Bij een groot bouwwerk waren de steigers rondom het gebouw op geen enkel punt verankerd aan de gevel. Daardoor kunnen de steigers gemakkelijk omvallen, verschuiven of instorten met alle gevolgen van dien. De Inspectie was genoodzaakt het totale bouwwerk stil te leggen. De Inspectie ziet erop toe dat er pas verder wordt gewerkt als het gevaar is opgeheven.

Wake-upcall woningbouwcorporaties

Veel bouwwerkzaamheden die de Inspectie bezocht, worden in opdracht van woningbouwcorporaties uitgevoerd. Zij hebben als opdrachtgever een belangrijke verplichting om eerlijk, gezond en veilig werken tijdens het hele bouwproces te borgen. In de praktijk worden verantwoordelijkheden echter verschoven naar de hoofdaannemers, onderaannemers en zzp’ers. Uit de Inspecties op de bouwwerken bleek dat alle woningbouwcorporaties tekort schieten in hun rol als opdrachtgever. De Inspectie SZW gaat ervan uit dat de uitkomst van deze grote bouwcontrole een wake-upcall voor de corporaties is.

Eerlijk werk

Op het gebied van eerlijk werk zagen de inspecteurs ook misstanden. Op de meeste bouwplaatsen worden regels voor werktijden en beloning nageleefd. Inspecteurs troffen op één bouwplaats Oekraïense bouwvakkers aan die vermoedelijk niet in Nederland mogen werken. Ook zijn drie gevallen van vermoedelijke onderbetaling en een overtreding van de Arbeidstijdenwet geconstateerd.

Bron: Inspectie SZW

Haastige spoed met de cirkelzaag, weg duim!

In Ongeval elke twee weken een uitgebreide bespreking van een arbeidsongeval. Dit keer over twee soortgelijke ongevallen met een cirkelzaag. Haastige spoed is zelden goed, ook niet in de bouw. Snel even af en laat die beschermkap maar zitten: weg duim!

Met bouwcirkelzagen gebeuren veel ernstige ongevallen, met amputatie van vingers als gevolg. Vooral tegen de bouwvak, als er snel nog het een en ander af moet, gaan medewerkers slordig met de cirkelzaag om. In de zomer kwamen er drie ongevallen op één dag binnen. We bespreken twee daarvan in deze aflevering van Ongeval.

Van dik hout zaagt men planken met de cirkelzaag

Ongeval 1

Bij ongeval 1 was een werknemer bezig met het afzagen van planken voor de bekisting van een betonsparing. Hij had ongeveer tien planken afgezaagd. Terwijl hij bezig was met het zagen van de laatste plank, draaide het slachtoffer zich om. Voordat hij er erg in had kwam zijn linkerduim tegen het zaagblad en amputeerde hij de helft ervan. Na een operatie en met een halve duim minder had hij acht weken nodig om zijn werk te kunnen hervatten.

Ongeval 2

Bij ongeval 2 gebruikte een werknemer een kantelcirkelzaag. De ene kant van de machine was een afkortzaag. Door de tafel te kantelen was de machine te gebruiken als cirkelzaag. De werknemer was bezig met het afzagen van stelhout voor het stellen van vakantiechalets. Eén plank bleef op de cirkelzaagmachine liggen. Hij probeerde deze plank met zijn rechterhand weg te duwen terwijl het zaagblad nog draaide. Daarbij kwam zijn rechterduim tegen het zaagblad en amputeerde hij die tot de wortel. Ook deze werknemer moest meerdere maanden verzuimen.

Even snel snel snel, en dan gebeuren er ongelukken

Ongeval 1

Het slachtoffer van het eerste ongeval had de afschermkap van het zaagblad niet goed afgesteld, zodat de opening veel groter was dan nodig voor het afzagen van de planken. Hij deed dat om het zagen te vergemakkelijken. Tussen het zagen door bleef het zaagblad draaien. Hij verzuimde de machine stop te zetten en te wachten tot het zaagblad tot stilstand was gekomen alvorens iets weg te pakken of met zijn handen in de buurt van het zaagblad te komen. Eerst de cirkelzaag stopzetten, dan pas houtresten of producten wegnemen is een algemeen bekende regel bij het gebruik van een cirkelzaag. Ook in de gebruiksaanwijzing van de zaag stond: “Schakel de motor uit; het materiaal pas wegnemen als het zaagblad stilstaat.”

Het slachtoffer verklaarde dat werkdruk een grote rol had gespeeld bij het ontstaan van dit ongeval. Geconfronteerd met de verklaring van zijn werknemer beaamde de directeur die: “Wij onderaannemers worden enorm onder druk gezet om steeds sneller ons werk af te leveren.”

Ongeval 2

Het tweede slachtoffer had de transparante afscherming en het spouwmes van de cirkelzaagmachine niet gebruikt, zodat het zaagblad niet afgeschermd was. Hij verklaarde dat hij de afscherming en het spouwmes moest monteren als hij de machine kantelde. Maar hij meende dat dit niet nodig was omdat hij maar een paar stelhouten moest zagen. Evenmin maakte hij gebruik van het aanwezige duwhout om afval en materiaal op de tafel weg te duwen.

Twee boeterapporten, twee maal boetematiging

Ongeval 1

In het boeterapport tegen het bedrijf van ongeval 1 werd de overtreding van artikel 7.3 lid 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit opgenomen. Het bedrijf had er niet op toegezien dat de arbeidsmiddelen die op de arbeidsplaats ter beschikking worden gesteld van werknemers, uitsluitend gebruikt worden voor het doel, op de wijze en op de plaats waarvoor zij zijn ingericht en bestemd. Het bedrijf had een boete van 3.600 euro kunnen krijgen. Omdat het bedrijf de risico’s van de concrete werkzaamheden voldoende had geïnventariseerd en een veilige werkwijze had ontwikkeld, kreeg het een vermindering van zo’n 1.800 euro op het boetebedrag.

Ongeval 2

In het boeterapport tegen het bedrijf van ongeval 2 werd, naast artikel 7.3 lid 2, ook artikel 7.7. lid 1 opgenomen. Door het niet monteren van de afscherming en het spouwmes waren de draaiende delen van de kantelcirkelzaag niet afgeschermd. Het boetebedrag voor dit bedrijf, na toepassing van matigingsgronden op dezelfde basis als bij bedrijf 1, kwam uit op 1.250 euro.

Auteur | Ehsan Kermani

Bron: Arboonline.nl