Zicht op goed licht bij beeldschermwerk

Bij een goede inrichting van de beeldschermwerkplek is een aantal zaken van belang. Verlichting is er daar een van. Want goed licht bij beeldschermwerk houdt u fitter tijdens de werkdag. Bovendien voorkomt het oogklachten.

Verlichting is dus belangrijk bij beeldschermwerk. Want te veel licht in de werkomgeving vermindert het contrast op het scherm. En lampen en ramen kunnen voor hinderlijke weerspiegeling zorgen in het beeldscherm. Dit alles werkt door in de werkhouding. Daarmee is licht medebepalend voor de fysieke belasting van de beeldschermwerker.

Bij een goede afstemming van licht en beeldschermwerk spelen vier aspecten een rol.

  1. Toetreding daglicht

De opstelling van de werkplek in de werkruimte bepaalt mede de lichtinval. Zittend met de neus naar het raam riskeert de beeldschermwerker verblinding door fel licht en zonneschijn. Maar met de rug naar het raam ontstaat er spiegelingshinder. Dus wat is wijsheid?

Het beste is om het scherm dwars ten opzichte van het raam te zetten, liefst op zo’n 3 meter afstand. De kijkrichting loopt nu evenwijdig aan het raam. Hoeveel daglicht er binnenkomt, verschilt per seizoen. Optimaliseer daarom de hoeveelheid licht op de werkplek in de donkere seizoenen door aanvulling met andere lichtbronnen. En verminder juist  de toetreding van daglicht in de lichte seizoenen met behulp van zonwering. Zonwering is sowieso verplicht in iedere ruimte waar mensen met beeldschermen werken.

  1. Verlichtingsniveau

Een goed verlichtingsniveau ligt tussen de 200-800 lux. Bij beeldschermwerk ervaren gebruikers een hoog verlichtingsniveau eerder als hinderlijk dan te weinig licht. Daarom geldt een verlichtingsniveau tussen de 200 en 400 lux bij beeldschermwerk als optimaal.

Verdeel bovendien de verlichting gelijkmatig over de ruimte. Voor behoud van een goede oriëntatie moet de lichtsterkte naast de werkplek ten minste 2/3 van de lichtsterkte bedragen van die op de werkplek zelf. De beste keuze voor het lichtniveau hangt verder af van omgevingsfactoren zoals het aantal ramen, maar ook van bijvoorbeeld de leeftijd van de gebruikers. Daarbij geldt: oudere werknemers hebben meer licht nodig dan jongere.

TIP: Goed zitten?De werkplekchecker.
Vraag  een demo aan.

  1. Verlichtingsarmaturen

Directe verlichting vraagt om verlichtingsarmaturen die van opzij bijna geen licht uitstralen. Roosters of spiegeloptieken (anti-reflectiekappen) beperken de zijdelingse lichtuitstraling tot 40 graden ten opzichte van het horizontale vlak. Let er daarbij op dat algemene verlichtingssystemen meer spiegelingshinder veroorzaken in ruimten waarin men uitsluitend met beeldschermen werkt. Bij indirecte verlichting is het zaak spiegeling te voorkomen via een te glad plafond.

Al met al is indirecte verlichting aangevuld met werkplekverlichting zeer geschikt voor de beeldschermwerkplek. Met deze combinatie is de kans op spiegelingshinder namelijk minimaal. Een bureaulamp is werkplekverlichting en indirecte verlichting tegelijk. Daarbij is een goede bureaulamp verstelbaar, geeft weinig warmte af, verblindt niet en verlicht de werkplek gelijkmatig.

  1. Luminantieverhouding

Onder de luminantieverhouding verstaan we de lichtsterkte per oppervlakte-eenheid, loodrecht op de kijkrichting. Zorg ervoor dat die verhouding op en rond de werkplek de gestelde grenzen niet overschrijdt. Daarbij mag de helderheid van de verschillende delen van het werkvlak niet meer dan een factor 3 verschillen. Bovendien mag het verschil in luminantie van werkvlak en omgeving niet hoger zijn dan 10.

Risico’s licht en zicht beeldschermwerk in RI&E

In de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moeten de risico’s van beeldschermwerk voor het gezichtsvermogen vermeld staan. Want door voldoende en goed licht en het tegengaan van spiegelingshinder zijn vermoeidheid en oogklachten te voorkomen.

Ondanks alle zorg toch problemen met goed zicht op het beeldscherm? Medewerkers met oogklachten hebben recht op advies van een deskundige. En ook op eventuele vergoeding door de werkgever van een beeldschermbril.

Bron: Arboonline.nl

Nieuwe bindende Europese grenswaarden bij bescherming tegen de risico’s van werken met kankerverwekkende stoffen

Op 17 januari 2020 treden in de lidstaten van de EU nieuwe bindende Europese grenswaarden voor het werken met kankerverwekkende stoffen in werking. Deze grenswaarden geven de maximale concentraties voor kankerverwekkende stoffen in de lucht op de werkplek aan en moeten werknemers in heel Europa beter beschermen tegen de risico’s van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen.

Tot nu toe was er geen minimum beschermingsniveau doordat lidstaten voor belangrijke kankerverwekkende stoffen verschillende (en soms geen) nationale grenswaarden hadden. De nieuwe bindende grenswaarden zorgen voor een Europees minimum beschermingsniveau en een meer gelijk Europees speelveld. Iets waar Nederland zich tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2016 sterk voor gemaakt heeft.

Dit eerste uitbreidingsvoorstel is nu geïmplementeerd in nationale regelgeving (bijlage XIII van de Arboregeling) en treedt op 17 januari 2020 in werking. Voor diverse stoffen waren er in Nederland al voldoende beschermende grenswaarden. De implementatie van de Europese grenswaarden leidt daardoor in totaal tot 2 nieuwe grenswaarden (o- toluïdine en hydrazine) en tot 4 verlaagde (strengere) grenswaarden (crylamide, 1,2- epoxypro-paan, vinylchloridemonomeer, vuurvaste keramische vezels).

Bron: Toxic.nl

Minicontainment bij asbestsanering is veilig

De verwijdering van specifieke asbestbronnen door de inzet van een niet-betreedbare omsluiting is veilig. Zolang deze methode wordt toegepast bij asbestsaneringen met uitzondering van spuitasbest. Dit blijkt uit een nader blootstellingsonderzoek van TNO.

Enige tijd geleden ontstond er onduidelijkheid over de veiligheid van Minicontainment, een systeem om specifieke asbestbronnen te verwijderen door de inzet van een niet-betreedbare omsluiting. Bij deze methode wordt een klein, doorzichtig frame over de te verwijderen kleinschalige asbesthoudende toepassing geplaatst. TNO had signalen ontvangen dat de stofzuiger, die ingezet werd om onderdruk te creëren in de omsloten ruimte, zou lekken.

Minicontainment heeft naar aanleiding van deze signalen nader onderzoek gedaan naar de blootstelling aan asbestvezels bij gebruik van het systeem. TNO heeft dit onderzoek beoordeeld en geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat grenswaardeoverschrijding binnen het onderzochte toepassingsgebied zal plaatsvinden. Dit betekent dat Minicontainment veilig kan worden toegepast, mits men binnen het onderzochte toepassingsgebied blijft. Voordat het systeem voor andere asbestsaneringswerkzaamheden, dan de onderzochte, kan worden ingezet, zal aanvullend blootstellingsonderzoek moeten worden gedaan.

Zie ook

Nieuwe arbo handreiking om veiligheidsrisico’s door taal te voorkomen

Miscommunicatie door taal wordt steeds meer erkend als een belangrijk veiligheidsrisico. Om deze veiligheidsrisico’s te verkleinen, publiceert het SER Arboplatform de nieuwe arbo handreiking Taal en veiligheidsrisico’s.

De vernieuwde handreiking Taal en veiligheidsrisico’s biedt praktische handvatten om taal als oorzaak van veiligheidsrisico’s op het werk in te schatten. Ook biedt de handreiking bijpassende maatregelen en achtergrondinformatie.

Download de Handreiking arbomaatregelen: Taal en veiligheidsrisico’s

Miscommunicatie probleem op de werkvloer

Bedrijven zoeken naar de juiste maatregelen om miscommunicatie door taal te beheersen. Het probleem is in de praktijk echter niet simpel op te lossen. Maatregelen als Engels met elkaar spreken, foto’s of plaatjes gebruiken om veilige en onveilige situaties te duiden, blijken in de praktijk niet of onvoldoende te werken. Cijfers van de Inspectie SZW geven aan dat het verkeerd omgaan met procedures en instructies een oorzaak kan zijn van zware ongevallen.

Moeite met lezen, schrijven en/of rekenen

In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. Dat staat gelijk aan 18 procent, ongeveer 1 op de 6 mensen in Nederland.

Voor wie is de arbo handreiking bedoeld?

De handreiking Taal en veiligheidsrisico’s richt zich in eerste instantie op vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties. Zij kunnen teksten uit de handreiking overnemen in de sectorale arbocatalogus en deze meer toespitsen op hun branche. Maar ook werkgevers en werknemers kunnen de handreiking voor hun eigen bedrijf gebruiken.

De handreiking is opgesteld als een stappenplan voor bedrijven en organisaties. Dit stappenplan kan een plaats krijgen in de arbocatalogus en in de branche-RI&E. Bedrijven kunnen concrete oplossingen en aanpakken vertalen naar hun specifieke werksituatie, werkprocessen en context van hun sector.

Bron: SER.nl

Alle Brzo-bedrijven krijgen inspectie op bezoek

Zo’n 40 procent van de Brzo-bedrijven heeft in de afgelopen jaren geen inspecteur gezien. Maar in 2020 wordt dit anders. Door uitbreiding van de capaciteit komt de Inspectie SZW volgend jaar bij al deze bedrijven op de koffie.

Brzo-bedrijven kunnen maar beter alvast de zilveren koffielepeltjes oppoetsen. Want de Inspectie SZW komt in 2020 gegarandeerd langs. In de afgelopen jaren kreeg zo’n 60 procent van de Brzp-bedrijven een inspectie. Na de uitbreiding met gespecialiseerde inspecteurs kunnen alle bedrijven volgend jaar een bezoek van de Inspectie verwachten.

Zo’n 400 Brzo-bedrijven en ze zijn allemaal anders

Er zijn in Nederland rond de 400 bedrijven die te maken hebben met de Brzo 2015. Dat is de Nederlandse wetgeving van de Europese Seveso III-richtlijn. Die 400 bedrijven hebben een vergunning om te werken met gevaarlijke stoffen. Iedereen kent wel de chemiereuzen als BP en Shell, maar de diversiteit onder Brzo-bedrijven is groot. Er is inderdaad complexe chemische industrie. Maar er zijn ook relatief eenvoudige transport- en opslagbedrijven voor bepaalde typen gevaarlijke stoffen.

Diverse toezichthouders controleren Brzo-bedrijven

Niet alleen de Inspectie SZW controleert de Brzo-bedrijven. Er zijn ook nog de diverse omgevingsdiensten, de veiligheidsregio en Rijkswaterstaat. Al deze toezichthouders werken samen. Hun doel: ervoor zorgen dat de meest risicovolle bedrijven van het land zich aan de veiligheidsregels houden. Deze samenwerking is in de loop van de tijd steeds professioneler geworden.

Hier gaat de Inspectie SZW in 2020 op controleren

De Inspectie SZW gaat in 2020 op drie thema’s in het bijzonder controleren:

  1. gebruik van mobiele arbeidsmiddelen in gevarenzones
  2. veilig uitvoeren van niet-routinematige werkzaamheden (waaronder onderhoud)
  3. is het door het bedrijf gehanteerde veiligheidsbeheerssysteem nog up-to-date?

Verder scherpt de Inspectie SZW het toezicht aan op blootstelling van medewerkers aan gevaarlijke stoffen. Het doel daarvan is dat bedrijven niet alleen focussen op de procesveiligheidsrisico’s, maar ook de (chronische) blootstelling beter beheersen. Ook controleert de Inspectie op het opstellen van een R&IE door BRZO-bedrijven.

Zware ongevallen voorkomen, werknemers beschermen

Brzo-bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor gezond en veilig werk. Dat houdt onder meer in dat zij maatregelen moeten nemen om zware ongevallen te voorkomen. Verder moeten zij de impact van een eventueel ongeval op mens en milieu zo klein mogelijk houden. Ook moeten zij zorgen dat hun werknemers zo min mogelijk blootstaan aan gevaarlijke stoffen.

Bron: Arboonline.nl

Tips en tools om beroepsziekten door gevaarlijke stoffen te voorkomen

Jaarlijks overlijden ruim 3000 mensen aan de gevolgen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen op het werk. Met de juiste preventieve maatregelen is dit te voorkomen. Preventiemedewerkers hebben dan ook een centrale rol om veilig en gezond werken onder de aandacht te brengen in de organisatie en om de kans op beroepsziekten als gevolg van gevaarlijke stoffen te verlagen.

De Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA) heeft daarom een informatieblad opgesteld met tips en tools speciaal voor preventiemedewerkers om beroepsziekten door gevaarlijke stoffen te voorkomen.

Beroepsziekten op de kaart zetten

Veel bedrijven en preventiemedewerkers hebben onvoldoende kennis om preventie van beroepsziekten op een goede manier aan te pakken. Beroepsziekten ontwikkelen zich namelijk vaak in de loop van de jaren en dat maakt het lastig om het als thema op de agenda te krijgen van management en werknemers. In het informatieblad worden preventiemedewerkers geholpen met (1) informatie over beroepsziekten en hoe je het thema op de kaart kunt zetten en (2) handvatten voor stappen die je kunt nemen om de kans op beroepsziekten veroorzaakt door gevaarlijke stoffen te verlagen. Daarnaast zijn er goede voorbeelden toegevoegd uit de zorg, de industrie, de bouw en de groenvoorziening- en hovenierssector.

Download het informatieblad op de website van de NVvA.

Bron: Arboportaal.nl

Signalering en preventie van beroepsziekten door schadelijke stoffen

Een gebrekkige samenwerking tussen arbeidshygiënist en bedrijfsarts belemmert het implementeren van preventieve maatregelen op het gebied van schadelijke stoffen. Als een bedrijfsarts actief gezondheidsklachten vroeg signaleert is dat een bevorderende factor. Dat zijn enkele uitkomsten van een NCvB-onderzoek in het kader van de overheidscampagne ‘Veilig werken met gevaarlijke stoffen’.

Het doel van het onderzoek, dat werd uitgevoerd in de sectoren bouw, installatiebranche en overig MKB,  was om meer inzicht te krijgen in de signalering en preventie van beroepsgebonden huid- en luchtwegaandoeningen als COPD, astma en contacteczeem. Het onderzoek is afgelopen maand afgerond en de eerste resultaten zijn bekend.

Het eerste deel van het onderzoek was een observationele studie onder bedrijfsartsen. In de periode februari tot november 2019 hebben 14 bedrijfsartsen meegedaan aan het onderzoek. Tijdens deze periode meldden de deelnemers alle gevallen van COPD, astma en contacteczeem volgens een geprotocolleerde werkwijze bestaande uit een stappenplan en scorelijsten.

In het stappenplan was de samenwerking met de arbeidshygiënist van het onderzoeksteam vastgelegd. De arbeidshygiënist uit het onderzoeksteam kon bedrijfsartsen bijstaan bij het beoordelen van de mogelijke beroepsgebonden risico’s. De scorelijsten zijn ontwikkeld op basis van het 6-stappenplan voor het melden van beroepsziekten van het NCvB. Per aandoening zijn de vragen aangepast op basis van de richtlijnen van de NVAB en het NCvB.

Tijdens de studieperiode zijn in totaal 14 casussen binnengekomen, waarvan er negen zijn beoordeeld als beroepsgebonden aandoening.

Er zijn elf meldingen gedaan van contacteczeem, waarbij het vooral ging om irritatief contacteczeem van de handen. De geïdentificeerde werkgeboden risicofactoren waren blootstelling aan de stoffen gips, cement, chroom-6 en metaalbewerkingsvloeistoffen evenals wrijving van de huid bij repeterende handelingen. Preventieve adviezen die bij contacteczeem werden gegeven waren het vermijden van de schadelijke stof, het insmeren van de handen en het dragen van de juiste handschoenen.

Om inzicht te krijgen in factoren die de implementatie van preventiemaatregelen belemmeren of bevorderen is kwalitatief onderzoek verricht in de vorm van focusgroepen en interviews. Tijdens twee focusgroepen hebben we bedrijfsartsen, arbeidshygiënisten en (hoger) veiligheidskundigen gevraagd welke factoren de implementatie van preventiemaatregelen beïnvloeden. Deze vraag hebben we ook gesteld aan werkgevers en werknemers van installatie- en bouwbedrijven tijdens telefonische interviews.

Hierbij kwamen zes hoofdthema’s naar voren, te weten  ‘Attitude tegenover preventie’, ‘Signaleren van gezondheidseffecten’, ‘Kennis’, ‘Technische middelen’, ‘Organisatie arbozorg’ en ‘Organisatie van bedrijf’. Voorbeelden van belemmerende factoren zijn ‘gebrek aan samenwerking tussen arbeidshygiënist en bedrijfsarts’ en ‘prioriteit ligt bij curatie en niet bij preventie’. Voorbeelden van bevorderende factoren zijn ‘veiligheid als uitgangspunt binnen bedrijf’ en ‘een bedrijfsarts die actief gezondheidsklachten vroeg signaleert’.

Bron: Beroepsziekten.nl

Vleesverwerkers in Amsterdam werken onveilig en niet eerlijk

Vijf vleesverwerkers in Amsterdam zijn in overtreding op het gebied van veilig en eerlijk werken. Dit blijkt uit een controle van de Inspectie SZW in samenwerking met de Nationale Politie. Eén van de vijf bedrijven had eerder al een boete van ruim 28 duizend euro gekregen van de Inspectie.

Er zijn verschillende overtredingen geconstateerd op het gebied van de arbeidsomstandigheden. De overtredingen varieerden van het niet-dragen van de verplichte beschermende kleding, het ontbreken van afschermingen bij machines en andere vereiste veiligheidsvoorzieningen waardoor er ernstig gevaar ontstaat voor medewerkers. Bij enkele machines werkte zelfs de noodknop niet.

Productie stilgelegd

In totaal zijn door de Inspectie 14 waarschuwingen voor onveilig werken gegeven. In zes gevallen moest een deel van de productie zelfs tijdelijk worden stilgelegd.

Ondanks een goed georganiseerde branche, met een eigen RI&E (om risico’s in kaart te brengen en in te perken), arbocatalogus en aanvullende afspraken over de arbeidsomstandigheden, was het veiligheidsbewustzijn volgens de Inspectie SZW niet erg groot.

Vermoedelijk onderbetaling

Ook op het terrein van eerlijk werken constateerde de Inspectie SZW overtredingen. Bij de controles zijn er ongeveer 80 medewerkers bevraagd. Zowel van de bedrijven zelf, als van 6 verschillende uitzendbureaus die personeel leverden. Bij een aantal bedrijven vermoedt de Inspectie onderbetaling, niet-toegestane contante betalingen en waarschijnlijk ook onterechte inhoudingen op het loon. Bij een aantal vleesverwerkers was de urenregistratie onvoldoende of niet aanwezig. De Inspectie vermoedt dan ook dat de werknemers te lange werkdagen maken.

Werknemers verstopt

Bij één vleesverwerker dachten 6 werknemers tevergeefs aan de controle te ontsnappen door zich in het bedrijf te verstoppen. De Inspectie denkt dat een aantal werknemers niet in Nederland mag werken of zwart verloond worden. Het bedrijf is gesommeerd om gegevens van deze medewerkers aan de Inspectie te overhandigen.

Uitzendbureaus

De uitzendbureaus die personeel leverden aan de vleesverwerkers worden de komende tijd door de Inspectie gecontroleerd op onderbetaling, tewerkstelling van vreemdelingen en specifieke wetgeving gericht op uitzendbureaus.

In mei dit jaar controleerde de Inspectie op de Veluwe al een aantal vleesverwerkers. Ook bij deze bedrijven werden overtredingen geconstateerd. In 2020 gaat de Inspectie door met het controleren van de bedrijven in deze sector.

Bron: Inspectie SZW

SER: Flexwerkers doen vaker gevaarlijk of fysiek zwaar werk

Het type arbeidsrelatie is van invloed op de arbeidsomstandigheden. Flexwerkers (uitzendkrachten, oproep- en invalkrachten) doen vaker gevaarlijk of fysiek zwaar werk dan werknemers in vaste dienst. Maar vaste werknemers hebben vaker veel en emotioneel zwaar werk. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de Sociaal Economische Raad (SER).

In de Arbowet en Arbeidstijdenwet staat dat veiligheidsmaatregelen zoals beschermende kleding of toegang tot een bedrijfsarts voor alle werkenden gelden. Ongeacht de vorm van het arbeidscontract. Maar de praktijk is vaak anders, concludeert de SER.

Een groeiend aantal mensen heeft een flexcontract of is zelfstandige. Zulke verschillende arbeidscontracten kunnen leiden tot onduidelijkheden over de regels voor gezond en veilig werken. Werknemers én werkgevers moeten weten wat hun rechten en plichten zijn, én de wet naleven, zegt de SER in de verkenning “Diversiteit arbeidsrelaties en arbeidsomstandigheden”, die 13 december jl. is vastgesteld.

‘Er is meer kennis nodig en meer handhaving’, stelt SER-voorzitter Mariëtte Hamer. ‘Iedereen moet gezond en veilig kunnen werken. Daarvoor moet iedereen natuurlijk goed weten wat z’n verantwoordelijkheden zijn. Dat geldt voor werkenden en werkgevers, maar ook voor overheden en uitvoeringsinstanties.’

Aanbevelingen naleven arbovoorschriften

De SER doet in de verkenning vier aanbevelingen:

  • Werkgevers en werknemers moeten zich meer bewust zijn van hun eigen verantwoordelijkheden voor gezond en veilig werken. Dan kunnen alle partijen de bestaande arbovoorschriften beter naleven.
  • De Inspectie van SZW heeft capaciteit nodig voor handhaving, samen met andere overheidsinstanties.
  • In de eerstelijns gezondheidszorg moet meer aandacht zijn voor arbeidsomstandigheden.
  • Sectoren en bedrijven kunnen gezamenlijke afspraken maken over goede arbeidsomstandigheden die gelden voor álle werkenden.

De SER pleit verder voor meer onderzoek naar de oorzaak van de verschillen tussen groepen werkenden, en naar de arbeidsomstandigheden van migranten, platformwerkers en banencombineerders.

Onduidelijke verantwoordelijkheden, rechten en plichten

Steeds meer mensen werken als uitzendkracht, oproep- of invalkracht of als zelfstandige.  Voor wie geen vast werkcontract met een vast aantal uren heeft, kan onduidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden, aldus de SER.

Ook voor de werkgever kan dat onduidelijk zijn. Soms weten werkenden en werkgevers niet goed wat hun rechten en plichten zijn. Daardoor kan bijvoorbeeld de ene werkende beter toegang hebben tot de bedrijfsarts dan de andere, of worden niet alle veiligheidsvoorschriften goed nageleefd. Daarmee ontstaan risico’s op beroepsziekten en arbeidsongevallen waarschuwen de onderzoekers.

De ontwerp-verkenning “Diversiteit arbeidsrelaties en arbeidsomstandigheden”

Bron: Persbericht SER – Sdu HSE actueel

Jaarplan 2020: focus op maatschappelijk effect

Komend jaar (2020) is het tweede uitvoeringsjaar van het Meerjarenplan 2019–2022 van de Inspectie SZW. Het jaarplan beschrijft hoe de Inspectie – vaak in samen­werking met anderen – resultaten wil boeken en effecten wil realiseren die ten goede komen aan een eerlijke, veilige en gezonde arbeidsmarkt en aan bestaanszekerheid voor iedereen.

Dankzij het regeerakkoord kan het aantal inspecteurs en rechercheurs het komende jaar verder worden uitgebreid. Naast de omschakeling naar programmatisch werken, is de beweging ingezet van ‘streepjes naar effect’. Dat laatste betreft de omschakeling van sturen op aantallen inspecties naar het sturen en verantwoorden op maatschappelijk effect als meerjarige ontwikkelopgave. In 2020 ligt hier de focus.

Bekijk de speerpunten op de online pagina Jaarplan 2020 en kijk wat er per programma gaat gebeuren.

Of ga naar de pdf-versie van het Jaarplan Inspectie SZW 2020.

Bron: Inspectie SZW