Invloed van de corona pandemie op acute vergiftigingen gemeld aan het NVIC

Het nieuwe coronavirus, dat de ziekte COVID-19 kan veroorzaken, dook eind 2019 voor het eerst op in China, en heeft zich inmiddels over de hele wereld verspreid. In Nederland is het leven sterk veranderd door de maatregelen die zijn ingesteld om verspreiding van het virus tegen te gaan: veel mensen blijven thuis, houden afstand van elkaar en wassen vaker de handen. De gevolgen van deze maatregelen zijn ook merkbaar bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC).

Handdesinfectiemiddelen

Al in februari ontstond een ware run op desinfectiemiddelen voor de handen, zoals handgels en handalcohol. Met deze middelen kunnen de handen gedesinfecteerd worden zonder het gebruik van water. Het aantal telefonische vragen aan het NVIC over handdesinfectiemiddelen is sindsdien sterk toegenomen. In de afgelopen vijf jaar werden er in maart en april gemiddeld 16 blootstellingen van mensen aan handdesinfectiemiddelen gemeld; in maart en april 2020 waren dat er maar liefst 76. In sommige gevallen kwam het product per ongeluk in de ogen terecht, of namen volwassenen het bewust in ter vervanging van alcoholische drank. De meeste blootstellingen ontstonden echter doordat jonge kinderen (van 0 tot en met 4 jaar) het middel te pakken kregen en één of meer slokjes innamen.

Handdesinfectiemiddelen bevatten meestal ethanol (alcohol) en/of isopropylalcohol. De concentraties van deze stoffen verschillen per product en kunnen oplopen tot meer dan 80%. Wanneer kleine kinderen hiervan enkele slokken innemen, kan dit leiden tot een serieuze ethanol- of isopropylalcoholvergiftiging.

Bij een ethanolvergiftiging kunnen onder andere ontremming, verwardheid, misselijkheid en braken, spraakstoornissen, bewegingsstoornissen, hoofdpijn en sufheid optreden. Met name bij kinderen kan ook hypoglykemie (een lage bloedsuikerspiegel) ontstaan. In ernstige gevallen kunnen coma, onderdrukking van de ademhaling, hartritmestoornissen en verzuring van het bloed (metabole acidose) voorkomen.

De toxische effecten van isopropylalcohol lijken op die van ethanol, maar kunnen langer aanhouden. Bij een isopropylalcoholvergiftiging kan bovendien ketose ontstaan: een verhoogde concentratie ketonen in het bloed, doordat isopropylalcohol in het lichaam deels wordt omgezet in aceton. Dit kan zich uiten in een fruitig of zoet ruikende adem, door de aanwezigheid van ketonen in de uitademingslucht.

Multivitaminen- en mineralenpreparaten

Andere producten waarover het NVIC momenteel meer vragen ontvangt dan gebruikelijk, zijn de multivitaminen- en mineralenpreparaten. Mogelijk zijn meer mensen deze preparaten gaan gebruiken, in de hoop zo hun afweer tegen het coronavirus te verbeteren. Soms worden echter te hoge doses ingenomen, of wordt er door kleine kinderen gesnoept van de soms kleurige tabletten en capsules. In voorgaande jaren werden er in maart en april bij het NVIC gemiddeld 87 blootstellingen aan multivitaminen- en mineralenpreparaten gemeld; in maart en april 2020 waren dit er 146. Hiervan ging 81% over jonge kinderen tot en met 4 jaar oud.

Na eenmalige overdosering van multivitaminen- en mineralenpreparaten ontstaan zelden ernstige symptomen; pas bij inname van grote hoeveelheden wordt toxiciteit verwacht. Daarbij vormen vitamine A, vitamine D en ijzer 2+ (als deze in het betreffende preparaat aanwezig zijn) het grootste risico. Deze stoffen kunnen in grote hoeveelheden ernstige symptomen veroorzaken. In de meeste gevallen blijven de klachten echter beperkt tot maagdarmklachten, zoals een vreemde smaak in de mond, misselijkheid, braken en diarree.

Bouw- en constructiematerialen

De maatregelen rondom het coronavirus hebben ertoe geleid dat mensen meer tijd thuis doorbrengen. Daardoor wordt er meer dan gebruikelijk geklust: al in de eerste dagen van de “intelligente lockdown” stonden er lange rijen voor de bouwmarkten. Dit is ook terug te zien in de vragen aan het NVIC. De afgelopen jaren werd het NVIC in maart en april geraadpleegd over gemiddeld 17 blootstellingen van mensen aan bouw- en constructiematerialen. Dit aantal is bijna verdubbeld tot 30 blootstellingen in maart en april 2020. De meeste meldingen gingen over volwassenen. Zij kwamen in aanraking met allerlei verschillende materialen, zoals voegmiddelen, cement, purschuim, glaswol en vulmiddelen. Over cement ontving het NVIC de meeste vragen (7 van de 30).

Wanneer iemand in aanraking komt met droog, uitgehard cement, veroorzaakt dat doorgaans geen problemen. Huid- of oogcontact met nat cement, dat (nog) niet is uitgehard, kan echter wel voor problemen zorgen: door de aanwezigheid van loog (calciumhydroxide) in niet-uitgehard cement kunnen chemische brandwonden ontstaan. Inname van niet-uitgehard cement via de mond (bv. door kleine kinderen) kan beschadiging van de slijmvliezen in mond, keel, slokdarm en maag veroorzaken.

Ten slotte

Om vergiftigingen te voorkomen, is het belangrijk middelen buiten het bereik van kinderen te houden. Dit geldt niet alleen voor geneesmiddelen, maar ook voor ontsmettingsmiddelen, voedingssupplementen, doe-het-zelfproducten en alle andere producten die mogelijk gevaarlijke stoffen bevatten. Bovendien moeten volwassenen voorzichtig zijn bij het gebruik van dergelijke producten, bv. tijdens het schoonmaken of klussen. Wanneer iemand onverhoopt toch wordt blootgesteld aan een mogelijk toxisch product, kan contact worden opgenomen met de huisarts. (Huis)artsen kunnen contact opnemen met het NVIC voor advies over de effecten en behandeling van acute intoxicaties via 030-2748888, of zelf de toxicologische informatie van het NVIC raadplegen via www.vergiftigingen.info.

Bron: UMC Utrecht

Bevorderen van deelname medewerkers aan or en medezeggenschap

De SER heeft in 2019 verschillende obstakels benoemd die werknemers ervan weerhouden zitting te nemen in de ondernemingsraad (or). Ook beschreef de SER daarvoor een aantal oplossingsrichtingen. Als vervolg daarop noemt hij in een briefadvies aan minister Koolmees enkele mogelijkheden om een aantal van de geïdentificeerde obstakels te verminderen.

SER adviseert WOR op onderdelen aan te passen

De SER adviseert onder meer om de Wet op de ondernemingsraden (WOR) op enkele punten aan te passen en informeert de minister over aanpassingen in het ‘SER-voorbeeldreglement ondernemingsraden’ (‘Voorbeeldreglement’) en over een nieuwe serie voorlichtingsfilmpjes over or-werk.

Enkele onderdelen uit het SER-advies zijn:

Aanpassingen WOR

Medewerkers denken vaak dat zij te weinig tijd hebben voor or-werk. Dit komt mede door de verplichte zitting van or-leden in meerdere gremia. Het zorgt ervoor dat medewerkers aarzelen zich kandidaat te stellen voor de or. In het bijzonder geldt dat voor de ‘vaste commissie’ (artikel 15 lid 2 WOR) en de samenstelling van de centrale ondernemingsraad (cor).

In de WOR staat dat in een vaste commissie een meerderheid van de leden ook lid is van de or en daarnaast ook andere in de onderneming werkzame personen zitting kunnen hebben. De SER adviseert dit aan te passen en te zorgen dat:

  • In het Instellingsbesluit kan worden afgeweken van de hoofdregel dat een vaste commissie voor de meerderheid bestaat uit or-leden;
  • Indien hiervan gebruik wordt gemaakt en de meerderheid van de vaste commissie uit niet-or-leden bestaat, het advies- of instemmingsrecht bij de or blijft.

Het beoogde effect is dat:

  • De tijdsbesteding over or- en niet-or-leden kan worden verdeeld;
  • De individuele tijdsbelasting van het or-werk kan verminderen, waardoor de drempel voor medewerkers om zich kandidaat te stellen voor de or wordt verlaagd;
  • Ook niet-or-leden kunnen participeren in medezeggenschap.

Digitalisering

De CBM constateert dat de WOR op diverse punten nog vereist dat zaken schriftelijk moeten gebeuren. Zij stelt voor de wet te moderniseren en aan te passen aan de dagelijkse praktijk. Zo kunnen in organisaties veel zaken digitaal worden vastgelegd.

Aanpassing SER-voorbeeldreglement ondernemingsraden

De SER kan enkele van de geopperde mogelijkheden om obstakels te verminderen adresseren in het Voorbeeldreglement. Daartoe is het Voorbeeldreglement al aangepast. Concreet gaat het om:

  • Het uitdragen dat ondersteuning van een or door een ambtelijk secretaris de kwaliteit van medezeggenschap bevordert;
  • Het bevorderen dat bestuurder en or een convenant opstellen met nadere afspraken over faciliteiten om verschillende obstakels te ondervangen;
  • Voorlichting en informatie over wat mogelijk is aan vernieuwing van medezeggenschap binnen de huidige regelgeving. De WOR biedt namelijk meer ruimte dan veel gebruikers zich realiseren.

Nieuwe aanpassingen Voorbeeldreglement

Ook is de SER van plan om in het modelreglement voor de cor nadrukkelijker te benoemen dat leden van een cor direct worden gekozen uit de onderliggende or’s en dat het geen verplichting is dat zij daarnaast ook zitting hebben in een groepsondernemingsraad (gor), zoals nu vaak wordt aangenomen. Uiteraard is het wel mogelijk een dergelijke verplichting in het reglement van de cor op te nemen als dat de medezeggenschap ten goede komt. De SER geeft in het Voorbeeldreglement aan wat de voor- en nadelen van beide opties zijn.

De SER beoogt hiermee de bewustwording te vergroten over de gevolgen voor de belasting van or-leden door de keuze voor de samenstelling van cor en/of gor. Zo probeert de SER indirect bij te dragen aan het slechten van de obstakels ‘tijd voor or-werk’ en ‘werkdruk’.

Verder zal het beoogde effect zijn:

  1. Het or-lid zit in minder gremia, waardoor de tijdsbelasting minder wordt en de drempel voor kandidaatstelling voor de or wordt verlaagd.
  2. Het verminderen van de noodzaak om or-leden volledig vrij te stellen van hun reguliere functie zodat het risico dat deze or-leden de verbinding met de werkvloer verliezen kleiner is. Dit verlaagt ook het risico dat volledig vrijgestelde or-leden na afloop van hun zittingstermijn, niet meer terug kunnen naar hun reguliere functie.

Over dit briefadvies

Dit advies is opgesteld naar aanleiding van een brief van minister Koolmees van 8 oktober 2018 aan de Commissie Bevordering Medezeggenschap van de SER. Daarin stelde de minister een aantal vragen in het kader van de bevordering naleving WOR.

Hij verzocht onder meer te onderzoeken of kiesdrempels een belemmering vormen voor de betrokkenheid van flexkrachten bij de or en deelname van flexkrachten aan de or. Ook vroeg hij de SER te onderzoeken of er andere obstakels zijn die werknemers tegenhouden om zitting te nemen in de or en of de commissie mogelijkheden ziet om deelname van werknemers aan de or te bevorderen en eventuele belemmeringen weg te nemen.

Daarop bracht de SER al eerder adviezen uit te weten:

Bevordering medezeggenschap

De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert de regering en het parlement over het sociaal-economisch beleid. Ook faciliteert de SER akkoorden en convenanten. Daarnaast heeft de SER onder meer de wettelijke taak om medezeggenschap te bevorderen.

Download advies

Bron: SER.nl

Thema-inspecties sjorren zeecontainers afgerond

Uit een thema-inspectie van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in 2019 blijkt dat 67% van de schepen 1 of meer regels voor het laden en vastzetten van containers en de toepassing van sjormateriaal overtreedt. 36% van de gecontroleerde schepen heeft de containers niet vastgezet volgens de voorschriften van het Cargo Securing Manual. Tegelijk is bekend dat het aantal incidenten met overboord geslagen containers klein is. Dit staat in het rapport Sjorren van containers op zeeschepen van de ILT dat minister Van Nieuwenhuizen op 14 mei 2020 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Overtredingen
De inspectie constateerde bij de onderzochte schepen in totaal 87 tekortkomingen. Dat is gemiddeld 1,3 tekortkoming per schip. De overtredingen verschillen per schip en gaan van minder ernstig tot ernstig. Minder ernstig is bijvoorbeeld het niet markeren van de bakken voor afgekeurd sjormateriaal. Ernstiger is bijvoorbeeld het niet of onvoldoende vastzetten van containers of het niet of onvoldoende vastzetten van de laadruimluiken.

Geverifieerde containergewichten
Nederland heeft zich sterk gemaakt voor regels voor het vaststellen van het gewicht van containers vóór het aan boord nemen, omdat dit van grote invloed is op de stabiliteit van het schip. Nieuwe regels voor het zogenoemde Verified Gross Mass (VGM) zijn vanaf 2016 van kracht. Hierdoor zijn de gewichten van alle containers veel beter bekend bij de bemanning. Toch ziet de inspectie in 2019 dat bij 2 gecontroleerde schepen het gewicht per containerstapel hoger is dan toegestaan. Daarnaast blijkt bij 8 schepen de volgorde in de gestapelde containers niet goed. Zo staan te zware containers boven in de stapel. Onderliggende containers kunnen hierdoor bezwijken en het heeft invloed op de scheepsstabiliteit. Eén schip had een aantal containers aan boord waarvan de bemanning het exacte gewicht niet kende. Een verschil tussen het geregistreerde gewicht en het werkelijke gewicht van containers kan ernstige gevolgen hebben voor de stabiliteit van het schip.

Hoog stapelen
Omdat het Cargo Securing Manual (CSM) hoog stapelen toestaat en schepen zo de maximale hoeveelheid vracht kunnen meenemen, stapelen rederijen hoog. De bemanning of sjorploegen zetten de bovenste lagen containers niet vast met aanvullende sjormaterialen (sjorstangen die kruislings bevestigd zijn), omdat dit fysiek onmogelijk is. In de praktijk krijgen juist de containers die hoog in de stapel staan, grote krachten te verwerken bij slingerbewegingen (rollen) van het schip. Containers kunnen hierdoor van het schip in zee vallen bij extreme weersomstandigheden zoals storm met hoge golven.

Containers in zee
Het aantal incidenten met overboord geslagen containers is relatief klein. In de praktijk verliezen schepen per jaar 4 containers per 1 miljoen vervoerde containers. Omdat het relatief weinig voorkomt dat containers overboord slaan, schat de ILT het risico daarop in als gemiddeld tot laag.

Thema-inspectie sjorren
De inspecties vonden plaats in het tweede kwartaal van 2019 op initiatief van de ILT, onder meer naar aanleiding van het incident met de MSC Zoe. Van maart tot en met mei 2019 inspecteerden het Havenbedrijf Rotterdam en de ILT steekproefsgewijs 69 zeeschepen in de Rotterdamse Haven. In totaal is er sprake van 87 overtredingen. Rederijen moesten 35 overtredingen ongedaan maken voor het schip naar zee kon.

Documenten

Sjorren van containers op zeeschepen

Van protocol naar arbocatalogus

De coronacrisis heeft een zeer grote impact op de maatschappij. Bedrijven, instellingen en werknemer hebben de behoefte aan duidelijkheid wat wel en wat niet mag op de werkplek. Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) heeft de werkgever een zorgplicht: de werkgever stelt de werknemer in staat zijn werk veilig en gezond te doen. Hiervoor inventariseert de werkgever welke risico’s er zijn en hoe hij deze gaat aanpakken. De werknemers moeten weten welke maatregelen van toepassing zijn en zich houden aan de regels die opgesteld zijn.

Sociale partners zijn druk bezig met het opstellen van coronaprotocollen voor hun sector. Daarin geven zij aan hoe zij het werken tijdens de coronacrisis in hun branche of sector zo verantwoord mogelijk willen doen. Een coronaprotocol heeft geen juridische status binnen de arboregelgeving en ontslaat niet van de verplichting voor ieder bedrijf of instelling om een Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RI&E) te hebben. Daarom is het belangrijk dat bedrijven en instellingen in hun RI&E het coronarisico onderkennen en een plan van aanpak hebben. Bedrijven hebben ook baat bij een Branche RI&E of een op te stellen “Corona-”arbocatalogus voor een sector of branche.

Voor arbocatalogi bestaat de mogelijkheid om die te laten toetsen door de Inspectie SZW op basis van de Beleidsregel arbocatalogi 2019. Sociale partners in een sector kunnen een arbocatalogus of een addendum op een bestaande catalogus met daarin maatregelen vanwege corona ter toetsing aanbieden. Het voordeel voor een bedrijf dat de maatregelen uit de arbocatalogus invoert is dat het bedrijf daarmee een hoge mate van zekerheid heeft dat aan de wettelijke eisen van de Arbeidsomstandighedenwet wordt voldaan. De Inspectie gebruikt een goedgekeurde arbocatalogus ook als referentie bij de handhaving.

Voor bedrijven is het van belang dat de toetsing door de Inspectie SZW snel plaatsvindt. De Inspectie heeft, gelet op de urgentie, besloten voor deze aanvragen een zeer korte doorlooptijd te hanteren. We hanteren in beginsel maximaal vijf werkdagen vanaf ontvangst door de Inspectie SZW. Het document kan ingediend worden via arbocatalogi@minszw.nl.

Meer algemene informatie over toetsing van arbocatalogus en de vereisten voor indiening conform de Beleidsregel arbocatalogi vindt u hier Inspectie SZW/toetsing-arbocatalogus

Jaarverslag ISZW gepubliceerd

In 2019 heeft de Inspectie SZW fors ingezet op het bestrijden van oneerlijk werk en arbeidsuitbuiting. De controle op het veilig werken met gevaarlijke stoffen heeft positieve resultaten opgeleverd en er is vooruitgang geboekt met het voorkomen van onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden. Dat blijkt uit het jaarverslag dat de Inspectie SZW 14 mei jl. heeft gepubliceerd. De inspecteur-generaal benoemt in zijn voorwoord dat terugkijken op 2019 in de huidige omstandigheden iets onwerkelijks heeft. Tegelijk is het van belang de verbinding tussen verleden, heden en toekomst steeds te blijven leggen.

Onderbetaling, illegale arbeid en arbeidsuitbuiting zijn hardnekkige problemen die de Inspectie met voorrang wil aanpakken. De aanpak van arbeidsuitbuiting zorgde ervoor dat in 2019 meer situaties van uitbuiting werden gestopt om zo slachtoffers uit hun benarde situatie te halen. In 2019 waren er diverse meldingen van arbeidsuitbuiting waarbij één of meer potentiële slachtoffers benaderd konden worden. Bij deze meldingen ging het om 83 potentiële slachtoffers. Er zijn 43 aangiftes van arbeidsuitbuiting opgenomen. Deze aangiften zijn vervolgens door het Openbaar Ministerie beoordeeld. In sommige gevallen was de strafrechtelijke aanpak niet mogelijk en is voor een bestuursrechtelijke aanpak gekozen.

Aanpak van oneerlijk werk

Bij de aanpak van malafide uitzendbureaus zijn overtreders geconfronteerd met controles, herinspecties, directiegesprekken en strafrechtelijk onderzoek. Bij 41 procent van deze inspecties zijn overtredingen geconstateerd, die vooral betrekking hebben op illegale tewerkstelling. Belangrijk aandachtspunt zijn de notoire overtreders die na een boete weer een doorstart maken; zij werden in 2019 geconfronteerd met herinspecties en extra controles, met als doel hun criminele activiteiten te stoppen.

Bij het programma Schijnconstructies was het onderzoek in 2019 vooral gericht op de platformeconomie, schijnzelfstandigheid, fraude door personen die werkzaam waren op de identiteit van een ander persoon (zogeheten look-a-likes), misbruik van stage na opleiding en postbusondernemingen. Op verzoek van werkgever- en werknemersorganisaties zijn  onderzoeken verricht naar het niet naleven van cao-bepalingen. Daarbij bleek dat in 16 zaken sprake was van overtredingen.

Ook in andere sectoren is de aandacht voor eerlijk werk in 2019 onveranderd hoog. In de beauty branche zijn vorig jaar een kleine honderd ondernemingen geïnspecteerd, waarbij in een kwart van de gevallen overtredingen zijn geconstateerd op het gebied van arbeidstijden, werkvergunningen en onderbetaling. Bij nagelstudio’s zijn er aanwijzingen dat een groep ondernemingen mogelijk een dekmantel is voor anderszins criminele of ondermijnende activiteiten. De problematiek in de nagelstudio’s leidt in 2020 tot een aparte inspectie-aanpak in samenwerking met ketenpartners.

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen

In 2019 is een gespecialiseerd team gevaarlijke stoffen geformeerd. Uit controle blijkt dat veel werkgevers nog onvoldoende aandacht hebben voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Inspecteren werkt: bij een tweede controle blijken ruwweg tweemaal zoveel werkgevers de regels na te leven. Ook is het gemiddelde aantal gevaarlijke stoffen waarmee de bedrijven werken, afgenomen van 29 naar 21. In 2019 heeft de Inspectie haar bijdrage aan de gezamenlijke controles en toezicht op grote chemische bedrijven (Brzo) geïntensiveerd; de deelname is gestegen van 60% in 2018 naar 70%.

Meer aandacht voor gezond en veilig werken

Ook in 2019 loopt het aantal meldingen, onderzoeken en dodelijke slachtoffers van ernstige arbeidsongevallen op. De stijging van capaciteit die nodig was voor ongevalsonderzoeken en meldingen gezond en veilig werk is in het verslagjaar tot staan gebracht. In 2019 is een pilot voor een gedifferentieerde aanpak van ongevalsonderzoek voortgezet, met als doel het veiligheidsniveau en –bewustzijn van bedrijven waar een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden te verhogen. De eerste resultaten van de pilot zijn gunstig.

De impact van het coronavirus op de samenleving en economie zorgt ook voor aanpassingen binnen de Inspectie SZW. Zo is het meldingenproces aangepast en anders ingericht zodat de meldingen die in relatie staan tot corona van een specifieke registratie, beoordeling en aanpak worden voorzien. Ook worden nieuwe risico’s, zoals fraude met subsidieregelingen die n.a.v. Corona zijn ingesteld, van een aanpak voorzien. Op de website van de inspectie is verder uiteengezet op grond van welke bepalingen in de Arbeidsomstandighedenregelgeving handhaving plaatsvindt om ook in deze tijd zo veel mogelijk bij te dragen aan gezond, veilig en eerlijk werk.

Lees een selectie uit het jaarverslag op de speciale webpagina.

Of ga direct naar het volledige jaarverslag 2019.

Bekijk ook de Monitor arbeidsongevallen en klachten arbeidsomstandigheden.

Inspecties bij groothandels chemische producten

De Inspectie SZW gaat van start met inspecties bij producenten van lijmen, harsen en kitten (LHK) en groothandels chemische producten. De onaangekondigde inspecties zijn gericht op blootstelling aan gevaarlijke stoffen, en in het bijzonder op blootstelling aan carcinogene, mutagene, reproductietoxische (CMR-) stoffen en sensibiliserende stoffen.

Uit eerdere inspectieprojecten is gebleken dat er bij chemische bedrijven verbeteringen nodig zijn om te voorkomen dat medewerkers worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. De bedrijven waar wordt geïnspecteerd zijn geselecteerd op basis van een aantal selectiecriteria.

Als gevolg van de huidige COVID-19 maatregelen, zullen de eerste inspecties medio april telefonisch worden uitgevoerd. Tijdens een telefonische inspectie wordt het bedrijf gevraagd naar zijn stoffenregistratie, blootstellingsbeoordelingen en arbozorg. Deze arbozorg omvat de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E), het plan van aanpak en het basiscontract met de arbodienst. Indien nodig is, zullen ook fysieke inspecties uitgevoerd worden.

Bij alle inspecties wordt consequent het vierstappenmodel voor het voorkomen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen gehanteerd: (1) inventariseren, (2) beoordelen, (3) maatregelen en (4) borging. Zijn een of meer van deze aspecten bij het bedrijf niet op orde? Dan gaat de Inspectie SZW over op handhaving.

Met de Zelfinspectietool gevaarlijke stoffen, waarin dit vierstappenmodel wordt gevolgd, kunnen bedrijven zelf eenvoudig controleren of zij aan hun Arboverplichtingen voor het werken met gevaarlijke stoffen voldoen.

Bron: Inspectie SZW

De ondernemingsraad en gevaarlijke stoffen – een handreiking

Werkgevers moeten voldoen aan een aantal arboverplichtingen om te zorgen dat hun medewerkers op een verantwoorde manier kunnen werken met gevaarlijke stoffen. Ook leden van ondernemingsraden kunnen hierbij een rol spelen. Onder andere door te vragen naar de RI&E, de stoffenregistratie en de blootstellingsbeoordeling en deze op de agenda van het overleg met de bestuurder te zetten. In deze flyer zijn de mogelijkheden en informatierechten die de Wet op de Ondernemingsraden en het Arbobesluit bieden op een rij gezet.

Download ‘De ondernemingsraad en gevaarlijke stoffen – een handreiking’| brochure

Zie ook het nieuwsbericht

Basisinspectiemodule Opslag verpakte gevaarlijke stoffen

Basisinspectiemodule Opslag verpakte gevaarlijke stoffen

De basis inspectiemodule richt zich op de gevaren die aanwezig zijn bij de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Wanneer de opslag van gevaarlijke stoffen niet correct plaatsvindt of er ontbreken de juiste voorzieningen, dan kan hierdoor acuut gevaar ontstaan. Denk hierbij aan brand- en explosiegevaar, vrijkomen van corrosieve/bijtende stoffen en verstikkingsgevaar. Deze instructie richt zich op de acute gevaren van gevaarlijke stoffen in een opslag.

Download ‘Basisinspectiemodule Opslag van gevaarlijke stoffen’| Richtlijn

Bekijk ook onderstaand nieuwsbericht

De ondernemingsraad en gevaarlijke stoffen – een handreiking

Werkgevers klaar voor herstart

Werkgevers maken zich op voor de her- of opstart van hun bedrijf na de coronacrisis. 95 procent heeft maatregelen getroffen om volgens de nieuwe overheidsvoorschriften van de ‘1,5-metersamenleving’ te kunnen werken of is bezig zulke maatregelen te treffen. Ook hebben bedrijven een scala aan andere maatregelen getroffen om de klappen van de coronacrisis op te vangen. Overheidsmaatregelen als de NOW, waarvan 40 procent van de werkgevers gebruikmaakt of denkt te gaan maken, helpen om de gevolgen van de crisis minder ernstig te maken. Dat concludeert werkgeversvereniging AWVN op basis van de tweede AWVN-ledenenquête over de effecten van de coronacrisis. De eerste enquête werd eind maart gehouden.

Uit de ledenpeiling blijkt verder dat werkgevers ondanks de coronacrisis van plan zijn te blijven investeren in duurzame inzetbaarheid, gezondheid van medewerkers en wendbaarheid van personeel en organisatie.

De beide enquêtes peilen hoe werkgevers omgaan met de coronacrisis. Wat doen zij om de crisis met zo weinig mogelijk schade door te komen? Wat kunnen overheden, werkgeversverenigingen en andere betrokkenen doen om de schade te beperken? In de tweede enquête is meer dan in de eerste de nadruk gelegd op aspecten van werkgeverschap en minder op bedrijfseconomische zaken.

Het ledenonderzoek werd de afgelopen week gehouden. Het volledige rapport kunt u hieronder downloaden.

Inlichtingen
Jannes van der Velde, tel. 06 109 133 07, j.velde@awvn.nl

Download het onderzoeksrapport; Ledenonderzoek Effecten van de coronacrisis

12 vragen en antwoorden voor arboprofessionals

Het coronavirus (SARS-CoV-2, beter bekend onder de ziektebenaming COVID-19) roept veel vragen op. Bij werkgevers en werknemers, maar ook bij de arboprofessionals die hen met raad en daad terzijde staan. Deze kennisnieuwsbrief geeft antwoord op de meestgestelde vragen. Hiermee dragen de samenwerkende deskundigen en beroeps- en brancheverenigingen voor bedrijfsgezondheidszorg bij aan optimale kennisdeling.

Twaalf vragen, twaalf antwoorden

In de kennisnieuwsbrief COVID-19 2020/3 vind je antwoord op deze vragen:

  1. Vanaf 11 mei gaan de basisscholen, het speciaal onderwijs en de kinderopvang weer open. Waar vind ik informatie over de regels en voorwaarden?
  2. Wat is er bekend over de besmettelijkheid van kinderen?
  3. Zijn er nog nieuwe inzichten op het gebied van kwetsbare personen?
  4. Waar vind ik betrouwbare informatie over persoonlijke beschermingsmiddelen?
  5. Hoe wordt er omgegaan met beroepsgerichte keuringen?
  6. Wat is de procedure voor melding van een beroepsziekte in verband met COVID-19?
  7. Is er onderzoek naar stressrisico’s als gevolg van de COVID-19 maatregelen?
  8. Wat kan ik verwachten bij herstel en re-integratie van werknemers na verblijf op de intensive care?
  9. Is er nog nieuwe informatie over de regels rond temperatuur opnemen?
  10. Zijn er al testen die duidelijk maken of iemand immuniteit heeft verworven?
  11. Bedrijfsartsen en arbodiensten zijn betrokken bij het uitvoeren van COVID-19 tests. Waar vind ik informatie?
  12. Mag de bedrijfsarts een niet-COVID-19 verklaring geven, bijvoorbeeld aan een werknemer die gaat werken in het buitenland waar zo’n verklaring vereist is?

Download de kennisnieuwsbrief

Heb je vragen die niet in deze lijst staan? Of ken je juist een waardevolle bron van kennis of informatie?

Stuur dan een mail of kijk op kiza.beroepsziekten.nl

Bron: NVAB.nl